Posts tonen met het label Socialisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Socialisme. Alle posts tonen

dinsdag 24 augustus 2010

Minder uitkeringen, meer geweld?

Een week terug ofzo had ik een (zoveelste) discussie met een stel idioten - excuseer: wel geïnformeerde mensen met een andere politieke visie dan de mijne, waar de basisthese was: 'indien je de uitkeringen verlaagt of wegneemt, zal er meer criminaliteit zijn'.

Nu; gegeven alles wat er in België illegaal is, vind ik dat niet per se erg. Belastingsontduiking, zwart werk, zelfstandige zonder licentie, etc. zijn allemaal illegaal maar dat vind ik niet echt erg. (En tegelijkertijd met de uitkeringen zou het goed zijn dat deze zaken ook gedereguleerd werden.) Maar dat was de claim niet; de claim was dat we dan een moordende, stelende enzv. onderklasse gaan hebben.

Er is echter iets raars met de empirie hierachter. Ten eerste: ik ken geen data die dit soort conclusies bewijst. Ik wil gerust aanvaarden dat de (economische) redenering op zich niet geheel van de pot gerukt is, genre Gary Becker 'de rationele crimineel'. Als we uitkeringen en dergelijke wegnemen, ontnemen we mensen een inkomensbron, maar ze wensen wel nog steeds te kunnen consumeren. Per hypothese hebben ze geen alternatieven, dus gaan ze maar wat stelen en dergelijke. Ik snap de redenering en ik wil aanvaarden dat ze, indien de hypothese waar is, correct is. Wat ik echter bekritiseer is zelfs in een land als België - met alle regulering - deze hypothese niet geheel klopt. En voor de mensen waar de hypothese wel klopt, betekent dit nog steeds niet dat ze over moeten gaan tot stelen, eerder dan, bijvoorbeeld, zwart werk en dergelijke.

Ten tweede: er is (zover) ik weet wel data beschikbaar van het tegendeel. Venezuela is het nieuwe socialistische paradijs, maar het aantal moorden is daar wel dramatisch gestegen, de laatste jaren. Natuurlijk is dit geen ceteris paribus-relatie, maar als socialisme nodig is om een veilige samenleving te creëren, dan scheelt er ofwel iets met het Venezuelaans socialisme ofwel met de thesis op zich.

Heel deze post is natuurlijk geen sluitend bewijs in eender welke richting. Als er iemand meer sluitende data heeft, mag hij die altijd geven.

zondag 2 mei 2010

Review: 'De stille dood van het neoliberalisme'

Er is (alweer) een zoveelste andersglobalistisch manifest op de (vrije) markt uitgebracht, i.e. 'de stille dood van het neoliberalisme' door John Vandaele, een journalist van Mo*. Nu wil ik direct er aan toevoegen dat ik enkelen van zijn kritieken deel. Het gehele tweede deel van het boek gaat over een zekere hypocrisie van de internationale instellingen, zoals de Wereldbank en het IMF en de inefficiëntie waarmee deze instellingen werken, en daar kan ik volledig mee akkoord gaan. Waar de auteur, zoals zovelen, echter redelijk de bal misslaat, is door deze instellingen (en hun beleid) gelijk stellen met een of andere ideologische stroming, die we het 'neoliberalisme' zouden kunnen noemen. Zoals zo vaak in socialistische - pardon: 'andersglobalistische'- kringen, wordt het neoliberalisme niet gedefinieerd of systematisch geanalyseerd, maar wordt het status quo van de laatste paar decennia qua beleid gelijkgesteld met de term 'neoliberalisme', die op zijn beurt gelijkgesteld wordt met 'laissez-faire' en 'verzwak de staat' maar. Dit is natuurlijk complete onzin; in zoverre dat je zou kunnen spreken van een coherente visie op het 'neoliberalisme', is het inderdaad zo dat er een groter vertrouwen is dan het oude Keynesiaanse paradigma, maar het is zeker geen anarchistisch paradigma en ook helemaal geen 'verzwak de staat maar'. Stellen dat de overheid zich zou moeten beperken tot enkele taken, is niet hetzelfde als de staat (per se) wensen te verzwakken. Echter; dit wordt, door de auteur, doorheen het boek op 1 lijn gelijksteld, net zoals dat blijkbaar alles wat het IMF, de WTO, de Wereldbank en de Westerse landen willen en doen hetzelfde is als 'het neoliberalisme'. Ofwel maak je een theoretische analyse van de theorie van het 'neoliberalisme' - en dan mag je zelf nog kiezen welke auteur(s) je als exemplarisch voor het neoliberalisme neemt. (Enkele suggesties zijn hierbij Hayek, Friedman of zelfs Rand, tegenwoordig.) Ofwel analyseer je het status quo en de fouten die je daar zelf in ziet - eventueel door te stellen dat bepaalde zaken terug te koppelen vallen aan een bepaalde ideologische vooronderstelling. Maar wat je niet kan doen - maar wat helaas wel gebeurt - is stellen 'het status quo = die ideologie' en dan een mengeling van beide bekritiseren, zonder duidelijk te maken wat je nu concreet bekritiseert. Dat is intellectueel oneerlijk, maar helaas een populaire techniek in dit soort literatuur. Het doet immers alsof 'de neoliberalen' - whoever that may be - compleet akkoord zijn met het gehele status quo; met de landbouwsubsidies, de regelgeving van de WTO, patenten, etc. Natuurlijk is dat niet zo; maar door deze gelijkstelling negeer je echter deze kritiek en kan je de 'neoliberalen' voorstellen als mensen die alles van het status quo ondersteunen - wat natuurlijk niet waar is.

Alweer: veel kritieken die hij geeft, vooral in het tweede deel van het boek, op de WTO en de rest van die internationale organisaties, zouden 'neoliberalen' zeker kunnen delen. Het feit dat zij hypocriet zijn in de mate waarin ze de vrije markt voorstellen, het feit dat ze werken voornamelijk om belangen te dienen, het feit dat ze een compleet verkeerde interpretatie van 'markten' en 'vrijwillige interactie' trachten te implanteren in andere samenlevingen, etc. is allemaal waar. De auteur negeert echter deze kritieken vanuit de voorstanders van meer vrije markt; en kan dus daardoor doen alsof alle voorstanders van de vrije markt, hier voorstander van zijn.

Dit is in een notendop mijn grote problemen met dit boek - maar a fortiori met veel kritieken uit die hoek. Hieronder zal ik substantiëler op bepaalde aspecten van het boek. Scan er eens door; want het merendeel zijn gekende argumenten uit de andersglobaliseringsbeweging, en een meer vrijheidsgericht perspectief kan misschien enige soelaas bieden.

Over het aspect van toplonen

Vaak werden die hoge lonen betaald in bedrijven waar de gewone werknemers meer moesten werken voor hetzelfde geld, of zelfs voor lagere lonen. Ander contrast is dat precies de managers die (s)preken over de nood aan flexibele arbeidsmarkten - lees: de absolute noodzaak om mensen gemakkelijk te kunnen ontslaan - zichzelf tegen ontslag indekken met ontslagpremies ter waarde van een aantal riante villa's in de betere wijken rond Brussel of Amsterdam.
Ik kan er niet aan doen, maar de grote overtuigingskracht komt hier van een soort van emotioneel 'oh mijn God. Die klootzakken!' terwijl er helemaal niet echt uitgelegd wordt waarom dit ook effectief zo'n probleem zou zijn. Als we zelfs nog even negeren of het wel zo waar is of dat 'dezelfde managers' zouden zijn die spreken voor flexibele arbeidsmarkten, die ontslagpremies nemen, is het natuurlijk zo dat er wel degelijk redenen zijn - en redenen genre 'het algemeen belang' - om voorstander te zijn van flexibele arbeidsmarkten en ook, tegelijkertijd, hoge ontslagpremies. Beide zijn immers een potentieel gevolg van vrijwillige interactie en contractuele vrijheid. Het aspect van 'flexibele arbeidsmarkt' kan mogelijkerwijze resulteren in 'eenvoudiger ontslaan' - dat hangt af van wat er contractueel bepaald is, maar zal wel sowieso uitmonden in het eenvoudiger aannemen van werknemers, wat meer mogelijkheden betekent voor alle (potentiële) werknemers: zowel zij die op dit moment aan het werk zijn, als zij die werkloos zijn. De reden is nogal eenvoudig: stel bijvoorbeeld dat je zou moeten trouwen met de eerste persoon waarmee je op een afspraak gaat. De 'markt' voor 'daten' zou nogal sterk rigide zijn; mensen zouden heel erg voorzichtig zijn als ze met iemand uitgaan - je moet er immers direct mee trouwen. Als er echter geen noodzakelijke, wettelijke verplichtingen zijn, dan zullen mensen waarschijnlijk veel meer daten, en zo trachten de goede partner te vinden (of gewoon een leuke tijd hebben). Hetzelfde met de arbeidsmarkt; als je het moeilijker maakt, door middel van wettelijke beperkingen, om mensen te ontslaan, dan zijn misschien de mensen die op dat moment een baan hebben (een beetje) beschermd, maar zij die geen baan hebben of zouden willen veranderen van een baan, worden hierdoor benadeeld. Door deze wettelijke barriëre, wordt het minder aantrekkelijk voor iemand om een personeelslid in dienst te nemen, ook al zou deze (tijdelijk) een loon kunnen krijgen en van waarde zijn.

Omgekeerd; hoge ontslagpremies zijn een gevolg van de mogelijkheid die managers kunnen afdwingen, door het feit dat ze potentieel veel waarde kunnen zijn. Verder werkt het ook als een vorm van worteleffect; indien er niet (exuberant) hogere lonen 'aan de top zijn', werkt het voor velen minder innoverend om zichzelf in te zetten om de top te bereiken. Verder; het staat de aandeelhouders vrij om dit bedrag niet contractueel vast te leggen. Het feit dat ze dat echter wel doen, betekent echter dat ze wel degelijk denken dat deze manager het waard is - wie zijn wij als buitenstaander om te denken dat wij beter zouden oordelen over de feiten (waar we veel minder van kennen) dan zij wiens eigen fondsen op het spel staan?

Er is simpelweg geen echte contradictie tussen enerzijds vragen om meer contractuele vrijheid voor alle werknemers, en tegelijkertijd pleiten dat hoge ontslagpremies mogelijk moeten zijn; integendeel, het is een onderdeel van 1 en dezelfde theorie: vrijheid doet het comparatief beter dan regulering en centrale controle van wat wel en niet mag. Dat de auteur niet doorheeft dat beide een gevolg zijn van dezelfde redenering, is spijtig.

Over de 'macht' van het mondiaal kapitalisme
"In een mondiaal kapitalisme kan het kapitaal een land en een bepaalde arbeidersklasse die te veeleisend is, makkelijker de rug toekeren, of ermee dreigen dat te doen."
Het probleem is, natuurlijk, dat 'de arbeidersklasse' as such nooit 'teveel' kan eisen, net zoals het 'kapitaal' niet kan veranderen, want deze agreggaten zijn concepten, maar hebben geen relevantie in de werkelijke wereld. Er is geen 'arbeidersklasse' die 1 en homogeen is, dus die als geheel niet 'teveel' kan eisen, net zoals er geen 'het kapitaal' is, maar een geheel van kapitaalbezitters - vaak de 'arbeidersklasse' zelf, via banken, pensioenplansparen, en verzekeringssystemen. Verder is het niet waar dat het 'eenvoudiger' is nu. Men tracht altijd te investeren op zo'n manier dat het meeste zal opbrengen en als het niet genoeg opbrengt - of mag opbrengen - zal men niet investeren. Het enige wat globalisering eenvoudiger maakt, is om je kapitaal te gebruiken om in een ander land te investeren, maar een land 'de rug toekeren' is niet systematisch eenvoudiger; dat ging daarvoor ook. Alleen kon je dan niet (zo eenvoudig) investeren ergens anders. De vraag is, alweer, wat hier mis mee is: investeringen in 'andere' landen, betekent hogere inkomensmogelijkheden in die landen dan dat er op dit moment is; wat is het probleem voor deze socialist nu juist?

"Die niewe werknemers van het kapitalisme hebben niet zoveel geld of kapitaal meebgeracht en dus is de verhouding tussen arbeid en kapitaal ten gronde veranderd. Arbeid, vooral laaggeschoolde arbeid, is er nu in overvloed terwijl kapitaal relatief schaarser is geworden. Anders gezegd: het aanbod van arbeid is veel sterker toegenomen dan dat van het kapitaal. En hoe groter het aanbod, hoe lager de prijs. De prijs van arbeid, de lonen, zal de komende decennia dan ook onder druk staan in deze mondialisering, zeker die voor lager geschoolde arbeid in de rijker landen."
Het probleem met dit punt is divers. Ten eerste negeert de auteur het evidente concept van comparatieve voordelen. Kort gezegd: zelfs bij gelijke 'kapitaalshoeveelheid' is het voordelig om meer mensen in de arbeidsdeling te hebben, i.e. een grotere output en dus grotere mogelijke lonen voor iedereen. Er is niet zoiets als een 'verhouding' tussen 'kapitaal' en 'arbeid' en als er meer 'arbeiders' bijkomen, dat die dan 'minder' zullen verdienen; door de arbeidsdeling is het mogelijk om met gelijk kapitaal, nog steeds een grotere output en dus hogere lonen voor iedereen te garanderen. Verder is er op zich niet zoiets als een 'overschot' aan arbeid; zolang de lonen vrij zijn. Dat er in onze wereld de lonen niet vrij zijn - bejubeld door de auteur... - zorgt ervoor dat er minimumlonen zijn, waardoor er inderdaad een reservearbeidsmassa ontstaat, waardoor er inderdaad een neerwaartse druk op de lonen is, zeker bij zij in minder arbeidscapaciteiten hebben. Dat is de ironie van het minimumloon; het zorgt voor een minimumloon, maar het creëert tegelijkertijd een druk zodanig dat het moeilijker is om boven dat minimumloon uit te stijgen qua loon, met meer armoede voor iedereen, vooral voor de zwakkeren in de samenleving. De fout die de auteur maakt is simpelweg 'kapitaal' en 'arbeid' als grote homogene entiteiten te zien, waar het 'kapitaal' geld biedt voor 'het arbeid' en als 'het arbeid' in aanbod stijgt, dan daalt 'de prijs'. Echter; zo werkt het natuurlijk niet; arbeid en kapitaal zijn een harmonieus geheel die zorgen voor output en méér van een bepaalde factor zorgt voor een grotere output, i.e. mogelijkheid tot hogere lonen.

"Zijn er in België en in andere landen signalen dat de vermogenden rijker worden en de gewone werkmens eerder ter plekke trappelt?
Die zijn er inderdaad. Het meest evidente signaa is dat werk letterlijk een kleiner deel van de koek oplevert dan pakweg 20 jaar geleden, in België en zowat in alle rijke landen. Het BNI is de som van alle inkomens van alle Belgen: hun inkomens uit arbeid maar ook hun inkomens uit allerlei vormen van vermogen (rente, huur, winsten, verkochte meerwaarden, ...). Welnu, de som van alle inkomens uit arbeid - het arbeidsaandeel van het BNI - is de voorbije jaren teruggelopen."
Het probleem met deze - vaak gehoorde - redenering is, in navolging van het vorige stukje, eenvoudig. Het 'inkomen' uit arbeid en het 'inkomen uit kapitaal' hebben totaal andere oorzaken. En het is dus niet omdat de ene 'omlaag' gaat, dat dit 'ten koste' van de andere gaat; het zijn niet meer dan statistische verbanden, geen causale. 'Inkomen uit kapitaal' wordt veroorzaakt door risico's en tijdspreferentie, inkomen uit arbeid door de ingeschatte toegevoegde waarde, gedisconteerd over de tijd heen. Verschillende zaken; dus is het nogal onzinnig om te insinueren dat 'arbeid' minder krijgt, omdat het in deze aggregaten statistiek omlaag gaat.

Enzovoort en zoverder.



























zondag 11 april 2010

Een resem 'argumenten' tegen het 'libertarisme'

Bon, het is een tijdje geleden dat er nog eens een substantiële uitleg/argumentatie stond op deze blog en er is iemand die me - door zijn grote verzameling aan drogargumentatie - zit te irriteren op een ander forum. Ik weiger - natuurlijk - om in te gaan op provocatie, maar vermits zijn 'argumenten' typisch zijn voor critici van het 'libertarisme', zou ik ze hier toch wensen te bespreken.

zijn eerste punt dat hij maakte, was een economisch punt. Misschien niet per se 'tegen' het libertarisme as such, maar indien deze economische drogreden wordt aanvaard, is er een krachtig argument tegen individuele vrijheid, dus laten we het toch maar even behandelen.

Ach, die lui (nvdr 'kapitalisten') zijn zo vol van zichzelf dat ze altijd denken dat ze de enigen zijn die welvaart kreêren. Alsof zij geen werknemers nodig hebben om die welvaart te kreëren. Alsof ze geen koopkrachtige konsumenten nodig hebben om hun goederen en diensten aan te verkopen. Alsof onderwijs en gezondheidszorg niet onrechtstreeks welvaart kreëren.
ten eerste is het maar de vraag of 'kapitalisten' universeel 'vol zijn van zichzelf'. Ik weet in ieder geval van geen (erkend) onderzoek dat 'kapitalisten' - mensen die de rol van kapitalist op zich nemen - meer of minder 'vol zijn van zichzelf' dan anderen. En zelfs als er een bepaalde tendens zou zijn, is het maar de vraag of dat dit steunt op een gedachte 'dat ze denken dat ze de enigen zijn die welvaart creëren'. Dit is, natuurlijk, een heel eenvoudige sneer maar een argumentatie is dat natuurlijk niet. Guild by association - en dan nog over de associatie liegen/verzinnen - is natuurlijk geen argument, maar wel een goedkope methode om te scoren bij anderen.
Op economisch vlak is de rol van 'kapitalisten' natuurlijk al een tijdje ontdekt. Ten eerste zijn ze de dragers van risico - een risico dat werknemers niet lopen. Het is waar dat werknemers het risico lopen om 'ontslagen' te worden, maar ze lopen (in tegenstelling tot de 'werkgever') niet het risico om onzeker te zijn over het feit of dat hun werk, wel degelijk een inkomen zal opleveren. (Als je als arbeider werkt, zal je daarvoor per uur/dag/week/maand betaald worden. Als je echter als werkgever/ondernemer 'werkt', weet je pas of je arbeid iets zal opleveren als je je product kan doorverkopen; daar hebben werknemers echter geen last van.) Maar, belangrijker, dragen de kapitalisten het tijdsaspect; werknemers worden 'nu' betaald voor hun arbeid, dat echter maar 'later' een inkomen zal betekenen (door het te verkopen aan consumenten) en het waardeverschil door dit tijdsverschil, wordt gedragen door de kapitalist.
Het punt dat ze 'koopkrachtige consumenten' hebben, is nogal wiedes, maar op zich wel grappig. De welvaart die kapitalisten creëren voor consumenten (die gekocht kan worden door consumenten), daarover mogen ze niet 'vol van zichzelf zijn' omdat de kapitalisten deze consumenten 'nodig hebben' om deze producten aan 'te verkopen'? Het is juist voor de consumenten dat ze dit trachten te produceren (en daarvoor geld krijgen) en mogen ze niet 'vol van zichzelf zijn'? Enfin; er is een wederzijdse relatie; het is in ieder geval niet dat de goedhartige consumenten neder dalen om de lieve producenten ('kapitalisten') te willen helpen door hun goederen te kopen...
Het punt van 'onderwijs' en 'gezondheidszorg' is ook kort; natuurlijk creëert dat ook welvaart en in de mate dat de overheid daarin geld uitgeeft, hanteert ze een kromme rol van 'kapitalist'.


het volgende punt dat hij stelt, is het volgende:
Kapitalistische libertairen weigeren te erkennen dat er ook van kapitaal dwang kan uitgaan. Want wat ben je met een teoretische vrijheid als je ze door een gebrek aan middelen niet in de praktijk kan brengen? En wat is je vrijheid waard als een groot bedrijf met veel middelen 132 advokaten tegen je aan kan smijten om je klein bedrijfje te nekken of je te onteigenen?
(even ter zijde: de persoon in kwestie noemt zich een 'autonoom libertair', wat niet meer is dan het woord libertair (terug)kapen om het woordje te kunnen gebruiken om een welvaartstaat (met nadruk op 'persoonlijke vrijheid') te beargumenteren. Dat is natuurlijk - welke definitie je ook hanteert van libertair - een verkrachting van het woord. Het is het zoveelste woordje/kleedje voor welvaartstaatvoorstander. 'Er is maar echte vrijheid, als er middelen genomen worden van sommigen en aan mensen die 'arm' zijn gegeven.' Die redenering is niet nieuw en er is dan ook geen enkele noodzaak om een nieuwe term te hanteren daarvoor.)

Zijn punt is het al (oh zo vaak) gehoorde en al even vaak beantwoorde argument van 'ook het kapitaal heeft macht'. In de eerste plaats is 'het kapitaal' natuurlijk een compleet onterecht aggregaat. 'Het kapitaal' is een fictie; wat je wel hebt, is een heel systeem van mensen/ondernemingen/bedrijven die trachten te produceren - al dan niet geholpen door de staat, waar 'libertairen' ook tegen zijn natuurlijk. Het begrip 'kapitaal' kan je hanteren, maar dat betekent niets; er is niet zoiets als het universele, algemene monster met macht genaamd 'kapitaal'. Natuurlijk wil ik daarmee niet ontkennen dat er soms een bepaalde vorm van 'macht' uit kan gaan van je baas (maar ook vice versa), maar zolang deze 'macht' binnen de eisen van het recht blijft, is daar geen politiek probleem. Zolang de werkgever je niet dwingt om een bepaald contract te ondertekenen, of op een andere manier fysieke en agressieve dwang uitoefent is daar, alweer, geen politiek probleem. Indien hij echter alludeert op de 'macht' van werkgever versus werknemer - en die is er ongeveer wel - heeft hij het echter over het feit dat mensen recht hebben op hun middelen en dat kan gebruiken, omdat de andere bijvoorbeeld een deel van de ander zijn middelen begeert, kortom: er iets van wenst.

Natuurlijk valt er iets te zeggen dat ook staten zo gedeaggreerd moet worden - er is niet 1 'staat' in de wereld, maar er zijn in de wereld effectief maar ongeveer 200 staten - hoeveel verschillende ondernemingen zijn er?

Alweer: er kan een bepaalde druk uitgaan van bepaalde kapitalisten, maar zolang deze binnen het recht blijft, is er geen politiek probleem. En indien je dit een probleem vindt, is er een duidelijk argument voor meer vrijheid, meer mogelijkheden om zelf kapitalist/zelfstandige te worden, in plaats van minder.

Ook interessant is het zoveelste argument van 'wat ben je met theoretische vrijheid als je die niet in de praktijk kan omzetten'. Ja, dat is eigenlijk een punt over de fysieke capaciteit van iemand; iemand die lam is, is misschien (zelf) niet zoveel met 'de vrijheid te kunnen lopen', maar in elk geval profiteert hij er wel van dat anderen de vrijheid hebben te lopen. Zelfs als jij heel arm bent, dan zou je er nog van profiteren als er een algemeen systeem van handelingsvrijheid (binnen je eigen eigendom) hebt, want anderen kunnen zich dan verbeteren en zouden ze misschien meer middelen hebben om jou te helpen. Verder is het voor mij duidelijk: wie anderen kan bestelen/beroven, heeft de intelligentie en de kracht om te werken - er is dus geen enkel excuus om dit niet te doen. Ja, soms kan dat al eens aan een lager loon zijn, maar alweer: er is niet zoiets als een 'recht op middelen' door het feit dat anderen rijk zijn. Het zou nogal raar zijn dat door het feit dat we meer kunnen bereiken door samen te werken met anderen, dat daar ineens uit zou volgen dat we ook nog eens gedwongen mogen worden om anderen te helpen die niet mee doen aan deze sociale coöperatie. Indien iedereen autarkisch zou leven, zouden we allemaal gigantisch veel armer zijn. Door sociale coöperatie, worden alle participanten rijker. Maar waarom zou ineens uit het feit dat sommigen rijker worden door sociale coöperatie, er ineens een recht ontstaan om dwang uit te oefenen om middelen van anderen te verwerven?

Het laatste punt is mij deels niet geheel duidelijk en deels gebaseerd op een (doelbewuste?) misinterpretatie van het libertarisme. In het eerste geval is het mij niet duidelijk hoe je door '132' advocaten een klein bedrijfje zou kunnen 'nekken'. Ofwel heeft het bedrijf iets verkeerd gedaan, en dan is het toch normaal dat het vervolgd wordt? Ofwel heeft het bedrijf niets verkeerd gedaan en dan is er iets mis met het juridisch systeem - in ieder geval: onlibertarisch - dat het bedrijf genekt kan worden. Hoe kan dit dan een 'verwijt' zijn tegen het libertarisme?

(Bemerk de systematische onduidelijkheid; ja, er zijn allemaal problemen/allemaal mogelijke hypotethische situaties waarbij we heel oppervlakkige woorden gebruiken, gecombineerd met andere oppervlakkige woorden en daarmee hebben we iets 'bewezen'; maar als je tracht te onderzoeken wat er juist bedoelt wordt, is het toch allemaal niet zo eenvoudig.)

Het laatste punt is dat hij aanhaalt dat je blijkbaar 'onteigent' kan worden door advocaten; het is nogal duidelijk dat libertariërs heel duidelijk tegen het concept 'onteigenen' zijn - zie vooral de reactie van de libertariërs op de zaak Kelo vs New London - dus ik snap niet goed hoe de mogelijkheid van onteigening gebruikt kan worden tegen libertariërs, tenzij misschien uit onbegrip of vanuit een poging deze filosofie werkelijk zwart te maken, zonder substantiële argumenten te gebruiken.

De volgende discussie was een reactie van hem op een post van mij. Ik irriteer me al langer aan de redenering 'als we niet herverdelen naar arme mensen, gaan ze chaos veroorzaken tegen de rijken ('revolutie!') en daarom moeten we herverdelen'.

mijn post was:
Vind je niet dat de redenering 'als we niet sociaal corrigeren, gaan de armen een onstabiele samenleving veroorzaken' getuigen van een elitaire, denigrerende visie? Alsof armen niet in staat zijn om te werken om zichzelf te verrijken; neen, ze gaan chaos en wanorde veroorzaken, als we ze geen gooddies uit de overheid geven. Dat is je redenering; ik ga echter niet akkoord met die denigrerende vooronderstelling.
zijn antwoord is, natuurlijk, heel hard te verwachten:
Ooit al eens de straat opgeweest in een derdewereldstad? De armen werken zich daar hun ganse leven krom om de eindjes aan elkaar te knopen zonder dat ze er rijker van worden. De rijken zitten er te profiteren van de rest van de bevolking. De enige manier waarop de arme jongeren er zich aan de armoede kunnen ontworstelen is door bij de plaatselijke mafia te gaan. Is het dan te verwonderen dat de kriminaliteit er zo hoog is en een mensenleven er niks waard is?
het punt is dat, om dit punt relevant te maken, dat hij wilt aantonen dat de 'derdewereldstad' op ene of andere vorm (op systematische of overwegende wijze) 'liberaal' of 'libertariër' te noemen zijn. Maar als je de (beperkte en toch wel te bekritiseren) lijst van economic freedom van heritage foundation neemt, zie je dat de armste landen ('derdewereld landen') systematisch de landen zijn met de laagste (economische) vrijheid. (Hiermee wil ik liberalisme/libertarisme niet herleiden tot economische vrijheid, maar zijn punt is hier wel dat hij hier een economisch punt maakt, dus antwoord ik daar op economische termen op.)

dus ik zou al die punten willen en kunnen erkennen, zonder dat daaruit ook mara enige vorm van relevantie zou volgen voor de filosofie van het 'libertarisme'. Neen; het is niet te verwonderen dat daar veel criminaliteit is - vooral arm die van arm pikt - en dat is net het probleem en het gebrek aan libertarisme. In tegenstelling tot de aloude sneren, is 'libertarisme' niet de afwezigheid van regels, maar het (absoluut) respect voor eigendoms en vrijwillige interactieregels. Het is ook intrigerend dat er tegelijkertijd wordt verweten dat het libertarisme zo'n groot respect heeft voor die regels - die moeten toch genuanceerd worden?????? - en dat er tegelijkertijd omgevingen met weinig (economische) vrijheid, veel (privaat) geweld, etc. aangehaald worden als voordelen van het 'ongelijk' van het libertarisme dat de principes van vrijheid, eigendom en vrijwillige interactie en als rechtvaardigheidstheorie onzin zijn (maar dat is toch net het probleem daar en dat vinden ze (blijkbaar) ook onrechtvaardig) en dat de economische welvaartsgevolgen ook onzin zijn (maar het is er arm en juist die principes ontbreken). Compleet inconsequent - maar waarom zou men zich daarmee bezig houden, natuurlijk?













woensdag 31 maart 2010

Jong Animo Voorstel

Het is niet mijn gewoonte om rechtstreeks bepaalde voorstellen te bekritiseren, maar dit wou ik wel even illustreren. Animo, de jong-sociaal democraten, hebben eens nagedacht over waar naartoe met onze sociale zekerheid en zijn, op het vlak van de pensioenen, tot een volgende suggestie gekomen.

WAT?
Een publiek kapitalisatiesysteem op basis van de tweede pensioenpijler. Deze tweede pensioenpijler wordt gegeneraliseerd en in een publiek investeringsfonds gestoken.

HOE GEINVESTEERD?
Dit investeringsfonds investeert in serviceflats voor ouderen en rusthuizen.

ER IS 4 KEER WINST
1) Huidige gepensioneerden kunnen tegen sociaal tarief huren, door het beperken van de woonkost geef je ze meer ademruimte. De sociale huurtarieven worden telkens geherinvesteerd in nieuwe ouderdomswoningen.
2) Je hebt kapitaalopbouw via de woonsten die meer waard wordt + de inkomsten uit de (sociale) huur.
3) Als de huidige jongerengeneratie op pensioen gaat, kunnen ze zo goed als GRATIS gebruik maken van deze serviceflats.
4) Daarnaast genereert dit een enorm aantal jobs in de (sociale) bouwsector!

Klinkt mooi - ongetwijfeld - maar er zijn hier toch wel enkele problemen mee. Ik geef een niet-exhaustieve lijst.
  1. Om te beginnen heb je, natuurlijk, de typische argumenten tegenover overheidsefficiëntie. Wat houdt politici tegen om dit 'fonds' te gebruiken/uit te geven en te vervangen door claims van latere belastingsbetalers, zoals, bijvoorbeeld, het zilverfonds? Maar goed; we zullen ons trachten te focussen op het voorstel zelf en dus een (1) eerlijke, (2) efficiëntie overheid vooronderstellen - alle public choice, korte termijn incentives en dergelijke die overheden hebben negeren.
  2. Het eerste probleem is het punt van 'de tweede pensioenpijler'. De tweede pensioenpijler is de pijler via de werkgever, i.e. uw werkgever betaalt extra bovenop uw loon. (In praktijk wordt natuurlijk dit 'extra' gedisconteerd, waardoor dit dus simpelweg een extra belasting is, die gedragen wordt door de werknemer.) Dus bovenop de hoge belastingen die er in België al worden gedragen, is het voorstel van de socialisten om een belastingsverhoging door te voeren. De vraag is echter in welke mate dit nog mogelijk is; op welk punt van de laffercurve zitten we? Het is waar dat het zou kunnen dat een verdere belastingsverhoging de inkomsten nog zou kunnen doen stijgen, maar de vraag is maar in hoeverre dit waar is.
  3. Een tweede probleem hiermee is dat 'de werkgever' nogal moeilijk/dubieus is als de overheid de grootste werkgever is - ongeveer 20 a 25 procent van de werkende bevolking? Wat gaat zij doen? De nettolonen verlagen van haar ambtenaren of hogere lonen uitbetalen, waardoor er eigenlijk een grotere druk ontstaat op de rest van de werkende bevolking in de private sector? Ook is het niet duidelijk hoe deze tweede peiler werkt voor zelfstandigen - maar dat is niet echt een argument; eerder mijn onwetendheid. (Dat moet je ook kunnen toegeven.)
  4. Het probleem met een 'publiek' investeringsfonds, zoals ze daarna erkennen, is dat er helemaal geen poging is om winst te maken. Maar je kan iets niet een 'investering' noemen als je er geen winst op tracht te maken; zover ik zie proberen ze hoogstens break even te dragen, zonder rekening te houden met de tijdspreferentie. (Doen alsof 100 euro nu gelijk is aan 100 later.) Dat leid ik af uit het feit dat ze spreken over 'sociale' tarieven en wat weet ik nog allemaal; dus ik vermoed dat ze niet simpelweg de prijs die ongeveer zou ontstaan in een markt zouden vragen. Het is dus onterecht dat ze dit een 'investering' noemen; ze proberen geen winst te maken. Ze proberen simpelweg geld te herverdelen. Maar dan komen we bij het belangrijkste punt: als ze geen winst proberen te maken (of zelfs maar brake even draaien), is dit 'publiek investeringsfonds' helemaal niet zelfbedruipend en zal er op een of andere manier moeten bijgepast worden. Hoe?
  5. Maar goed; we gebruiken het geld om allerlei 'serviceflats' te bouwen (onder de prijs die zou ontstaan op een markt, anders zou het punt niet zijn dat de overheid het doet) en daardoor hebben ze 'ademruimte'. Deze sociale doelgroep is dan geholpen, op kosten van de belastingsbetaler. Maar wacht; het geld dat ze betalen, wordt dan gebruikt om (1) zowel te herinvesteren in nieuwe ouderdomswoningen (geld dat veel trager binnenkomt dan aan een marktconforme prijs), (2) deze inkomsten zorgen ook voor kapitaalsopbouw (een reserve), (3) de huizen 'worden meer waard' (waar komt dit ineens vandaan) en (3) als de jongeren dan op pensioen gaan, kunnen ze hier 'zo goed als gratis gebruik van maken'. Let op dat dezelfde 'sociale tarieven' (ik vermoed dus niet al te hoge) gaan dienen voor kapitaalsopbouw (een reserve), het bouwen van nieuwe woningen (die dan ook gaan stijgen in waarde?) en, ik hoop, ook het onderhoud van de bestaande woningen? 't klinkt allemaal nogal mooi, maar ik vraag me toch af of de 'sociale tarieven' die ze vragen wel genoeg gaan zijn voor al deze zaken te bereiken. Want als deze sociale tarieven genoeg zijn om zowel kapitaalsopbouw, onderhoud en nieuwe investeringen te rechtvaardigen... waarom zou een private partner dat dan niet doen? Het lijkt me nogal straf dat de markt zo dom is dat ze zo'n oppurtuniteit niet zijn. Dus ik betwijfel dat de 'sociale tarieven' effectief genoeg gaan zijn om al deze 3 doelstellingen ten volle te gaan bereiken - en dat er op een of andere manier zal bijgesprongen moeten worden.
  6. Wat ik ook niet snap, is dat ze erkennen imo door toevoeging van het woordje 'sociaal' bij de huurprijs, dat dit een lage huurprijs zal zijn. Hoe zal de opbrengst daarvan dan kunnen dienen om de pensioenen (van diezelfde? of andere?) ouderen te betalen. Het lijkt me een beetje baron von munchhausen die aan zijn eigen haar zichzelf uit het moeras trekt.
  7. Wat ik ook niet snap is dat deze woningen miraculeur 'meer waard' zullen zijn. Meestal, en woningen zijn daar geen uitzondering op, is het ceteris paribus principe geldig dat als je iets gebruikt, de waarde daalt. Woningen zijn ook onderhevig aan vermindering van waarde. Natuurlijk; tenzij ze een vermindering van het aanbod van huizen in het algemeen verwachten, gaat de waarde daarvan stijgen, maar dit zal dan ook zijn door groter wordende schaarste - niet bepaald iets wat we willen. (Maar natuurlijk wel mogelijk te creëren door de overheid.)
  8. Ik ben ook niet zeker of de huidige 'jongeren' wel willen leven in die serviceflats; vergeet niet, tegen dat de huidige 'jongeren' op pensioen mogen, zijn we toch wel zo'n ongeveer 20-30-40 jaar verder (afhankelijk van hoelang je nog 'jongere' bent); maar ik ben niet zeker of ik (en velen met mij) wel over 20, 30 (en voor mij dan) 40 jaar zouden willen leven in nu gebouwde sociale service flats van de overheid. Iets zegt me dat dit toch niet bepaald optimaal is - maar oke. Bijkomend (en belangrijker) is het punt dat ik niet snap hoe dat we daar 'zo goed als GRATIS' (met hoofdletter!) in zouden kunnen zitten. EN als het zo 'goed als GRATIS' is, welk alloceringsmechanisme gaan ze dan gebruiken? (Als het zo goed als GRATIS is, is er wrslk, ongeacht de kwaliteit, een redelijke vraag naar; op welke manier gaan ze dan alloceren tussen alle verschillende mensen die er dan in willen.) Om maar te zwijgen dat ik geen enkele reden zie dat het dan zo goed als GRATIS zou zijn; oke, misschien is de 'sociale huur' wel echt zo laag, maar dan komen we terug bij het vorige punt: hoe gaan ze met die sociale huur zowel onderhoud, nieuwe investeringen als een reserve fonds aanleggen?
  9. Tot slot misschien het punt dat dit helemaal geen jobs 'bijcreëert'. Dit is de aloude drogreden van the seen and the unseen is al 150 jaar geleden ontkracht door Bastiat. Voor zij die het nog steeds niet doorhebben: als ik een euro van jou neem en die aan iemand anders geef, is er in de samenleving als geheel niet 'een euro meer verdiend'. Als ik 1000 euro per maand van 1000 mensen steel en daarmee een loon betaal, is er niet een loon 'meer', maar is er in de samenleving als geheel gewoon herverdeeld, niets 'bijgekomen'. Lees het allemaal hier nog eens na. Het is dus ook simpelweg niet waar dat er 'meer jobs' bijkomen door dit voorstel. 'Jobs' die herverdeeld zijn en nu de overheidsvoorkeuren dienen; dat wel. Maar er zijn geen 'nieuwe' jobs.


dinsdag 16 maart 2010

Socialisten, arbeidsdeling en vrijwilligheid

Uit een voetnoot uit Het Fundamenteel Rechtsbeginsel: (pg. 307)

"R. L. Heilborner: Marxism: For & Against. New York 1979, HK 5: "“The creation of socialism requires the curtailment of the central economic freedom of bourgeois society, namely the right of individuals to own, and therefore to withhold if they wish, the means of production, including their own labour. The full preservation of this bourgeois freedom would place the attainment of socialism at the mercy of the property owners who could threaten to deny their services to society – and again I refer to their labor, not just to material resources – if their terms were not met.”
Ben ik nu de enige die hierin een zeker totalitair karakter in ziet, in de zin dat mensen niet de toelating hebben om hun arbeid (eender welke hoeveelheid) te weerhouden van de algemene productie? In ons verderfelijk kapitalistisch systeem heb je zelf nog de keuze om geheel of een deel van je arbeid te weerhouden, zolang je maar niemand dwingt om zijn arbeid voor jou op te offeren. Echter, in het socialisme - volgens Heilborner - heb je niet recht ook maar een deel van je arbeid te weerhouden, want dan wordt het socialisme onderhevig aan 'bezitters' - ook de 'bezitters van arbeid'. Jeweetwel: het proletariaat.

Het is hoe langer hoe meer duidelijk dat de 'excessen' van de planeconomie toch niet zo 'onverwacht' of zo 'niet verwant' zijn met het socialisme.

zondag 3 januari 2010

Update over democratisch socialisme

Vandaag zag ik de op website van de actief linkse studenten het volgende staan:

"(...)
In de geschiedenis zijn reeds verscheidene pogingen ondernomen om tot zo’n maatschappij te komen. Het bekendste voorbeeld is Rusland, waar na 1917 een socialistische economie werd ingevoerd. Het resultaat was dat de Sovjetunie zich op korte tijd van een achterijk land in een moderne supermacht ontwikkelde. Iedereen kon genieten van kwaliteitsvol onderwijs, vrouwen kregen stemrecht, en de instituten van de arbeidersdemocratie kregen de macht over de staat.

Helaas werden deze verworvenheden vanaf het midden van de jaren ’20 geleidelijk aan afgebouwd toen een groep bureaucraten onder leiding van Stalin profiteerde van de achtergestelde positie van Rusland en het isolement waarin het verkeerde om geleidelijk aan de macht over te nemen. Dit leidde tot de degeneratie van de Sovjetunie naar een dictatoriale staat, waar de planeconomie niet meer geleid werd door de bevolking, maar door een groep bevoordeelde bureaucraten. (...)

Dit is interessant: het voorbeeld dat de ALS aanneemt als een 'democratische planeconomie' is dus - volgens deze tekst - Rusland van 1917 tot 'midden jaren '20', de jaren waarin 'van een achterlijk land naar een supermacht heeft ontwikkeld, iedereen kon genieten van kwaliteitsvol onderwijs, vrouwen stemrecht hadden en de instituten van de arbeidersdemocratie kregen de macht over de staat'.

Persoonlijk vermoed ik, in alle eerlijkheid, dat het hier simpelweg ongelukkig geformuleerd is: het zou me sterk lijken dat ze de periode van het 'oorlogscommunisme' tot hun grote voorbeeld gaan verheven.

Het oorlogscommunisme (van 1918-1921) was niet bepaald het beste voorbeeld van vrij, solidair, vriendelijk, coöperatief socialisme met een functionerende (deliberatieve) democratie en communicatie tussen grote lagen van de bevolking. Natuurlijk wil ik hier het effect van de oorlog niet vergeten - een oorlog zal elk economisch systeem relatief slechter doen functioneren dan het zou kunnen functioneren - maar zelfs dan denk ik niet dat dit bepaald 'het' voorbeeld was.

Ik vermoed dat ze het eerder hebben over de Nieuw Economische Politiek van de USSR (die pas begon in 1921 en eindigde in 1928), maar tenzij onze dierbare vrienden van de Actief Linkse Studenten een ferm stukje historisch revisionisme hebben gehad dat ik heb gemist, was dit toch ook niet bepaald het democratisch socialisme zoals zij het zou oh zo mooi formuleren: de NEP was niet meer dan het herinstalleren van een (uitgebreid gereguleerd) kapitalisme (met belastingen). Er was helemaal geen sprake van 'collectivisering van alle productiemiddelen' maar overgang naar de aanpak die overheden al decennia gebruiken omdat dit simpelweg efficiënter is om aan 'beleid' te doen dan het geheel te controleren: reguleren en belasten. (Misschien zit er toch iets in de bewering dat markten beter zijn?)

Bemerk overigens ook dat de belastingstarieven niet bepaald 'proportioneel' waren (i.e. 'vaste' hoeveelheid goederen van de landbouwers, waarbij overschotten verkocht konden worde op de private markt), buitenlandse investeringen werden toegelaten (ja, de modernisering van Rusland toen was onder andere dankzij het veel rijkere Westen), en meer van dat fraais.

Geen wonder dat (velen van) de toenmalige partijleden vonden dat het een verraad was van het Marxisme/communisme: private eigendom was toegelaten en de staat - eerder dan een 'dictatuur van het proletariaat' - was een elite die reguleerde, controleerde en belaste.

Waar dat onze vrienden van de ALS de gigantische verbetering van het onderwijs zien en meer van dat fraais: geen idee. Als het er al was, zou het wel eens kunnen liggen aan de liberale hervormingen eerder dan het onbestaande 'democratisch socialisme' dat zij daar zien.

zaterdag 2 januari 2010

Coördinatie en democratische planning

Een van mijn favoriete blogs 'The Austrian Economists" heeft sinds 1 januari zijn naam verandert naar 'The Coördination Problem'.

Los van de naamsverandering, verwijzen ze naar een paper van O'Driscoll die zou schrijven dat Hayek zijn werk te herleiden is naar het oplossen van het coördinatieprobleem - waar zeker iets inzit. Ik kan helaas (door traag internet) de link niet goed openen, dus dat zal voor later zijn. Maar louter op de gedachte van economische wetenschap als de bestudering van menselijke coördinatie. Het punt is dan om aan te tonen welke economische (culturele) systemen het beste menselijk gedrag op elkaar kunnen afstemmen. Dit vooronderstelt echter wel het belang van arbeidsdeling - alhoewel dat ik denk dat zelfs de meest ardene Marxist wel zal erkennen dat arbeidsdeling zorgt voor productiviteitsstijgingen.

(Update bij deze paragraaf: ondertussen is het me wel gelukt en het gaat om dit boek van O'Driscoll: 'Economics as a Coördination Problem'.)

De centrale planeconomische gedachte steunt dan op de (naïve) vooronderstelling dat in het geval van centrale planning deze coördinatie het meest optimaal verloopt. Het toevoegen van het woord 'democratisch' aan deze gedachte is om te articuleren dat de voorkeuren van individuen wel degelijk van belang zijn (i.e. dat het niet simpelweg een dictator is die zaken oplegt.) Ik denk dat het een veilige gok is om te zeggen dat men niet zomaar democratie bedoelt zoals we die vandaag zien, maar eerder een vorm van brede consensusdemocratie over de middelen en de doelen.

(Ik betwijfel of men zich vrijwillig mag onderwerpen of niet aan deze consensusdemocratie; maar vanuit Marxistisch perspectief is deze vraag ook niet relevant. Als ik spreek 'mag ik daar vrijwillig aan onderwerpen of niet?' dan vooronderstel ik de legitimatie van private eigendom (in consumptie- en productiemiddelen) wat natuurlijk het punt ter discussie is: zij vinden immers dat private eigendom illegitiem is en dus onvrijwillig voor iedereen behalve de eigenaar.)

Maar het punt van democratie creërt dan wel weer een andere vraag op het vlak van coördinatie: het democratische proces moet zelf gecoördineerd worden. (Ik denk dat deze vraag wel degelijk relevant is; indien je voorstander bent van een democratische procedure om je planeconomie te regelen, moet je wel degelijk een visie hebben over hoe deze democratie geregeld wordt.) Relevante vragen hierbij zijn: hoeveel mensen mogen meebeslissen?

Het is 1 ding om aan deliberatieve consensusdemocratie te doen met 10, 20, 50 of zelfs 100 of eventueel zelfs 2000 mensen te doen, maar als je het dan trekt naar 100 000, 1000 000... dan zie ik toch wel problemen ontstaan op het vlak van coördinatie van het democratische proces.

Een manier om dit op te lossen, is via verkozen organen (zoals parlementen), maar zou dit wenselijk zijn? (Misschien een goede vraag om te stellen: zouden de Marxisten en communisten die pleiten voor een democratische planeconomie voorstander zijn dat het huidige Belgische parlement de gehele economie plannen? Of ik wil zelfs verder gaan: dat hij (of zij) 150 mensen mag kiezen die de Belgische economie gaan plannen, met alle mogelijke manieren om aan beraadslaging te doen die ze zelf kiezen (referenda, vraagstellingen, vergaderingen organiseren, etc.) maar dat de uiteindelijke beslissing bij hen ligt? Ik kan me inbeelden dat een Marxist/communist daar ook sceptisch tegenover is.

Een andere manier om dit op te lossen is het decentraliseren van beslissingen. Bijvoorbeeld naar arbeidsraden in bepaalde sectoren. Maar ik denk dat je een redelijk punt kan maken als je zegt dat 'decentralisatie' ook beslissingsrecht (over wat er mee gebeurd) en verantwoordelijkheid (over de gevolgen daarvan) met zich mee moet nemen. Stel bijvoorbeeld voor dat men beslissingen decentraliseert naar alle afdelingen (vrij te kiezen hoe je dit invult; neem je ideale grote van afdelingen en je ideale onderscheid) van de democratische procedure. Wat zou je dan juist decentraliseren? Als je ze geen middelen geeft om over te oordelen, dan heeft het niet veel zin om bepaalde beslissingen te decentraliseren. En als je ze geen verantwoordelijkheid geeft over hun beslissingen, dan weet ik ook niet of je heel positieve gevolgen zal hebben. Indien deze weg gekozen zou worden, dan ben ik echter genoodzaak om te zeggen dat er een bepaalde vorm van private eigendom wordt herïngevoerd. De creed van het Marxisme is immers de vernietiging van private eigendom. Maar eigendom betekent niet zoveel meer als 'middelen waarover je mag beslissen'. Als er bepaalde middelen waar bepaalde fracties van de samenleving over mogen beslissen (en andere fracties niet) heb je een systeem van private eigendom.

Je zou ook kunnen werken met allerlei democratische raden. Wij met zijn tienen komen samen en kiezen 1 iemand die onze belangen een niveau hoger verdedigt. Op dat niveau komen 10 afgevaardigen samen (die elks 10 mensen verdedigen) voor nog een niveau hoger, enzovoort tot het hoogste niveau. Zal dit het coördinatieprobleem - wat er geproduceerd moet worden, hoe dit moet gebeuren en wie wat moet krijgen - op een effectieve manier oplossen?

Alweer: we proberen de coördinatieproblemen te achterhalen die een rol spelen in een democratische planeconomie, die volgens mij toch niet bepaald klein zijn. Men zou ook het democratische aspect kunnen negeren, en coördinatie simpelweg afhankelijk maken van een kleine elite (al dan niet verkozen), maar ook hier: zal dit een goede coördinatie van alle handelingen met zich mee brengen?

Nog een belangrijke vraag is in welke mate het politieke proces recht zal doen aan de relatieve afwegingen die mensen hebben. In een marktproces zijn mensen verantwoordelijk voor hun eigen middelen: wat ze er wel en niet meedoen. Als ze iets ruilen, geven ze iets op om iets anders in de plaats te krijgen dat voor hen meer waard is. (Ik weet dat ik hier zaken zeg waar een Marxist niet mee akkoord zal gaan, maar goed: zelfs als je dit verwerpt, blijft het punt staan.) Hoe ga je in het politieke proces incorporeren dat mensen hun wensen op een eerlijke manier vertolken, i.e. op zo'n manier dat zij ook verantwoordelijk (al dan niet geheel) gesteld kunnen worden voor de kosten die hiermee gepaard gaan. Ik wil gerust heel veel zaken (materieël en immaterieël), maar ik ben niet van alles bereid de kost te dragen die dit met zich mee zal brengen. Hoe ga je in een politiek proces hiermee rekening kunnen houden, i.e. kunnen coördineren dat mensen niet 'te veel vragen' maar dat ze ook 'geven wat ze krijgen' (al dan niet met herverdeling).

Nog een issue dat ik zie is simpelweg dat sommige mensen beter zijn in het politieke spel dan anderen, i.e. dat sommigen beter zijn in het beïnvloeden van een democratisch proces (hoe gedecentraliseerd het ook is) dan anderen. Als echter je gehele economie gepland wordt door 1 organisatie, kan het talent van deze enkelen veel invloed hebben. Alweer: het probleem van democratisch despotisme is niet a priori uit te sluiten. Hoe zou je hier tegen kunnen reageren? Ik kan me niet direct een mogelijke oplossing inbeelden, tenzij iets in de aard van 'de invloed van ieder individu zo beperkt mogelijk houden'. Maar uiteindelijk gaat er toch een beslissing gemaakt moeten worden die voor heel de relevante bevolking goed is (dat is toch de creed van de democratische planeconomietheoretici). Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden (zoals hierboven al aangeduidt), maar ik ken geen enkele mogelijkheid waarbij er niet bij bepaalde mensen significant meer invoed is op het eindresultaat is dan de grote meerderheid van de rest van de bevolking. Misschien dat er een systeem bedenkbaar is waar dit wel zo is, maar dan vraag ik me weer af in welke mate dat dit efficiënt zal zijn.

Nog een issue is het constante veranderde van een economie. Tenzij men een manier weet om er voor te zorgen dat de noodzaak van adapatie in een economisch systeem uitgesloten is - mogelijke situaties zijn: tegenvallende weervoorspellingen, vergissingen bij het calculeren van dit of dat, ongelukken in een bedrijf, bij het transport, etc. - zal ook dit (per definitie) via een democratisch besluitvormingsproces moeten gebeuren. Misschien kan dit van een vertegenwoordigend orgaan (een planeconomische variant van het parlement van vandaag), maar dan leg je wel veel macht bij dit orgaan. (Minder als ze de hele economie moeten plannen, maar toch wel relevant veel, denk ik.) Stel immers voor dat je ze niet de macht geeft om (delen van) het plan te veranderen, hoe zouden ze aanpassingen kunnen maken om te reageren op deze onvoorziene omstandigheden?

Ik heb al gehoord (maar hier ben ik niet meer zo zeker van) dat er verwezen wordt naar het succes van het deliberatieve socialisme in Cuba. Zelfs met de meest 'charitable interpretation' kan ik me niet inbeelden dat dit deliberative socialisme werkelijk gaat over alle issues in de economie. Ik kan me inbeelden dat dit gaat over kleine lokale zaken, maar niet over de economie als geheel en dat de 'grote' beslissingen nog steeds bij een kleine elite liggen - zelfs als er procedures zijn die we als democratisch zouden bestempelen op gelijke wijze als dat de USA en België een democratie zijn. Ik denk ook dat - als dit waar is - dat er een non sequitur wordt gebruikt om vanuit het (relatieve) succes van deze zaken af te leiden dat op analoge wijze een gehele economie gepland kan worden. (Laten we hier ook aan toevoegen dat Cuba wel degelijk een systeem van private eigendom heeft, dat loonarbeid daar nog steeds bestaat, dat niet alle arbeiders hun meerwaarde daar uitbetaald krijgen en dat daar een grote zwarte markt is (met toerisme dat teert op Westers geld). Los van in welke mate je Cuba beoordeelt als een succesverhaal; het is niet waar dat het daar conform het Marxistisch ideaal is. Er zijn daar elementen aanwezig die eerder neigen naar een markteconomie.)

Mijn laatste voornaamste punt - en misschien wel iets dat in al mijn argumenten onderhuids aanwezig is - is het aspect van kennis. Een van de Oostenrijkse inzichten is het aspect dat het economisch systeem kennis van individuen coördineert ("an intellectual division of labour"). Een goede quote om dit te illustreren (zonder het punt echt uitgebreid te bewijzen) is deze van von Hayek uit zijn 'Individualism & Economic Order', meer bepaald het (bekende) artikel 'The Use of Knowledge in Society'.

" How much knowledge does he need to do so [to participate in a marketeconomy] successfully? Which of the events which happen beyond the horizon of his immediate knowledge are of relevance to his immediate decision, and how much of them need he know?
There is hardly anything that happens anywhere in the world that might not have an effect on the decision he ought to make. But he need not know of these events as such, nor of all their effects. It does not matter for him why at the particular moment more screws of one size than of another are wanted, why paper bags are more readily available than canvas bags, or why skilled labor, or particular machine tools, have for the moment become more difficult to obtain. All that is significant for him is how much more or less difficult to procure they have become compared with other things with which he is also concerned, or how much more or less urgently wanted are the alternative things he produces or uses. It is always a question 0.£ the relative importance of the particular things with which he is concerned, and the causes which alter their relative importance are of no interest to him beyond the effect on those concrete things of his own environment."

(...)

Assume that somewhere in the world a new opportunity for the use of some raw material, say, tin, has arisen, or that one of the sources of supply of tin has been eliminated. It does not matter for our purpose-and it is significant that it does not matter-which of these two causes has made, tin more scarce. All that the users of tin need to know is that some of the tin they used to consume is now more profitably employed elsewhere and that, in consequence, they must economize tin. There is no need for the great majority of them even to know where the more urgent need has arisen, or in favor of what other needs they ought to husband the supply. If only some of them know directly of the new demand, and switch resources over to it, and if the people who are aware of the new gap thus created in turn fill it from still other sources, the effect will rapidly spread throughout the whole economic system and influence not only all the uses of tin but also those of its substitutes and the substitutes of these substitutes, the supply of all the things made of tin, and their substitutes, and so on; and all his without the great majority of those instrumental in bringing about these substitutions knowing anything at all about the original cause of these changes. The whole acts as one market, not because any of its members survey the whole field, but because their limited individual fields of vision sufficiently overlap so that through many intermediaries the relevant information is communicated to all.
The mere fact that there is one price for any commodity-or rather that local prices are connected in a manner determined by the cost of transport, etc.-brings about the solution which (it is just conceptually possible) might have been arrived at by one single mind possessing all the information which is in fact dispersed among all the people involved in the process."
(*Indien je 1 essay moet lezen uit die bundel, dan zou ik gaan voor 'The Use of Knowledge" of 'The Meaning of Competition'. Bij uitbreiding zijn essays 1, 3, 4, 5 en 6 absolute mustreads.)

Hayek beschrijft hier (min of meer) hoe het economische marktsysteem kennis coördineert. (Ik wil hier aan toevoegen, voor de scepticus, dat hij dit hier niet zozeer bewijst, alhoewel dat hij toch goede redenen geeft - redenen die beantwoordt moeten worden vooraleer men ze opzij schuift - om dit proces te aanvaarden.) Vermits dat een planeconomie (democratisch of niet) het prijsmechanisme (per definitie) afschaft en vervangt door een politiek proces, moeten ook de gevolgen van het prijsmechanisme in een markteconomie (de coördinatie van kennis) opgevangen worden. Dit hoeft op zich geen doorslaggevend argument te zijn: men kan beweren dat kennis op een betere manier in een (democratische) planeconomie gecoordineerd kan worden, i.e. dat het bij de relevante personen terecht komt. Maar per definitie (lijkt mij) is in een democratische planeconomie iedereen een relevante persoon. Ik, in een markt, hoef niet te weten hoeveel de 'prijs' of de 'kost' of enig wat is van elk middel (arbeid, land en kapitaal) in een samenleving. Ik hoef enkel de relevante zaken voor mijn doelen weten. Maar in een democratische planeconomie hebben veel mensen over veel zaken beslissingsrecht. Alweer: je kan dit oplossen door het aanduiden van specialisten, maar dan heb je weer monitorproblemen van deze specialisten. Het is bijvoorbeeld niet waar dat iemand wiens beslissing een verkeerd gevolg heeft, per se een verkeerde beslissing heeft gemaakt (en omgekeerd). Maar om hier over een goed oordeel te vellen, vergt op zijn beurt weer kennis.

Het punt van kennis - wat is relevant, wat moet er gemaakt worden, voor wie, door wie, etc. - is een belangrijk punt. Als alle productiemiddelen door 1 organisatie beheerd worden, verschuif je de manier waarop er op deze vragen geantwoord wordt evenzeer. Het is mij niet duidelijk hoe dat een (democratische) planeconomie de (relevante) kennis (voor elk particulier probleem) (1) zal vergaren, (2) aan de (relevante) mensen zal kunnen mededelen, (3) en zal zorgen dat zij op basis van deze informatie de juiste zaken doen (i.e. hun eigen belang op zij zetten.) Tenzij er misschien geopteerd kan worden voor een democratische planeconomie waar mensen nog steeds hun eigen belang kunnen nastreven. (Een systeem dat - al dan niet grotendeels - rust op een altruïstische assumptie heeft een bijkomend probleem. Natuurlijk kan men beweren dat mensen in een andere institutionele setting altruïstischer worden, maar dan moet je wel aantonen hoe deze institutionele setting daarvoor zal zorgen, denk ik.) Maar hoe dat zou werken; weet ik al helemaal niet.

Misschien is niet elke tegenwerping even sterk (ik ben zelf alweer bezig om planeconomische tegenargumenten tegen mijn eigen opwerpingen te formuleren), maar het lijkt me toch relevant om er rekening mee te houden. (Als ze eenvoudig te weerleggen zijn; des te beter!)

Mijn conclusie is dus - op basis van deze monoloog: ik nodig discussie, logischerwijze, uit - dat de voorstanders van een democratische planeconomie zitten te vitten op de 'anarchie van productie' wegens een gebrekkig inzicht in het coördinatiemechanisme dat een rol speelt in een planeconomie. (We laten de morele bezwaren en argumenten hier even terzijde.) Maar zelfs indien je deze coördinatie niet ziet - of niet zo relevant vindt - denk ik dat er duidelijk redenen zijn om grote coördinatieproblemen te zien in het voorgestelde alternatief. Er kan mij verweten worden dat ik in deze tekst een stropop aanval, gebaseerd op bourgeois denkbeelden en vanuit mijn eigen beperkt denkkader en meer van dat fraais. Dat kan goed waar zijn, maar, helaas, ik heb nog geen literatuur gevonden die inging op hoe zo'n democratische planeconomie er dan iets concreter uit zou zien (laat staan over de moeilijkheden die er zouden kunnen ontstaan). Politieke wetenschappen weet al geruime tijd dat het coördineren van politieke beslissingen niet eenvoudig is - nu nog de democratische plansocialisten?




zondag 27 december 2009

Review: Foundations of Morality

The Foundations of Morality ~ Henry Hazlitt (op amazon)
The Foundations of Morality ~ Henry Hazlitt (op Mises.org)
Of, wie het in pdf wilt, kan het hier downloaden.

Eindelijk heb ik dit boek gelezen en ik moet zeggen: het was een (quasi) foutloos parcours van de auteur, tot, naar mijn grote spijt, de laatste meters.

Het boek heeft 33 hoofdstukken, dus het zou een beetje te gek zijn ze elk te bespreken, maar de essentie van het verhaal is ongeveer het volgende. Het boek is ongeveer 3 delen - alhoewel dat deze eigenlijk ook wat door elkaar lopen. Het eerste 'stuk' is waarin hij de essentie van zijn visie (die hij 'coöperatism' doopt) uitlegt: vreedzame, langdurige coöperatie is het meest ethische want het beste voor, uiteindelijk, iedereen. Het tweede deel is waarin hij allerlei morele issues bespreekt in het licht van deze visie. Het probleem van 'egoïsme' en 'altruïsme', het probleem van de plicht, intuïtie, 'happiness', moraal, etc. Hij tracht in een aantal hoofdstukken uit te leggen hoe we tegenover die zaken moeten staan. Zonder over te gaan tot politieke conclusies, probeert hij in deze hoofdstukken uit te leggen wat de morele manier van handelen is, op zo'n manier dat het heel overtuigend is, zonder dat daar direct politieke conclusies aan vast hangen. Het is maar in ongeveer het derde deel (dat, naar mijn mening, begint bij hoofdstuk 24) waarin hij traag maar zeker meer politieke conclusies vasthangt aan de visie. (Je zou, misschien correcter, kunnen beargumenteren dat hoofdstukken 24 tot 29 (minus 27, dat eerder bij deel 2 hoort) een gestage overgang is tussen deel 2 en deel 3, zoals ik het hier gedefinieerd heb.) In de climax van het derde deel, in de hoofdstukken 30 en 31: 'the morality of capitalism' en 'the morality of socialism', 'past' hij dan (grosso modo) alle ethische beginselen die hij heeft beargumenteert (min of meer) toe. Een van zijn fundamentele punten is dat alle ethische principes die hij daarvoor heeft uitgewerkt, van toepassing zijn in het kapitalistische systeem. (Hiermee heeft hij het niet over het status quo, maar eerder over het ideaaltype van een vrije markt economie.) In het hoofdstuk over het socialisme beargumenteert hij dan weer dat het socialisme helemaal niet zo ethisch is als vaak gezegd wordt. Aansluitend is er nog een hoofdstuk over de verhouding tussen religie en moraal (dat eerder bij deel 2 hoort) en een concluderend hoofdstuk met de essentie van zijn moreel systeem.

Ik was een grote fan doorheen het gehele boek, met bijvoorbeeld citaten zoals (pg 124):
Moralities are a systems of principles whose acceptance by everyone as overruling the apparent dictates of immediate self-interest is in the long-run interest of everyone alike.
of op pagina 164. Hier maakt hij een vergelijking tussen het concept economische calculatie, dat maar mogelijk is door het feit dat (quasi) alle mensen in de economie waardeoordelen maken in termen van geld en moraal anderzijds:
So far we have been drawing our illustrations purely from the economic realm. But what is true of market prices and economic values is also true, though in a less precise way, of aesthetic, cultural, and moral values. The individual, in the whole range of his life and thought and activity, finds himself confronting and dealing with an infinitely complex set of social values. These are, of course, ultimately the valuations of other people; but the mutual relationship and causation are complex. Just as, in the economic realm, the infinitely diverse valuations of other people do not result in an infinite number of market prices, but, at a given time and place, just one market price for a given (homogeneous) commodity, a price that is the composite result of individual valuations, so in the political, aesthetic, cultural and moral realms we find ourselves dealing also with such composite valuations, which seem to have a life and existence of their own, and to stand apart from the valuations of any one individual. Thus we speak, and seem to be warranted in speaking, of the reputation of Beethoven, Michelangelo, or Shakespeare, of the sentiment of the community, of public opinion, of the moral tradition, or the prevailing moral code.

In mijn goede oude stijl stond ik al klaar om aan te duiden dat Hazlitt het onderscheid tussen 'rechten' en 'moraliteit' niet respecteert, maar zelfs dat negeert hij niet: hij maakt duidelijk (maar werkt dit niet verder uit) dat er wel degelijk een onderscheid is tussen 'echte (natuur)rechten' en 'valse rechten'. Het is misschien spijtig dat hij dit niet verder uitwerkt, maar dat was de essentie van zijn verhaal niet. Hij beargumenteerde de morele superioriteit van zijn systeem en niet zozeer de 'rechtsfilosofische' waarde - ook al steunt het daar deels op.

Het fundamentele punt van zijn systeem is dat sociale coöperatie, met respect voor eigendomsrechten, [i]in the long run[/i] zal zorgen voor een systeem waarin zoveel mogelijk mensen hun eigen morele waardigheid kunnen behouden. Hij spendeert veel tijd (en terecht) met het uitleggen van de rol van morele regels in ons dagdagelijkse leven (en waarom dat het vaak kan zijn dat ze niet ons directe, korte termijn geluk verzekeren). Je zou kunnen zeggen dat hij moraliteit als een onderdeel van 'the division of labour' - maar dan net iets anders - beschouwt, i.e. iedereen draagt er aan bij en het kan niet centraal gepland worden. Je kan hier zijn gehele concluderende hoofdstuk vinden, voor meer duidelijkheid bij wat hij concreet heeft beargumenteert.

Helaas kan ik het boek geen 10 op 10 geven (maar zeker en vast een 9.5) omdat, uiteindelijk, de hoofdstukken over kapitalisme en socialisme teleurstellen. Hij beargumenteert in het hoofdstuk over kapitalisme nog wel vanuit de inzichten die hij daarvoor uitgebreid heeft beargumenteert (en waar de lezer, naar alle waarschijnlijk, mee akkoord is gegaan), maar het socialisme bekritiseert hij op een veel zwakkere manier. Hij begint hier, bijvoorbeeld, over het productiviteitsprobleem in het socialisme en over (mogelijke) interne consistenties in de socialistisch-ethische redeneringen. Misschien stel ik te hoge eisen, maar over het algemeen vond ik dit hoofdstuk - in vergelijking met het niveau van de rest van het boek - minder.

Misschien ook verrassend: Hazlitt is uitgebreid belezen in de klassieke auteurs: Smith, Hume en Kant (om maar enkele ten noemen) passeren uitgebreid de revue. Mises natuurlijk ook - maar dát is geen verrassing, vermits Hazlitt zijn ethisch systeem (voor een groot deel) geïnspireerd is door de schrijfsels van Mises.

Het boek is een absolute mustread. Ik zelf ga het zeker dit jaar nog eens opnieuw lezen en ik kan aan iedereen hetzelfde aanraden. Het is zeker ook een boek dat je verschillende keren gelezen moet hebben om er een goede visie op te krijgen - en dat zal ik met veel plezier doen.


zaterdag 26 december 2009

Ethische Inconsistentie (?)

Het Marxisme bekritiseert het 'kapitalistisch systeem' voor uitbuiting, i.e. arbeiders krijgen niet de volledige waarde van hun arbeid. Tegelijkertijd is er de aanwezigheid van het ethische ideaal 'van iedereen volgens zijn mogelijkheden, voor iedereen volgens zijn behoeften'. Ik vraag mij af welke theorieën (if any) er zijn ontworpen om deze (voor mij ogenschijnlijke) inconsistentie op te lossen.

Daarbovenop heb je ook nog eens de aanwezigheid van de drang naar economische gelijkheid - soms gedefinieerd in inkomen & vermogensgelijkheid (daar is een verschil tussen), soms gedefinieerd in politieke gelijkheid in het democratisch productieproces ('democratisch socialisme').

Het lijkt mij dat respect voor alle 4 deze waarden tegelijkertijd in een systeem niet mogelijk is (tenzij als je gaat toelaten dat zoiets als een 'beetje' uitbuiting mag om er voor te zorgen dat een 'beetje' 'ieder volgens zijn mogelijkheden, voor iedereen volgens behoeften' kan bereikt worden. En een 'beetje' economische gelijkheid voor een 'beetje' politieke gelijkheid.

En ik denk ook niet dat politieke gelijkheid in het democratisch productieproces noodzakelijkerwijze die andere zaken betekent, tenzij daar een exogene (i.e. niet eigen aan het proces zelf) morele toewijding aan is.


woensdag 23 december 2009

Review: The Logic of the Planned Economy

The Logic of the Planned Economy: The Seeds of the Collapse ~ Pawel G. Dembinski

Om eerlijk te zijn: toen ik dit boek vastgreep in de bibliotheek was het zonder de ondertitel en dacht ik dat het een boek vanuit planeconomisch perspectief zou zijn om dit systeem te verdedigen. Al snel bleek dat niets minder waar was: het was een (iets of wat onorthodoxe) kritiek op het concept van een geplande economie.

Dit boek zou, in mijn ogen, een geniale kritiek geweest zijn in de jaren 70/80 van hoe een planeconomie werkt, maar vermits het boek geschreven is in 1991, had de auteur het voordeel dat de geplande economieën al 1 voor 1 ineengestort waren. Het boek is hoofdzakelijk het beschrijven van een interne logica gemengd met empirische observeringen. Het is dus goed mogelijk dat de auteur naar de gevallen planeconomieën heeft gekeken en op basis daarvan heeft doorgeredeneerd hoe dit komt. Zover ik kan oordelen is er niet (denderend) veel mis met zijn redeneringen, maar er zijn ook enkele problemen mee. Hierbij aansluitend ben ik dus niet zeker of ik dit danwel een goed of een slecht boek vind. Het is een goed boek omdat het toch enkele tendensen tracht te illustreren die actief zijn op het politiek-economische vlak in een (centrale) planeconomie. (Het is ook onduidelijk of deze tendensen zouden werken in 'andere' vormen van een planeconomie, zoals een democratische planeconomie. Maar dat was het doel ook niet van de auteur.) Het is anderzijds een slecht boek wegens het niet al te toegankelijk maken van de begrippen. Hij heeft het bijvoorbeeld heel de tijd over 'the system' dit en 'the system dat'. Het is (ongeveer) duidelijk dat hij bedoelt dat de heersende elite beslissingen moeten nemen die moeilijk zijn - maar waarom zegt hij dit niet gewoon? 'The system' neemt geenbeslissingen; mensen met machtsposities nemen die wel. Een ander probleem met het boek - denk ik - is dat het niet bepaald overtuigend is om mensen af te doen zien van een planeconomie, indien ze daar voorstander van zijn. Er zijn niet echt argumenten in het boek (zover ik zie) dat mensen zal doen zeggen: 'ach, ik zat fout!' Dit hoeft op zich niet zo erg te zijn, maar het is ook niet echt overtuigend als boek (vind ik) om twijfelaars te doen kantelen naar het punt dat een planeconomie geen goed idee is. Daardoor wordt er te weinig een comperatieve analyse gemaakt. (Het is immers 1 ding om te zeggen: 'een planeconomie is niet perfect', maar het echte sterke argument is 'een planeconomie zal het duidelijk comperatief slechter doen dan een markteconomie'.) Hiermee heb ik niet gezegd dat er geen inzichten in zitten die iemand kunnen doen nadenken over het concept een planeconomie - er is zeker genoeg in het boek om verdedigers van een planeconomie uit te dagen hierop te antwoorden - maar het is zeker niet het beslissende antwoord op de discussie. Niet dat dit, natuurlijk, noodzakelijk is. De auteur had een ander doel op het oog en hierin is hij redelijk geslaagd.

Het boek is onderverdeeld in 3 delen. In het eerste delen beschrijft hij 'the creed' van het communisme, i.e. dat private eigendom slecht is en vernietigd moet worden. Maar de auteur merkt terecht op dat hiermee de problemen nog beginnen: "This is because 'socialisation', as used by The Creed, is nothing more than the dialectical contradiction of private ownership - in other words it is simply 'the next stage'. This is of little practival help to those who, in the name of the Creed, wish not only to destroy private ownership but to establish social ownership in its place." Het punt van de auteur - dat herhaaldelijk terecht komt - is dat het 1 ding is om te roepen dat private eigendom vernietigd moet worden ten voordele van collectieve eigendom; het is een ander om effectief te weten hoe je collectieve eigendom moet organiseren. Het eerste deel beschrijft vooral 'The Creed' en hoe het planeconomisch systeem (in theorie) werkt; met welke trade offs het te maken heeft enzv.

In het tweede en derde deel beschrijft de auteur welke interne en externe problemen planeconomieën te maken krijgen. Dit is vooral een conceptueel-empirische kwestie; alhoewel het calculatiedebat wel wordt vermeld (met een verkeerde formulering van de argumenten van Mises en Hayek), tracht hij vooral te redeneren: 'wat als ik een centrale planner zou zijn; welke problemen zouden er dan gebeuren'? Niet dat hij deze methode expliciet maakt, maar ik heb het gevoel dat dit zijn methode was. De problemen die hij aanhaalt zijn, in mijn ogen, inderdaad problemen die je kan detecteren indien je eens logisch doordenkt welke problemen je zult tegenkomen als je een economie centraal zult plannen.

De interne dilemma's zijn:
  1. De afweging tussen legitimatie enerzijds en efficiëntie anderzijds. De essentie van zijn case is redelijk eenvoudig (maar ook redelijk briljant). Planeconomieën [i]plannen[/i] in hun economie. Maar zij zijn in staat om hun plannen altijd aan te passen. Op deze manier kan je vlak voor een plan ten einde komt, het zodanig veranderen dat je triomfantelijk kan verkondigen dat het gelukt is het plan te bereiken. Maar de vraag in welke mate dit efficiënt is om te bereiken wat je wenst te bereiken voor he bevolking, is maar de vraag. Andere issues die hier aangeraakt worden (maar al bekend zijn), zijn het probleem van de kennis - hoe kan je weten wat te plannen - hoe kan je ervoor zorgen dat mensen gemotiveerd zijn om het plan uit te voeren (beloning/bestraffing),
  2. Het tweede interne probleem (hoofdstuk 4) gaat tussen de trade off tussen efficiëntie enerzijds en het nemen van middelen anderzijds. Dit hoofdstuk heeft het meest economische karakter, vermits hier vragen zoals 'voor wie te produceren' en 'hoe te produceren' worden gesteld, met de trade offs die de planners zullen hebben. Hierbij wordt dan duidelijk gemaakt dat deze keuze toch niet zo evident is als men wel eens tracht te denken.
  3. In het vijfde hoofdstuk wordt een visie op geld uitgewerkt is bekend, maar (zover ik weet) nog niet toegepast op een planeconomie. Het centrale punt is dat de overheid, wegens het monopolie op het verspreiden van geld, de geldhoeveelheid kan inflateren om aan herverdeling te doen, krediet beschikbaar te maken, etc. De vraag die ik me stel is in welke mate dit nog nodig is, gegeven dat in een planeconomie de overheid de facto beschikking heeft over alle productiemiddelen. Volgens mij wordt hier al impliciet rekening gehouden met het feit dat de overheid niet 'alles' kan collectiviseren, waardoor er nog steeds een noodzaak is tot herverdeling.
  4. In het zesde hoofdstuk gaat het over de trade offs tussen rantsoeneren en consumentensoevereniteit. Indien ze voluit kiezen voor consumentensoevereniteit zal er op termijn meer tenemen zijn (wegens de waarschijnlijke verhoogde productiviteit van demensen), maar nemen ze risico dat op korte termijn het systeem omver geworpen wordt. Indien ze voor rantsoeneren kiezen, hebben ze het omgekeerde probleem: korte termijn stabiliteit voor lange termijn onzekerheid. De trade offs hiertussen is een trade off die de planners moeten maken. Overwegingen van de middelen die aan directe consumptiegoederen worden gegeven en overwegingen wat aan productiemiddelen wordt geïnvesteerd, is een verwante issue. (De auteur zou, mijn inziens, zeker gebaat zijn bij een uitgebreidere kennis van de Oostenrijkse school; zijn opmerkingen in deze materie zijn redelijk, maar oppervlakkig.)
  5. Het voorlaatste probleem is het probleem van de militaire macht. Het 'systeem' moet zowel zich kunnen wapenen ten opzichte van vijanden en zich wapenen ten opzichte van mogelijke opstanden. Het probleem is dat innovatie echter moeilijk te 'plannen' is, waardoor het systeem (volgens de auteur) altijd achter de feiten aanloopt (en dit moet compenseren door een veel grotere uitbouw van de middelen van het status quo).
  6. Het laatste probleem dat hij ziet is de mate waarin het systeem interageert met andere landen. Hij beargumenteer hier dat alleen de accumulatie van buitenlandse schuld in staat zal stellen de middelen vanhet buitenland te bemachtigen, met alle potentiële problemen die daarbij kunnen ontstaan.
Dit is, ongeveer, de essentie van de argumentatie van het boek. Ik vond het persoonlijk niet super denderend, maar mensen die geïnteresseerd zijn in een meer sociologische, orthodoxe benadering van de problematiek in een planeconomie, kan in dit boek wel wat zaken aantreffen die interessant zijn. Maar de rare manier van schrijven maakt het geheel niet alte eenvoudig om te begrijpen.

dinsdag 22 december 2009

Marx Principles of Communism (deel 2)

Voortgaan op deel 1, van een bespreking van deze tekst van Marx. Vanaf puntje 20.

Wat zullen de gevolgen zijn van het ultieme verdwijnen van private eigendom?
  1. Society will take all forces of production and means of commerce, as well as the exchange and distribution of products, out of the hands of private capitalists and will manage them in accordance with a plan based on the availability of resources and the needs of the whole society. In this way, most important of all, the evil consequences which are now associated with the conduct of big industry will be abolished.

    => Allemaal heel leuk: maar hoe ga je dat plan opstellen? Welke mechanismen gaan hier bij een rol spelen? Hoe ga je er voor zorgen dat je creëert wat mensen willen, gegeven de oppurtuniteitskost van alle middelen?

  2. There will be no more crises; the expanded production, which for the present order of society is overproduction and hence a prevailing cause of misery, will then be insufficient and in need of being expanded much further. Instead of generating misery, overproduction will reach beyond the elementary requirements of society to assure the satisfaction of the needs of all; it will create new needs and, at the same time, the means of satisfying them.

    => Interessant: tegen het kapitalisme wordt vaak aangevoerd dat dit zorgt voor producten die mensen eigenlijk niet willen; maar alleen het feit dat ze voorhanden zijn, zorgt ervoor dat mensen deze willen. Alles wat niet voorhanden is in een primitieve staat, is dus 'niet nodig' en mag gecollectiviseerd worden (i.e. het Galbraith argument). Maar Marx had daar blijkbaar zelf niet al te veel problemen mee, zo blijkt. Bemerk ook: geen argument over de mechanismen die zullen spelen.

  3. The same will be true of agriculture, which also suffers from the pressure of private property and is held back by the division of privately owned land into small parcels.

    => Hilarisch: tegen het kapitalisme wordt verweten dat het leidt naar grote latifundia's, maar blijkbaar wilt Marx dit ook. (Natuurlijk: beheerd door een gemeenschappelijk 'plan'.) De volgende keer dat een Marxist verwijt dat het kapitalisme zorgt voor centralisatie van boerderijen, kan ik hem er dus op wijzen dat dit exact is wat Marx wou. En je gaat toch niet in tegen de Grootten Marx, he?

  4. (...) Education will enable young people quickly to familiarize themselves with the whole system of production and to pass from one branch of production to another in response to the needs of society or their own inclinations. (...)

    => Dus er zal geen arbeidsdeling meer zijn; maar iedereen zal alles kunnen zodanig dat iedereen snel - overeenkomstig het plan - kan veranderen. Ik ken nu niet al te veel van de USSR, Noord-Korea of Cuba, maar ik ben me er toch van bewust dat zij wel degelijk uitgebreide arbeidsdeling hadden.

  5. But, when this happens, classes will necessarily disappear. It follows that society organized on a communist basis is incompatible with the existence of classes on the one hand, and that the very building of such a society provides the means of abolishing class differences on the other.

    => Dit vind ik interessant: Marx linkt het ontstaan van klassen precies aan de arbeidsdeling. Door het verdwijnen van de arbeidsdeling, verdwijnen ook de relevante klassen in de samenleving. Arbeidsdeling is dus een noodzakelijke voorwaarde voor de klassen in de samenleving: kunnen we daaruit afleiden dat de 'kapitalistische' klasse dan ook een onderdeel is van de arbeidsdeling van Marx, i.e. dus ook een onderdeel is van arbeid? (Het klopt in ieder geval dat de kapitalistische 'klasse' veroorzaakt wordt door arbeidsdeling. Daarover zal ik misschien in een latere post wel eens uitwijden.)


    Algemene conclusie van dit deel: communisme zal de hemel op aarde brengen, maar hij zwijgt wel zedig over de mechanismen die zullen spelen. Het 'plan' zal dit allemaal te weeg brengen, maar het plan moet ook in overeenstemming zijn met de wensen van mensen; wat als de mensen andere wensen hebben die uitgevoerd moeten worden in dit plan? (Niet dat dit een heel sterk argument is; je kan ook zeggen 'wat als mensen niet met elkaar in vrede willen omgaan in het liberaal anarchisme?') Maar relevanter is dat er duidelijke redenen zijn om u af te vragen in welke mate een 'plan' voor de gehele samenleving efficiënt kan zijn. Zie ook bijvoorbeeld naar de volgende stukjes, waarin hij allerlei zaken belooft die zullen gebeuren voor het gezin. Maar je moet de mechanismen conceptualiseren en beargumenteren waarom deze waarschijnlijk zijn en niet andere mechanismen. Dat lijkt mij de meest logische manier om voor iets te pleiten. (Natuurlijk moest Marx dit niet doen; hij had al bewezen dat het communisme simpelweg komt.)

woensdag 16 december 2009

Marxist Education Plan

Dit zalige concept kan je hier vinden.

Alweer een oude bookmark die ik heb teruggevonden. Als ik daar de komende tijd nog wat op lees, zal ik daar nog wat op bloggen.

dinsdag 15 december 2009

Citaat van Engels

"Only through the undervaluation or overvaluation of products is it forcibly brought home to the individual commodity producers what things and what quantity of them society requires or does not require. But it is just this sole regulator that the utopia in which Rodbertus also shares would abolish. And if we then ask what guarantee we have that necessary quantity and not more of each product will be produced, that we shall not go hungry in regard to corn and meat while we are choked in beet sugar and drowned in potato spirit, that we shall not lack trousers to cover our nakedness while trouser buttons flood us in millions - Rodbertus triumphantly shows us his famous calculation, according to which the correct certificate has been handed out for every superfluous pound of sugar, for every unsold barrel of spirit, for every unusable trouser button...." ~ Frederich Engels, "Peface to the first German Edition," The poverty of philosophy., p. 19
(Dankzij Thomas Sowell, in zijn 'Knowledge & Decisions')

Wat moeten we hier nu weer van denken? Leuk dat ze het probleem van economische calculatie aanhalen, maar ik snap niet hoe ze daaruit hebben geconcludeerd dat er toch geen private eigendom nodig is. Het enige mechanisme dat waardebepalingen doorheen een economie kan laten vloeien, is private eigendom en de oordelen (door het prijsmechanisme) die daaruit volgen. Er is geen enkel ander mechanisme dat deze rol kan spelen. Dus omwille van hun eigen redenen, moeten ze voorstander zijn van het vrije markt kapitalisme.








vrijdag 11 december 2009

Wat denken filosofen?

Tyler Cowen heeft er hier een blogbericht over.

Meest interessante is:


Politics: communitarianism, egalitarianism, or libertarianism?

Lean toward: egalitarianism 593 / 3226 (18.3%)
Lean toward: communitarianism 453 / 3226 (14%)
Accept: egalitarianism 381 / 3226 (11.8%)
Lean toward: libertarianism 360 / 3226 (11.1%)
Insufficiently familiar with the issue 343 / 3226 (10.6%)
Accept: libertarianism 181 / 3226 (5.6%)
Agnostic/undecided 162 / 3226 (5%)
Accept: communitarianism 129 / 3226 (3.9%)
Cowen zijn reactie:
To me, the single most surprising fact is probably philosophers' politics. Egalitarians only outnumber libertarians by about 2:1. If you adjust for the initial leftism of the humanities, it seems like libertarian arguments must be making a lot of converts among the philosophers.
Ben ik geneigd daarmee akkoord te gaan? Eigenlijk wel. 16.7% van de filosofen leunt naar of voelt zichzelf een libertariër. Ik heb toch wel een sterk vermoeden dat dit een significant groter aantal is dan vroeger. Ik volg Caplan dat er een oorspronkelijke 'linkse' bias is in de (humane) wetenschappen (om allerlei redenen), dus dit aantal zal waarschijnlijk duiden op een positieve evolutie in filosofie.

woensdag 9 december 2009

Enkele opmerkingen geformuleerd ten opzichte van wat linksen

Nadat hij zei dat "Het gaat er voor egalitairen dus om economische macht en economische beslissingen (die in wezen eigenlijk ook 'politiek' zijn) te democratiseren en iedereen maximaal en met minimale machtsverschillen te laten participeren in alle beslissingen die hem/haar aangaan. Daar is niets kunstmatig, laat staan totalitair, aan."

Niet als je het zo vertelt, nee. Maar wat de critici zeggen, is dat het wel noodzakelijkerwijze totalitair moet zijn. (Onthouden het verschil tussen enerzijds een 'dictatuur' (waarin een kleine elite beslissingen neemt waar je niet onderuit kan) en 'totalitair' (waarin over een heel groot domein beslissingen worden genomen; een democratie kan totalitair zijn, net zoals een dictatuur dat niet kan zijn).

Het totalitaire karakter van het socialisme/communisme komt naar boven wanneer we beseffen dat - of het nu democratisch is of dictatoriaal - alle economische beslissingen worden genomen door 1 enkel orgaan, i.e. dat orgaan heeft de allomvattende macht over het gehele economische leven, incluisief (logischerwijze) gezondheidszorg, cultuur, sport, kleren, huizing, etc. Want dit is allemaal 'economisch'.

Daarom, zo zeggen de critici, is het communistische ideaal - los van praktische problemen over hoe je deze beslissingsprocedures gaat creëren; want ook daar bestaan wel wat kritieken op; dat het socialisme/communisme zijn eigen ideaal niet eens gaan waarborgen - totalitair. En ik heb nog nooit een schema gezien dat mij kon overtuigen dat het niet totalitair was. (Dit staat nog los van de kritiek op het feit dat indien er geen markt voor productiemiddelen is, er geen rationele economische calculatie kan zijn. En nog van een hele hoop andere kritieken.) Puur het concept dat 1 organisatie - want alle productiemiddelen zijn van 'de samenleving' - alle economische beslissingen mag nemen (en niemand daar buiten mag stappen) is, naar mijn aanvoelen, totalitair.

Waarschijnlijk zie jij het anders, maar dan zou ik het toch graag horen.
Geen reactie.

Op de stelling: "3. Het communisme draait rond het vraagstuk van de productieverhoudingen in een klassenmaatschappij. Conflicten zullen blijven bestaan, alleen zal er een consensus bestaan betreffende de productie & distributie van sociaal meerproduct."

Hoe moet ik die 'consensus' begrijpen? Het is waarschijnlijk waar dat als er eenmaal een 'communisme' is, dat het gros van alle mensen akkoord gaat met de rechtsregels, normen van handelen, etc. die er dan dominant zijn - dat moet ook: dat is een noodzakelijke voorwaarde voor alle samenlevingen, i.e. dat een kritische massa zich daaraan onderwerpt.

Maar wat moet ik begrijpen onder 'een consensus bestaan betreffende de productie en distrubitie van sociaal meerproduct'? Dat het gros van de mensen akkoord is met hoe het verspreid wordt? Waarschijnlijk; maar hoe ga je de beslissingsprocedures organiseren die dat gaan regelen? Welke organen gaan beslissen dat we nu meer zullen investeren in x en niet in y? Op welke manier zullen deze beslissingen genomen worden? En hoe kan je weten dat deze beslissingen correct of fout waren? Op welke manier zullen de beslissingen genomen worden dat er aan kapitaalsaccumulatie wordt gedaan in plaats van aan kapitaalsconsumptie? Op welke manier gaan we ervoor zorgen dat elke arbeider zijn eigen arbeidswaarde krijgt - en er dus geen diefstal van meerwaarde meer is? Hoe gaan we ervoor zorgen dat alle economische/culturele/etc. verschillen zodanig zijn dat mensen het in eigen handen hebben - want dat is toch ook een vaak gehoorde kritiek op het kapitalisme. Hoe gaat er omgegaan worden met de spanning tussen economische gelijkheid enerzijds en sociale/culturele/individuele ongelijkheid? Is er bijvoorbeeld nog een staat? Waarom niet? Hoe worden de beslissingen genomen binnenin de staat of bij abscentie van de staat? Dat zijn toch allemaal prangende praktische vragen, denk ik dan. Sommige daarvan zijn hardcore kritieken op het kapitalisme - maar het is mij toch niet duidelijk hoe een socialistische (of communistische) samenleving daar om mee zou gaan.

Logischerwijze; geen reactie.

Op de opmerking over hun alternatieve samenleving: "een systeem waarbij de productiemiddelen niet langer privé-bezit zijn, maar het bezit van zij die de rijkdommen produceren: "

De productiemiddelen zijn niet langer privé-bezit, maar het bezit van zij die de rijkdommen produceren?

Is dat dan ook geen privébezit? Het lijkt me duidelijk dat niet iedereen meewerkt aan de productie van 'alle' rijkdommen, maar van altijd particuliere werkers in een bepaald productieproces. Ik zie hier toch een contradictie in - waarschijnlijk jij niet; maar dan zou ik toch graag horen hoe je dit zou oplossen?

Waarschijnlijk - als ik mag - bedoel je zoiets als 'het is de eigendom van de arbeidersklasse in het algemeen', maar dan heb je het natuurlijk niet over 'het bezit van zij die de rijkdommen produceren', maar 'over het bezit van de gehele klasse waarvan altijd een paar particuliere mensen die rijkdommen produceren' of iets van dergelijke aard. Maar dat lijkt me toch wel iets anders dan wat er hier staat.

Geen reactie - wat had je verwacht?