- Unqualified claims about the HCQ in either direction aren't going to be right
- Avoid the wrong question: why aren't any privately ordered societies richer?
- Ask the right question: compared to the relevant institutional alternative in this case: how does (might) private ordering fare?
- Comparing relevant alternatives, it seems that in many and perhaps most cases in the world at the moment, private ordening would fare well.
- We have much empirical and theoretical work left to do on the HCQ.
- Public choice is essential to aswering the HCQ.
- Studying anarchy isn't a luxury.
vrijdag 6 augustus 2010
Notities bij Pete Leeson on 'Self Governance'
donderdag 5 augustus 2010
Peter Leeson 'Development economics'
- Failure of central planning
- Primacy of private property
- Necessity of privately ordered social institutions
Notities van 'After war: The Fatal Conceit of Foreign Intervention"
- The Gap between intentions and results
- Reliance on Top-Down Planning
- Progress as a Technological Issue
- Reliance on bureaucracy over markets
- The Primacy of Collectivism over Individualism
dinsdag 22 juni 2010
Rwanda heeft blijkbaar 92% gezondheidszorgverzekering
How might such a guarantee increase happiness? It could make people happier by reassuring them that they themselves will be healthier and more financially secure (self-interest), or that others will be (altruism). Yet altruism and self-interest probably cannot explain the “happiness benefits” that people enjoy when governments guarantee health insurance. As I have argued elsewhere, the jury is out on whether broad health insurance expansions like ObamaCare result in better overall health; they may, but it is entirely possible that they would not. The jury is also out on whether ObamaCare will produce a net increase in financial security. It will subsidize millions of low-income Americans, but it will also saddle them with high implicit taxes that could trap millions of them in poverty. Meanwhile, ObamaCare’s new taxes will reduce economic growth and destroy jobs. If such a guarantee doesn’t improve health or financial security, it’s not worth much in terms of altruism or self-interest.
maandag 21 juni 2010
Privaat onderwijs van hoge kwaliteit in de sloppenwijken?
Wat was nu het resultaat van dit gratis onderwijs? Het eerste verrassende resultaat is dat er minder leerlingen naar school gingen na invoering van gratis onderwijs. De private scholen boden namelijk al gratis plekken aan leerlingen die dat nodig hadden. Het schoolgeld bedraagt ongeveer drie dollar per maand, maar met een laag inkomen kan dat toch nog veel zijn. Daarom waren er voor mensen met grote gezinnen en voor wezen gratis plaatsen. Kinderen werden niet aan hun lot overgelaten door deze private scholen. Het personeel in deze scholen werd geleid door een combinatie van commerciële en ideologische motieven. De werknemers van deze scholen werken daar om aan inkomsten te komen, maar ook omdat ze hart hebben voor kinderen. Degenen die geen hart voor de zaak hebben leveren slecht werk en worden ontslagen. Iets dat op de publieke scholen niet zal gebeuren door de stevige juridische bescherming die de docenten daar hebben.
zondag 2 mei 2010
Review: 'De stille dood van het neoliberalisme'
Vaak werden die hoge lonen betaald in bedrijven waar de gewone werknemers meer moesten werken voor hetzelfde geld, of zelfs voor lagere lonen. Ander contrast is dat precies de managers die (s)preken over de nood aan flexibele arbeidsmarkten - lees: de absolute noodzaak om mensen gemakkelijk te kunnen ontslaan - zichzelf tegen ontslag indekken met ontslagpremies ter waarde van een aantal riante villa's in de betere wijken rond Brussel of Amsterdam.Ik kan er niet aan doen, maar de grote overtuigingskracht komt hier van een soort van emotioneel 'oh mijn God. Die klootzakken!' terwijl er helemaal niet echt uitgelegd wordt waarom dit ook effectief zo'n probleem zou zijn. Als we zelfs nog even negeren of het wel zo waar is of dat 'dezelfde managers' zouden zijn die spreken voor flexibele arbeidsmarkten, die ontslagpremies nemen, is het natuurlijk zo dat er wel degelijk redenen zijn - en redenen genre 'het algemeen belang' - om voorstander te zijn van flexibele arbeidsmarkten en ook, tegelijkertijd, hoge ontslagpremies. Beide zijn immers een potentieel gevolg van vrijwillige interactie en contractuele vrijheid. Het aspect van 'flexibele arbeidsmarkt' kan mogelijkerwijze resulteren in 'eenvoudiger ontslaan' - dat hangt af van wat er contractueel bepaald is, maar zal wel sowieso uitmonden in het eenvoudiger aannemen van werknemers, wat meer mogelijkheden betekent voor alle (potentiële) werknemers: zowel zij die op dit moment aan het werk zijn, als zij die werkloos zijn. De reden is nogal eenvoudig: stel bijvoorbeeld dat je zou moeten trouwen met de eerste persoon waarmee je op een afspraak gaat. De 'markt' voor 'daten' zou nogal sterk rigide zijn; mensen zouden heel erg voorzichtig zijn als ze met iemand uitgaan - je moet er immers direct mee trouwen. Als er echter geen noodzakelijke, wettelijke verplichtingen zijn, dan zullen mensen waarschijnlijk veel meer daten, en zo trachten de goede partner te vinden (of gewoon een leuke tijd hebben). Hetzelfde met de arbeidsmarkt; als je het moeilijker maakt, door middel van wettelijke beperkingen, om mensen te ontslaan, dan zijn misschien de mensen die op dat moment een baan hebben (een beetje) beschermd, maar zij die geen baan hebben of zouden willen veranderen van een baan, worden hierdoor benadeeld. Door deze wettelijke barriëre, wordt het minder aantrekkelijk voor iemand om een personeelslid in dienst te nemen, ook al zou deze (tijdelijk) een loon kunnen krijgen en van waarde zijn.
"In een mondiaal kapitalisme kan het kapitaal een land en een bepaalde arbeidersklasse die te veeleisend is, makkelijker de rug toekeren, of ermee dreigen dat te doen."
"Die niewe werknemers van het kapitalisme hebben niet zoveel geld of kapitaal meebgeracht en dus is de verhouding tussen arbeid en kapitaal ten gronde veranderd. Arbeid, vooral laaggeschoolde arbeid, is er nu in overvloed terwijl kapitaal relatief schaarser is geworden. Anders gezegd: het aanbod van arbeid is veel sterker toegenomen dan dat van het kapitaal. En hoe groter het aanbod, hoe lager de prijs. De prijs van arbeid, de lonen, zal de komende decennia dan ook onder druk staan in deze mondialisering, zeker die voor lager geschoolde arbeid in de rijker landen."
"Zijn er in België en in andere landen signalen dat de vermogenden rijker worden en de gewone werkmens eerder ter plekke trappelt?Die zijn er inderdaad. Het meest evidente signaa is dat werk letterlijk een kleiner deel van de koek oplevert dan pakweg 20 jaar geleden, in België en zowat in alle rijke landen. Het BNI is de som van alle inkomens van alle Belgen: hun inkomens uit arbeid maar ook hun inkomens uit allerlei vormen van vermogen (rente, huur, winsten, verkochte meerwaarden, ...). Welnu, de som van alle inkomens uit arbeid - het arbeidsaandeel van het BNI - is de voorbije jaren teruggelopen."
donderdag 7 januari 2010
De 'vrije markt' vergissing bij globalisering
De 'vrije markt' vergissing
Het is misschien raar dat na al het voorgaande, er hier ook de vrije markt vergissing bekritiseert zal worden, maar het is desalniettemin belangrijk. Het fundamentele probleem is niet zozeer dat men voorstander is van de vrije interactie van individuen, maar de concrete praktische invulling in de beleidsopties die (sommigen) daaraan geven.
Zoals hierboven al aangegeven, is het ontstaan van uitgebreide markten geen eenvoudig proces, dat eenvoudig onderbroken kan worden door geweld, zoals gedecentraliseerd (revoluties) of georganiseerd door totalitaire overheden (planeconomische dictaturen). Markten hebben grote voordelen, maar de instituties van markten zijn niet zo eenvoudig te bereiken, en het is daar dat de vergissing ligt die ik zou willen aankaarten: de fatale vergissing dat uit de (theoretische en praktische) voordelen van een markt, men de conclusie heeft getrokken dat er maar 1 soort 'markt' bestaat en dat deze zo snel mogelijk afgedwongen en ingevoerd moet worden overal ter wereld, ongeacht de aanwezige (juridische) cultuur.
Deze fout is het meest duidelijk in zij die het concept van 'nation-building' verdedigen in Afrika om op deze manier aan 'liberaal' beleid te doen. Het is hierbij belangrijk om te begrijpen dat 'overheden' – zoals wij die begrijpen – een typisch modern fenomeen zijn, dat een specifiek gevolg is van een specifieke (rechts)filosofische traditie. Deze verheven tot eeuwige standaard is een quod non en deze zomaar wensen te exporteren in landen waar deze traditie niet heerst, heeft een grote kans op negatieve effecten.1
Coyne benadrukt in zijn boek bijvoorbeeld de moeilijkheden die er ontstaan indien je in een land een liberale democratie wenst uit te bouwen (na een oorlog). De moeilijkheden die overtroffen worden zijn de dynamiek tussen de machtsgroeperingen in het desbetreffende gebied, de lobbygroepen in het exporterende land, de kiezers hiervan (en hun wensen, verwachten en belangen), de plaatselijke rechtscultuur en zoveel meer.2 Maar deze problemen kunnen veralgemeend worden naar elke vorm van 'nation-building'; je kan niet de instituties van een geheel land 'opbouwen' uit het niets. Deze moeten ontstaan uit en geïnternaliseerd worden in de manier waarop de mensen elke dag met elkaar omgaan. Indien deze niet gedragen worden door een kritische massa, kan je onmogelijk een functionerende samenleving hebben.
Hierbij komen we bij de fundamentele kritiek op het gehele proces: hoe kan iemand 'plannen' welke concrete instituties in een bepaalde samenleving aanwezig moeten zijn vooraleer daar van een markt sprake kan zijn? Het is immers 1 ding om te weten dat er private eigendom moet zijn en de mogelijkheid tot het afdwingen van afspraken – maar dat is enkel de abstracte theorie. De concrete toepassing daarvan is afhankelijk van verschillende particuliere elementen zoals culturele, geografische en technologische factoren. De kennis die hiervoor nodig is, is van zo'n magnitude dat dit een onmogelijk proces wordt. Veiligheid, contractafdwinging en al die zaken kunnen allemaal op zoveel verschillende manieren gebeuren, net zoals rechtsverandering dat op zoveel verschillende manieren kan. In elke samenleving zijn er (al dan niet prematuur) normen aanwezig om deze zaken te regelen, maar als men dit gaat 'plannen' voor deze samenleving – waarbij men hoogstwaarschijnlijk de eigen voorkeuren en vooronderstellingen oplegt – is de kans groot dat dit gebeurd op wijze die niet overeenstemt met wat de mensen waarvoor er gepland wordt zullen aanvaarden.
We hebben bijvoorbeeld het concept 'democratie' om op die manier aan wetsverandering te doen. Dit proces is geïnternaliseerd in ons handelingen en ons samenleven en we zouden moeilijk kunnen inbeelden dat we op een ander proces aan verandering doen. Maar dit is zeker niet de dominante vorm in de wereld en al zeker niet in de geschiedenis om aan wetsverandering te doen. Democratie kan je zien als een competitie tussen politieke elites, waarbij de winnaar het beleid mag kiezen. In onze samenleving werkt dit relatief goed, maar het is perfect mogelijk dat in een andere cultuur dit proces helemaal niet dezelfde wenselijke effecten heeft als hier, omdat mensen andere (rechtvaardigheids)gevoelens hebben ten aanzien van deze vorm van regelgeving, omdat mensen andere ideeën kunnen hebben over hoe ze deze macht moeten gebruiken, etc. Indien instituties niet gedragen worden door de bevolking, is het naïef om hiervan veel succes te verwachten. Dit is echter exact wat (in bepaalde kringen) wordt voorgesteld indien ze het hebben over 'de vrije markt methode' gebruiken om het globaliseringsproces verder te zetten.
Het dynamische gegeven van een samenleving laat niet toe om daar als buitenstaander een uniform beleid te gaan 'oprichten' dat altijd en overal zal werken, ook al is het gericht om de theoretisch correcte conclusies door te voeren.
1Ik verwijs hier alweer naar het interessante geval van Somalië, dat sinds 1991 geen formele overheid meer heeft, maar het wel, in comperatieve termen, economisch beter doet dan omliggende gebieden met gelijkaardige welvaartsniveaus en mogelijkheden maar mét centrale overheden. De reden is dat Somalië, in tegenstelling tot wat er beweerd wordt, wel degelijk een rechtssysteem heeft: de xeer. Hiermee is niet gezegd dat – vanuit ons standpunt en het standpunt van de gemiddelde Somaliër – er geen problemen zijn, maar zolang we niet erkennen dat er een gewoonterecht en een stammencultuur speelt in Somalië, is het moeilijk om daarover een correcte normatieve mening te vormen.
2C. Coyne, After War: The Political Economy of Exporting Democracy, vooral pg. 136-146