Posts tonen met het label Overheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Overheid. Alle posts tonen

woensdag 20 oktober 2010

De vooronderstelling van anarchie

Tekst geschreven voor het boekje van LVSV Brussel.

Zoals sommigen onder de lezers misschien weten, is er binnen de grote groep van het liberalisme een welbepaalde stroming die ook al eens ‘anarcho-kapitalisme’ wordt genoemd. Kort gezegd zegt deze tak van het liberalisme dat de staat (1) zowel moreel niet te rechtvaardigen valt en (2) dat deze instelling niet nodig is voor een functionerende samenleving, die welvaart, gemeenschap, recht en solidariteit kan bereiken. Auteurs zoals Murray Rothbard in ‘For a New Liberty’, David Friedman in ‘The Machinery of Freedom’, Bruce Benson in ‘The Enterprise of the Law’ en Edward Stringham in het geëdit boek ‘Anarchy and the Law’ hebben daar uitgebreid over geschreven en ik kan de lezer, indien geïnteresseerd, deze boeken alleen maar aanraden. Het doel van deze tekst is echter om de nieuwsgierigheid daarvoor op te wekken door middel van wat ik noem ‘een meta-argument’. Een meta-argument, zoals ik het hier behandel, is een argument dat niet direct tracht te bewijzen dat iets mogelijk is (of niet), maar waarmee getracht wordt om mensen uit te dagen om de argumenten voor een bepaald iets nader te bekijken. In dit geval zal ik trachten aan te tonen dat de anarchistische uitdaging om historische en logische redenen een uitdaging is die liberalen zouden moeten aangaan.

Een eerste meta-argument is, natuurlijk, dat de staat een historische oorsprong heeft. De vraag die we ons daarbij dan moeten stellen: was dit een wenselijke en goede historische evolutie of niet? We weten, natuurlijk, dat niet alles dat doorheen de geschiedenis gebeurt wenselijk was en is. Voorbeelden zoals de beide wereldoorlogen zijn daarbij heel evident. Liberalen – die geen anarchisten zijn – behoren dan, naar mijn overtuiging, te beargumenteren dat het installeren van het concept ‘de staat’ – na de feodaliteit – een goede zet was. De vraag is echter: waarom zou dit zijn? Als je kijkt naar de rechtsgeschiedenis van het Westen – zoals o.a. besproken door Harold Berman in zijn boek ‘Law and Revolution’ (die overigens de Harvard boek van het jaar heeft gekregen) – dan zie je dat wat er voor heeft gezorgd dat het Westen, relatief ten opzichte van andere werelddelen, veel meer vrijheid en economische voorspoed had juist door de quasi-volledige afwezigheid van een dominant monopolie op ‘de wet’. West-Europa was in belangrijke mate een competitieve polycentrische juridische orde waar verschillende regelsystemen naast elkaar overleefden.

Een tweede uitdaging is het feit dat een hoop zogenaamde ‘marktfalen’ evenzeer voor de overheid gelden – met dat extra probleem dat de overheid het coercive monopolie op geweld is. Het probleem van asymmetrische informatie geldt evenzeer voor de relatie tussen kiezer en verkozene – zelfs meer; want je kan maar om de 4 jaar kiezen en het is altijd een ‘package deal’. Het probleem van ‘monopolies’ is eens te meer geldig voor de overheid, die een monopolie claimt op het beslissen van hoe mensen met elkaar mogen en moeten omgaan en wat ze wel en niet mogen met hun eigen middelen. Het probleem van externaliteiten is eens te meer geldig voor overheidsbeleid dat altijd onbedoelde (en eenvoudig te missen) gevolgen heeft voor onschuldige derde partijen. De zogenaamde ‘onderhandelingsmacht’ van werkgevers is eens zo hard aanwezig bij de overheid, die mensen kan dwingen met het geweldsapparaat om haar beslissingen te aanvaarden, ook al gaat dit tegen de inschattingen of morele overtuigingen van mensen in. In het licht van al deze problemen – die elke sociale organisatie heeft, maar de overheid is een enorm grote organisatie die het monopolie op geweld claimt én tegenwoordig claimt dat ze uitvoerig de samenleving mag beheren – is het maar de vraag of we een (beperkte) rol voor de overheid kunnen hebben.

Een derde uitdaging is het feit dat een grote hoeveelheid van de zogenaamde ‘publieke goederen’ die de overheid zou moeten verzorgen – juridische functies, veiligheid, onderwijs, wegen, solidariteit, etc. – allemaal, zoals uitgebreid gedocumenteerd door een grote schare van onderzoekers, met een goede samenvatting in ‘the voluntary cite’ van David T. Beito, ‘privaat’ geregeld worden. Combineer dit met het werk van de nobelprijswinares Elinor Ostrom (in ‘Understanding Institutional Diversity’ en ‘Governing the Commons’), die heeft aangetoond dat commons – gemeenschappelijke voorraden - zichzelf kunnen reguleren. Het is niet omdat volgens bepaalde theoretische modellen ‘problemen’ zoals hoge transactiekosten, incentive issues en dergelijke niet opgelost kunnen worden, dat het daarom zo is dat dit in de werkelijke wereld niet kan. De idee is dat uit het feit dat er governance behoort te zijn van bepaalde zaken, je niet noodzakelijk een government nodig hebt. Het is misschien waar dat bepaalde zaken moeten overzien worden, maar daaruit volgt niet dat je 1 institutie nodig hebt met het monopolie op geweld om aan beleid te doen en alles te overzien wat overzien zou moeten worden. Indien het mogelijk zou zijn om dit monopolie te ‘beperken’ tot wat ‘de liberalen’ graag zouden hebben, waarom zou het dan niet mogelijk zijn om een anarchistische samenleving ook stabiel te kunnen houden? Als mensen creatieve wezens zijn die oplossingen voor hun problemen vinden en manieren vinden om meer welvaart te creëren waarom zou dit dan ook niet mogelijk zijn op de institutionele omgeving van de samenleving?

Een vierde punt komt voort uit de idee van constitutionele politieke economie. De idee van deze tak is om manieren te vinden om te zorgen dat de overheid tegelijkertijd de middelen krijgt om haar taken uit te voeren, zonder dat ze deze middelen gebruikt om haar bevoegdheden uit te breiden. We willen dus een sterke staat die zich echter maar beperkt tot de zaken waar ze – zogenaamd – een comparatief voordeel in heeft, zoals bijvoorbeeld het aanbieden van veiligheid en justitie. Vaak worden mechanismen zoals federalisme, een grondwet die de bevoegdheden limiteert, democratie, exit-opties en dergelijke genoemd om de overheid te beperken. Maar al deze zaken zijn mechanismen intern aan de overheid zelf; waardoor er uiteindelijk overheidsmechanismen zijn die over de interpretatie en toepassing daarvan beslissen. Het idee van het anarchisme is dat competitieve ondernemingen deze diensten aanbieden; waardoor je externe controle hebt op de bevoegdheden en kracht van de taken die deze ‘overheden’ uitvoeren. Indien we het concept van een ‘beperkte’ overheid serieus nemen, moeten we misschien eens kijken naar een werkelijk concept van competitieve overheden – in plaats van te verwachten dat een legitieme monopolist zichzelf gaat beperken.

Tot slot komen we dus terug bij ons eerste punt. Het is dat nogal wiedes dat we anarchie – als we aan politieke analyse doen – moeten vooronderstellen. Vermits de staat een historisch contingent fenomeen is, was er daarvoor een situatie waarin er – weliswaar dwang en onderdrukking was – maar er was geen staat as such. De vraag is: was, alles bij elkaar, de wenselijke stap om uit die dominante situatie te stappen naar een ‘statelijke’ omgeving, of was die stap eerder te begrijpen uit – eens te meer – een elite groepje dat de macht greep om de samenleving te beheren?

Als conclusie zou ik dus het volgende zeggen. Sommige liberalen hebben heel mooie theorieën over hoe ze de staat beperkt gaan houden, maar het mag duidelijk zijn dat zonder een theorie om de overheid ook efficiënt in het uitvoeren en beperkt in het organiseren van haar taken houdt; deze mooie verhalen niet meer zijn dan utopieën. In de wereld waarin we leven is de fundamentele kwestie: ofwel steun je een staat met alle mogelijke interne dynamieken tot gevolg ofwel ondersteun je een anarchistische situatie met alle mogelijke dynamieken daar. ‘k heb hier niet alle argumenten uit de doeken gedaan over waarom een anarchistische situatie een wenselijke omgeving kan creëren; het staat de lezer vrij de literatuur daarover te raadplegen en/of zelf eens het gedachte-experiment te doen waarom iemand in een staatsloze wereld zou kunnen geloven. Aan de lezer de keuze.

zaterdag 14 augustus 2010

A Case for a Free Market of Ideas and Traditions

In de USA heb ik een weekje gelogeerd bij 2 aangename jonge dames. Ik heb hiervoor al gelinked naar het debat waaraan Liya deelnam.


Hieronder is haar follow up tekst; waarbij ze het (conservatieve) idee bekritiseert dat de overheid bepaalde tradities moet bewaken.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik de tekst grandioos vind.

(Originele bron: hier. Check ook de Students For Liberty Website in zijn geheel!)

A Case for a Free Market of Ideas and Traditions

Three weeks ago, I had the opportunity to represent the libertarian perspective in the Libertarianism v Conservatism debate at the Cato Institute. I had originally written a speech supporting libertarianism through an economic point of view, but as the debate developed into specific policy issues, I did not have a chance to present my speech. I’ve decided to make the content of the speech into this blog post.

While Alexander McCobin’s post last week focused on the differences between conservatives and libertarians, my post will attempt to show free market advocates why we should hold a political philosophy closer to libertarianism than conservatism. Additionally, I will attempt to adopt Megan McArdle’s embracive approach by reaching out to conservatives who truly understand the fundamentals of how the free market works. McArdle’s post entitled “Oregon’s Rich Talk is Not a Victory for Liberals,” demonstrates the method of persuasion that I hope to mimic.

Coming from an economics background, I have come to appreciate the free market and the economic liberties it provides. But the real question is, why do I support social liberties as well? Or, more broadly, why should free market advocates support a libertarian political philosophy rather than a conservative political philosophy?

Before I begin, it is important to distinguish that I am referring to conservatism as apolitical philosophy, not as a personal philosophy. That is, a political philosophy aims to answer the question of what is the proper role of the government. While I may be more conservative leaning in my personal philosophies, I do not believe that conservatism is a proper political philosophy. To quote F.A Hayek, “There are many values of the conservative which appeal to me more than those of the socialists; yet for a [classical] liberal the importance he personally attaches to specific goals is no sufficient justification for forcing others to serve them.”

I am a free market advocate because I understand why the market works and I understand how the market is better able to channel human nature to meet the demands of individuals. Free market advocates know that no one person has 100 percent knowledge or certainty, that knowledge is local and dispersed, and that orders emerge spontaneously, i.e. what we call “spontaneous order” or the “invisible hand.” We know, for example, that no central authority could determine the quantity, color, style, and size shoe each person wants at a given moment in time. Most conservatives would agree that having the government take over the shoe industry would be disastrous.

But why should the government take over the industry of ideas and traditions? If you truly understand how and why the free market works, you know that government officials cannot possibly also have perfect knowledge of the “good” and “bad” traditions in society. That is, in the free market of goods and services, if a product is not valued, the market takes care of it; it disappears – it’s no longer sold, and resources are not wasted to make this product. There need not be a decree from government officials. The same dynamic is at play in the market of ideas and traditions. The only effective mechanism of determining which traditions are “good” and which traditions are “bad” is by allowing them to freely evolve and either prosper or disappear.

By legislating, regulating, and mandating traditions, the government is attempting to artificially preserve those traditions. Most conservatives and libertarians are against the bailouts because they understand that conserving for the sake of conserving leads to bad, unwanted outcomes for all of society. For example, we know that if no one values the work of GM, the markets will allow them to disappear so resources can be used toward more valued ends; a “good” outcome. In the realm of traditions, there is no way of knowing which traditions are good and which traditions are bad if politicians artificially preserve the traditions they claim to have absolute certainty of being good traditions

If the conservative traditions are valuable, they will naturally stay in society. There would be no reason for the government to artificially preserve them. The institution of marriage and the family has persisted in all cultures for millennia, not due to some government policy, but due to the value that people derive from them. Meanwhile, institutions that have not produced sustained value to individuals, such as primogeniture, have disappeared, and rightly so. If we trust the free market of goods and services to lead to the best outcomes, we should also trust the free market of ideas and traditions to do the same. Believing in the free market of one, but not in the free market of the other only demonstrates a scant knowledge of how and why the free market works. Acknowledging that we lack perfect information in one aspect and not the other would be hypocritical of a free market advocate. This is also Hayek’s main criticism of conservatives, stating that they “lack [an] understanding of economic forces…and lack the faith in the spontaneous forces of adjustment.”

However, Hayek’s knowledge problem is not the only reason why free market advocates should be libertarians. Free market advocates should already understand and apply the important implications of public choice theory to government. Government bureaucracies created for running the welfare state are the very same government bureaucracies created for running the war on drugs. They do not fundamentally differ. Nobel Laureate James Buchanan criticized the view that when men enter into politics, they become angels. We all understand why that is false today. But why would free market advocates claim that when men run a certain government program they are not angels, but when they run another government program they are angels?

This view should be rejected by all those who understand the forces of economics, public choice, and the free market. Those who advocate regulating social issues, no matter how well-intentioned, inevitably fall into the same traps of bureaucratic inertia and agency self-preservation that plague other government programs. These are the Bootleggers and the Baptists we all learned about in our basic economics class. The dynamic does not change when you regulate an economic issue instead of a social issue. Take for example the profit-seeking opportunities that police have chosen to exploit through civil asset forfeiture, taking the property of innocent people for their own gain by claiming that the individuals “could be drug dealers.” We would be inconsistent to say that power should not be given to government with regards to economic issues, but power should be given to the government with regards to the social issues. We ought always to be wary of how government officials will use the powers that we grant to them.

Lastly, it would be in the “free market conservatives” best interest to advocate their philosophy as a personal philosophy, not a political philosophy. Many of the conservative values are great values, but the public reacts against them because they despise the notion of conservatives using government to impose personal views on them. Conservatives who legislate such views tacitly demonstrate that they either actually don’t believe their traditions are good enough to stay naturally or that they are the only ones who are smart enough to have absolute certainty of the best traditions – both of which makes moderates and independents cringe. The support of today’s youth for progressive politicians is not an opposition to liberty, but rather an opposition of conservatives legislating their beliefs onto individuals.

For conservatives to achieve their ends they should take the opposite approach, one that does not create backlash and one that implies that conservatives have faith not only in the value of their traditions but also in the intelligence and autonomy of the public to recognize these merits and adopt these positions voluntarily. In“Conscience on the Battlefield,” Leonard Read, the founder of FEE, explains how the best actions come through voluntary education and ideology, not force—or as he puts it, “action dictated by conscience instead of by Caesars.”

If conservatives want to defend their traditions and institutions, they should condemn any attempt by the state to impose one belief structure or another. They should focus their energies on arguing for why their ideas are valuable and should be adopted voluntarily by other individuals instead of using legislation to impose their world view on others. Conservatives would have a much better chance of reaching young people if they embraced the free market of ideas and defended their traditions on their own merit.

donderdag 5 augustus 2010

Peter Leeson 'Development economics'

De notities van de lecture van Peter Leeson over Development Economics.


- Austrian Economics kan een waardevolle bijdrage leveren.
- Er wordt expliciet naar de Oostenrijkse school (vooral Hayek) verwezen, maar niet altijd.
- De meeste referenties naar Hayek komen uit Development Economics.
- Er worden verschillende inzichten van Hayek verwerkt, vooral die uit de CoL.

De feiten: meer dan de helft van de wereld is enorm arm.
- Heel veel ontwikkelingshulp is gefaald.
- Lezen: Easterley: Illusive quest for growth
- Eerst: directe hulp, dan 'nadruk op instituties' (maar verkeerde wijze omdat te benaderen)

3 belangrijke punten.
  1. Failure of central planning
  2. Primacy of private property
  3. Necessity of privately ordered social institutions
1. Failure of central planning
- The benign hypothesis
-- A. Donor Altruïsm (incentive assumption)
-- B. Recipient altruïsm (incentive assumption)
-- C. Direct, intended channel (information assumption)
=> The money process is not a black box: there happens stuff.
-- D. Exogeneity of recipient interests (combo assumption)
=> 'Recipient governments do not respond to incentives' => totally wrong.

- The destructive hypothesis (everything the other way around)
-- A. Donor self-interest: producer lobbying; donor competition => inefficiency
-- B. Recipient self-interest; rent apropriation => Institutional damage, public good erosion
-- C. Indirect, uninented consequence; dependency; moral hazard, institutional centralization => rent seeking, conflict; predation
-- D. Endogeneous recipient interests; alters mc/mb of 'bad' behavior => corruption

Predicted effect of aid: O or negatieve

=> Examining the evidence: it fails completely.

- Burnside and Dollar (AER, 2000)
=> Aid unnecssary or ineffective
- Alesina and Weder (AER, 2000)
=> Most aid to 'bad' policy regimes
- Easterly, Levine and Roodman (AER, 2004)
=> No effect even in good policy regimes
Brumm (2000), Ovaska (2003): negative effect
- Djankov et al. (JEG, 2008)
=> Aid 'curse' 3-5x, larger than resource curse
- Knack (2001), Svensson (2000); more aid = more corruption, rent seeking, worse bureaucracy, etc.

Private property as solution.
A. Adam Smith: incentives
=> Invisible hand vs visible hand; soft budget constraint => predation => lose residual claimancy => unproductive entrepreneurship

2. Mises/Hayek Information
=> Calculation argument; dispersed knowledge and info-carrying capacity of prices

What does PP require?
- Govt. not stealing from citizens
=> Constraints on public predation
- Citizens not stealing from citizens
=> Constraints on private predation

Govt that goes beyong this tends to depress wealth: incentive/info distortion? (Baumol JPE 1990, Murphy, Schleifer, and Vishny QJE 1991)

=> Public predation much greater threat to PP than private predation.
=> AJ (JPE, 2002)

Putting it all together.
- Central planning won't work. PP will. So how do we get PP?
=> "Grow your own"
- Imposition tends to work poorly.
=> Institutional stickiness
=> Spontaneous order; the only path to progress is an indigenous one
- Doesn't mean all indigenous institutions will work well.
- They won't; but theory of institutional 2nd (3rd, 4th, etc.)

Embracing anarchy in the developing world

- Implications for anarchy
=> Formal institutions; redundant or harmful
=> Getting away from 1st-best thinking
=> Somalia and how to annoy me

- Let 'm fail
=> The rarity of functional govt
=> Spontaneous order in an institutionally constrained world


donderdag 15 juli 2010

Over secessie


We hadden hier net een leuke discussie over het concept 'secessie' - een gevoelig concept in de USA. Enkele argumenten ter verduidelijking.

Een tegenargument is 'indien het Zuiden hun secessie was gelukt, dan hadden we nu nog slavernij'. Enkele argumenten daarover is natuurlijk dat de abolitionistische bewegingen ook actief waren en aan populariteit wonnen. Een ander argument is dat zelfs als je de secessie had toegelaten, dan nog had de Amerikaanse overheid (toen) het Zuiden kunnen binnenvallen, slavernij wegdoen en weer weggaan. Tot slot: als het Zuiden niet systematisch de slaven terugbracht naar het Noorden, is er misschien wel iets te zeggen dat dit ook het concept slavernij onder druk had gezet in het Zuiden.

Een ander tegenargument was dat dit zou zorgen dat er minder respect zou zijn voor de - in hun ogen - redelijk liberale grondwet, want iedereen zou secessie gebruiken om weg te gaan. Hierop is het antwoord dat Tiebout competition eerder zou leiden voor beter beleid in het algemeen. De kosten om te veranderen van politieke autoriteit zijn lager, dus mensen zouden sneller veranderen indien ze niet tevreden zijn. (Het argument voor anarchie is dus dat het tiebout competitie wilt maximaliseren.)

Een ander argument was de mogelijkheid dat dit geïmplementeerd zou geraken, i.e. hoe relevant is het? Wel het inderdaad misschien niet zo mogelijk is - maar ik zou zeggen dat de andere suggesties geopperd dat ook niet bepaald zijn - is 'secessie' een relatief neutraal concept in het algemeen, dat in neutrale termen geformuleerd kan worden: 'beter beleid', 'dichter bij de bevolking', 'democratischer', ... in tegenstelling tot sommige libertarische argumenten van 'natuurrecht voor eigendom' en dergelijke. Dus ik zou zeggen dat relatief tot die zaken het relevanter kan zijn - of beter gezegd: kan worden.

Een laatste punt was iets in de vorm van: 'stel dat de staten heel coercief zijn; wat dan?' Wel; mijn argument was de slogan; 'een staat groot genoeg om u vrijheid te geven, terwijl andere politieke autoriteiten - onderdeel van dezelfde staat - dat willen wegnemen, is een staat groot genoeg om die vrijheid ook weg te geven'. De filosofische benadering dat vrijheid een top down mechanisme is, leek mij de onderliggende gedachte en daar ga ik logischerwijze niet mee akkoord. Vrijheid is noodzakelijkerwijze een bottum up systeem en dus de visie op politieke autoriteit moet zoveel mogelijk een lager en lager niveau zijn, i.e. minder mensen en een kleiner grondgebied, waardoor de kosten om te veranderen lager zijn.

Het grootste probleem is het Amerikaans nationalisme - zelfs bij de libertariërs. De Amerikaanse eenheid is heilig en natuurlijk en het is slecht als de mogelijkheid van secessie zou ontstaan. Maar elke politieke structuur en elke samenleving zal eindigen in een relevante betekenis; ook de Amerikaanse. Het beste zou dus zijn dat - over de lange termijn - een onafhankelijke secessie beweging ontstaat, opdat 'aan het einde' de kosten van verandering lager zijn. De gedachte dat de Amerikaanse samenleving eeuwig zou bestaan, is naïef. Een beweging naar secessie - dichter, maar niet dicht genoeg, voor alle duidelijkheid, bijde bevolking - zou hierop kunnen inspelen op een wijze dat is relevant voor vrijheid en welvaart.

zondag 4 juli 2010

Stelling


Stelling

De illegitimiteit van het concept 'overheid' - een centraal coercief ordehandhavend orgaan - is maar mogelijk in het ongelijk van 'het Hobbesiaans argument' en dus maar mogelijk met een consequentialistische kant.
Any comments?

zondag 20 juni 2010

Economische vrijheid in de wereld

Inleiding

Vaak wordt er met veel bewondering gekeken naar de 'Scandinavische landen' inzake welvaart, vooruitgang en al die andere zaken die we zo wenselijk vinden. Dat heeft me aangezet tot een klein onderzoek op basis van de Heritage Foundation Economische Vrijheidsindex.

Hierbij moeten we wel het volgende zeggen; dezelfde mensen die positief zijn over de Scandinavische landen, zijn vaak dezelfde mensen die heel hard zeuren op het 'neoliberalisme' en dergelijke. Hierbij ontbreekt er echter vaak een constructieve definitie van het 'neoliberalisme'. Echter; indien we de werken van 2 voorname denkers inzake het 'neoliberalisme' bekijken, dan destilleer ik daar een volgende kenmerken uit. De 2 denkers zijn, natuurlijk, Milton Friedman en Friedrich Hayek; in hun respectievelijke werken Capitalism & Freedom & Free To Choose enerzijds en Road To Serfdom en A Constitution of Liberty anderzijds.

Het project van het 'neoliberalisme' kan je als volgt omschrijven: een scepticisme tegenover de staat inzake het creëren van welvaart, maar wel een principiële bereidheid om te aanvaarden dat de overheid zich bezig houdt met het herverdelen van middelen - waarbij er dan gehoopt wordt om een niet al te coercive, monopolistische manier, maar eerder op een manier die 'de markt' niet al te hard verstoort. We denken hier aan schoolvouchers, negatieve inkomensbelasting, hulp bij gezondheidszorg, etc. Kortom: de staat mag zich daar best mee bezighouden; gewoon, liefst, niet te veel. Maar in zake 'de markt' en 'marktwerking' is het redelijk categorisch beter dat er een vrije, competitieve markt is met investeringsmogelijkheden. We herinneren dat Hayek in zijn Road to Serfdom schreef dat het slecht is als de overheid de economie plant, maar dat zijn denkbeelden overeenkomstig uitgebreide sociale zekerheidsstelsels is.

De Heritage Foundation Index heeft 10 kenmerken; Business, Investment, Trade, Fiscal, Financial, Monetary en Laborfreedom en Property Rights Freedom from Corruption en Government Spending. In termen van het 'neoliberalisme'; zouden ze allemaal 'hoog' moeten scoren, behalve fiscal freedom en government spending. Deze 'mogen' hoog liggen (en dus de score laag) - liever niet 'te hoog' (dus de score niet te laag) - maar ze mogen hoog liggen (en dus de score laag); zolang de rest maar sowieso hoog scoort. Dit zorgt voor een klimaat waar mensen vrij kunnen investeren en welvaart creëren zonder te veel regels en controle; waarbij dan inderdaad een deel wordt afgeroomd voor (o.a.) sociale voorzieningen. Zoals ik een tijdje geleden heb beargumenteert in een presentatie; regulering is altijd nefaster dan belastingen. Regulering zorgt voor de onmogelijk om het 'anders' te doen, terwijl belastingen 'enkel' maar middelen nemen, maar wel de mogelijkheid houden om te kiezen waarop je het doet. (Daarom dat ik ook eerder voorstander ben van een publieke optie bij zaken, dan een regulering van de private sector.)

In het kader van dit; laten we eens kijken naar de top 25 landen van de Heritage Freedom Index; met hun score er telkens bij.

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Hong Kong

98.7

Business Freedom

avg 64.6

90.0

Investment Freedom

avg 49.0

90.0

Trade Freedom

avg. 74.2

90.0

Financial Freedom

avg 48.5

93.0

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

93.7

Government Spending

avg. 65.0

81.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

83.1

Monetary Freedom

avg. 70.6

87.4

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 895 is de totale score

Totaal zonder FF en GS: 709

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Singapore

98.2

Business Freedom

avg 64.6

75.0

Investment Freedom

avg 49.0

90.0

Trade Freedom

avg. 74.2

50.0

Financial Freedom

avg 48.5

90.7

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

95.3

Government Spending

avg. 65.0

92.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

80.9

Monetary Freedom

avg. 70.6

98.9

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 858

Totaal zonder FF en GS: 671

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Australia

90.3

Business Freedom

avg 64.6

80.0

Investment Freedom

avg 49.0

85.1

Trade Freedom

avg. 74.2

90.0

Financial Freedom

avg 48.5

61.4

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

64.9

Government Spending

avg. 65.0

87.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

82.7

Monetary Freedom

avg. 70.6

94.9

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 823

Totaal zonder FF en GS: 698

TEN ECONOMIC FREEDOMS of New Zealand

99.9

Business Freedom

avg 64.6

80.0

Investment Freedom

avg 49.0

86.0

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

63.6

Fiscal Freedom

avg. 75.4

95.0

Property Rights

avg 43.8

51.3

Government Spending

avg. 65.0

93.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

83.1

Monetary Freedom

avg. 70.6

88.8

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 819

Totaal zonder FF en GS: 669

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Ireland

92.8

Business Freedom

avg 64.6

95.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

71.1

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

61.8

Government Spending

avg. 65.0

77.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

79.0

Monetary Freedom

avg. 70.6

79.0

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 811

Totaal zonder FF en GS: 679

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Switzerland

81.2

Business Freedom

avg 64.6

80.0

Investment Freedom

avg 49.0

90.0

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

68.2

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

68.9

Government Spending

avg. 65.0

90.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

81.3

Monetary Freedom

avg. 70.6

81.8

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 809

Totaal zonder FF en GS: 673

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Canada

96.5

Business Freedom

avg 64.6

75.0

Investment Freedom

avg 49.0

88.1

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

76.7

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

54.1

Government Spending

avg. 65.0

87.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

75.4

Monetary Freedom

avg. 70.6

81.5

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 802

Totaal zonder FF en GS: 672

TEN ECONOMIC FREEDOMS of United States

91.3

Business Freedom

avg 64.6

75.0

Investment Freedom

avg 49.0

86.9

Trade Freedom

avg. 74.2

70.0

Financial Freedom

avg 48.5

67.5

Fiscal Freedom

avg. 75.4

85.0

Property Rights

avg 43.8

58.0

Government Spending

avg. 65.0

73.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

78.1

Monetary Freedom

avg. 70.6

94.8

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 777

Totaal zonder FF en GS: 652

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Denmark

97.9

Business Freedom

avg 64.6

90.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

90.0

Financial Freedom

avg 48.5

35.9

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

22.0

Government Spending

avg. 65.0

93.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

79.3

Monetary Freedom

avg. 70.6

93.7

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 776

Totaal zonder FF en GS: 719

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Chile

64.8

Business Freedom

avg 64.6

80.0

Investment Freedom

avg 49.0

88.0

Trade Freedom

avg. 74.2

70.0

Financial Freedom

avg 48.5

77.5

Fiscal Freedom

avg. 75.4

85.0

Property Rights

avg 43.8

89.6

Government Spending

avg. 65.0

69.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

73.0

Monetary Freedom

avg. 70.6

75.4

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 770

Totaal zonder FF en GS: 604

TEN ECONOMIC FREEDOMS of United Kingdom

94.9

Business Freedom

avg 64.6

90.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

61.8

Fiscal Freedom

avg. 75.4

85.0

Property Rights

avg 43.8

41.9

Government Spending

avg. 65.0

77.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

73.7

Monetary Freedom

avg. 70.6

72.8

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 760

Totaal zonder FF en GS: 658

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Mauritius

82.2

Business Freedom

avg 64.6

85.0

Investment Freedom

avg 49.0

85.6

Trade Freedom

avg. 74.2

70.0

Financial Freedom

avg 48.5

92.5

Fiscal Freedom

avg. 75.4

60.0

Property Rights

avg 43.8

83.4

Government Spending

avg. 65.0

55.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

71.2

Monetary Freedom

avg. 70.6

78.5

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 761

Totaal zonder FF en GS: 586

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Bahrain

77.8

Business Freedom

avg 64.6

65.0

Investment Freedom

avg 49.0

82.9

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

99.9

Fiscal Freedom

avg. 75.4

60.0

Property Rights

avg 43.8

80.8

Government Spending

avg. 65.0

54.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

73.4

Monetary Freedom

avg. 70.6

89.4

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 759

Totaal zonder FF en GS: 580

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Luxembourg

75.1

Business Freedom

avg 64.6

95.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

65.9

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

58.5

Government Spending

avg. 65.0

83.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

78.9

Monetary Freedom

avg. 70.6

40.4

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 751

Totaal zonder FF en GS: 628

TEN ECONOMIC FREEDOMS of The Netherlands

82.6

Business Freedom

avg 64.6

90.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

52.0

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

38.4

Government Spending

avg. 65.0

89.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

81.0

Monetary Freedom

avg. 70.6

59.1

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 748

Totaal zonder FF en GS: 658

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Estonia

83.1

Business Freedom

avg 64.6

90.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

80.2

Fiscal Freedom

avg. 75.4

80.0

Property Rights

avg 43.8

62.2

Government Spending

avg. 65.0

66.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

71.1

Monetary Freedom

avg. 70.6

47.0

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal 746

Totaal zonder FF en GS: 604:

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Finland

95.0

Business Freedom

avg 64.6

75.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

65.4

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

32.9

Government Spending

avg. 65.0

90.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

78.9

Monetary Freedom

avg. 70.6

43.8

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 735

Totaal zonder GG en FF: 638

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Iceland

93.0

Business Freedom

avg 64.6

65.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.9

Trade Freedom

avg. 74.2

60.0

Financial Freedom

avg 48.5

75.4

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

45.8

Government Spending

avg. 65.0

89.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

69.9

Monetary Freedom

avg. 70.6

60.8

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 733

Totaal zonder FF en GS: 613

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Japan

84.5

Business Freedom

avg 64.6

60.0

Investment Freedom

avg 49.0

82.4

Trade Freedom

avg. 74.2

50.0

Financial Freedom

avg 48.5

67.2

Fiscal Freedom

avg. 75.4

80.0

Property Rights

avg 43.8

61.1

Government Spending

avg. 65.0

73.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

88.8

Monetary Freedom

avg. 70.6

82.4

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 727

Totaal zonder FF en GS: 599

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Macau

60.0

Business Freedom

avg 64.6

80.0

Investment Freedom

avg 49.0

90.0

Trade Freedom

avg. 74.2

70.0

Financial Freedom

avg 48.5

77.8

Fiscal Freedom

avg. 75.4

60.0

Property Rights

avg 43.8

95.2

Government Spending

avg. 65.0

54.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

77.5

Monetary Freedom

avg. 70.6

60.0

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 723

Totaal zonder FF en GS: 551 d Rank: 21

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Sweden

95.5

Business Freedom

avg 64.6

85.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

80.0

Financial Freedom

avg 48.5

36.7

Fiscal Freedom

avg. 75.4

95.0

Property Rights

avg 43.8

17.3

Government Spending

avg. 65.0

93.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

79.5

Monetary Freedom

avg. 70.6

54.9

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 721

Totaal zonder FF en GS: 669

EN ECONOMIC FREEDOMS of Austria

73.6

Business Freedom

avg 64.6

75.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

70.0

Financial Freedom

avg 48.5

51.2

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

28.8

Government Spending

avg. 65.0

81.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

79.3

Monetary Freedom

avg. 70.6

79.1

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 713

Totaal zonder FF en GS: 634

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Germany

89.6

Business Freedom

avg 64.6

85.0

Investment Freedom

avg 49.0

87.5

Trade Freedom

avg. 74.2

60.0

Financial Freedom

avg 48.5

58.3

Fiscal Freedom

avg. 75.4

90.0

Property Rights

avg 43.8

41.4

Government Spending

avg. 65.0

79.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

79.9

Monetary Freedom

avg. 70.6

39.9

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 707

Totaal zonder FF en GS: 608

TEN ECONOMIC FREEDOMS of Cyprus

80.3

Business Freedom

avg 64.6

70.0

Investment Freedom

avg 49.0

82.5

Trade Freedom

avg. 74.2

70.0

Financial Freedom

avg 48.5

72.7

Fiscal Freedom

avg. 75.4

80.0

Property Rights

avg 43.8

44.8

Government Spending

avg. 65.0

64.0

Fdm. from Corruption

avg 40.5

82.9

Monetary Freedom

avg. 70.6

61.5

Labor Freedom

avg 62.1

Totaal: 705

Totaal zonder FF en GS: 589

De 'normale' volgorde van de eerste 25 landen, is de volgende:

  1. Hong Kong
  2. Singapore
  3. Australie
  4. Nieuw zeeland
  5. Ierland
  6. Zwitserland
  7. Canada
  8. USA
  9. Denemarken
  10. Chili
  11. UK
  12. Mauritië
  13. Bahrein
  14. Luxemburg
  15. Nederland
  16. Estland
  17. Finland
  18. IJsland
  19. Japan
  20. Macau
  21. Zweden
  22. Oostenrijk
  23. Duitsland
  24. Cyprus
Als we echter corrigeren naar een score zonder FF en GS; dan krijgen we de volgende volgorde:
  1. Denemarken (719)
  2. Hong Kong (709)
  3. Australie (698)
  4. Ierland (679)
  5. Zwitserland (673)
  6. Canada (672)
  7. Singapore (671)
  8. Nieuw Zeeland (669)
  9. Zweden (669)
  10. Nederland (658)
  11. UK (658)
  12. USA (652)
  13. Finland (638)
  14. Oostenrijk (634)
  15. Luxemburg (628)
  16. IJsland (613)
  17. Duitsland (608)
  18. Chili (604)
  19. Estland (604)
  20. Japan (599)
  21. Cyprus (589)
  22. Mauritanië (586)
  23. Bahrein (580)
  24. Macau (551)

Een kleine analyse lijkt me wel interessant. Denemarken wordt het meest vrije land ter wereld, Zweden schiet van de 21ste plaats naar de 9de plaats; niet slecht. De USA zakt tot lager dan Nederland en Zweden. Mauritanië, Bahrein en Macau zakken naar de onderste regionen van de top 24.

Het is duidelijk dat het 'succesvol socialisme' van Denemarken en Zweden grotendeels gebaseerd is op economische vrije markten, i.e. de vrijheid om zaken te doen, te ondernemen, etc. Dat er daarbij hoge belastingen worden doorgevoerd is nadelig; maar de andere vrijheden compenseert dit (ten dele). De volgende keer dat mensen zeggen dat de USA het toppunt van liberalisme is en Zweden en Denemarken 'the way to go' zijn; dan kunnen de meeste liberalen zeggen; akkoord, maar dan wel met toch net iets lagere belastingen; akkoord?'

In ieder geval; 'k hoop dat deze post iets meer licht brengt op het economisch klimaat in die landen. Vragen? Opmerkingen?