dinsdag 9 maart 2010

Over de staat en de ambtenarij

"Er is niets verkeerd aan werken voor de Staat, voor de gemeenschap. Meer nog, het is één van de nobelste zaken die men kan doen op professioneel vlak. Elke poging of elk initiatief om de Staat en haar functionarissen verdacht of als slecht voor te stellen is niets anders dan liberalistisch extremisme met de bedoeling het recht van de sterkste op sociaal-economisch vlak te laten zegevieren en dus een maatschappij te vestigen met sterke dualiteit, wijd verspreidde armoede. Moderne bestuurskunde maakt het perfect mogelijk een zeer performante Staat en overheid uit te bouwen die actief ingrijpt in economie en maatschappij."

Amen, Motherfucker!

Of... toch niet?

Vrijheid als moreel goed

Wat vinden mensen belangrijk? Over het algemeen vinden mensen waarden zoals eerlijkheid, welvaart, genegenheid, moreel handelen, rechtvaardigheid, etc. belangrijk. Kortom: we willen zowel een leven dat ons redelijkerwijze gelukkig stelt, ons redelijkerwijze rijk(er) maakt en dit alles binnen een context die we als rechtvaardig kunnen identificeren. Natuurlijk kunnen hierop uitzonderingen zijn, maar ik denk niet dat ik veel mensen beledig door het op deze manier in het algemeen te formuleren. Het grote probleem is inderdaad niet zozeer deze formulering, maar de manier waarop dit wordt ingevuld. Mensen verschillen van mening over wat rechtvaardigheid, welvaart en geluk is. Sommige mensen beschouwen een nieuw huis of wagen als het geluk, anderen om vaak met de familie op reis gaan. Sommigen denken dat een meer socialistische samenleving degene is die er voor zal zorgen dat mensen hun levensdoelen kunnen vervolledigen, anderen denken dat een meer liberale samenleving dit kan. Het is niet mijn bedoeling om in dit boek te beargumenteren welke concrete visie mensen behoren te hebben op het geluk – ik weet de combinatie van gezin, vrienden, gezelschap, avondjes uit, avondjes thuis, werken, etc. ongeveer een goede combinatie is, maar ik heb niet de pretentie aan te tonen dat dit voor iedereen zo behoort te zijn. Wat ik echter wel zal trachten aan te tonen, is dat individuele vrijheid – zoals liberalen het zien – een belangrijke voorwaarde is in het bereiken van zo’n wereld.

Het is moeilijk om een zuiver moreel pleidooi te geven, vermits velen een (correcte) morele theorie onlosmakelijk verbinden met een theorie die tegelijkertijd zorgt voor meer welvaart en/of welzijn. Ik ken maar weinig mensen die zeggen: ‘mijn theorie is moreel superieur, maar zal uiteindelijk zorgen voor collectieve armoede’. Er bestaan sommige versies van mensen die zeggen: ‘mijn theorie is moreel dubieus, maar zorgt wel voor collectieve rijkdom’, vooral in het meer liberale spectrum. Ik denk dat die laatste fout zijn: het liberalisme is (in de eerste plaats) een morele filosofie, die een visie heeft op hoe mensen met elkaar behoren om te gaan (en hoe dit niet behoort). De liberale visie is niet alleen belangrijk omdat het ruimte schept voor economische welvaart en welzijn – dat doet het ook, zoals we in het volgende hoofdstuk zullen aantonen – maar is dus ook belangrijk omdat het ruimte creëert voor menselijke autonomie, solidariteit en gemeenschapsgevoelens.

Het startpunt van het liberalisme, is het individu – en het is hier dat al veel mensen zich verliezen in een verkeerd begrip van wat er wel en niet gezegd wordt. Het punt is immers niet dat er alleen maar individuen zouden zijn, eerder integendeel. Het punt is dat het individu een handelende actor is, binnen structuren en groepen, en dat deze structuren en groepen de verzameling is van hoe individuen handelen. Groepen kan je maar begrijpen door te verwijzen naar de individuen en hun handelingen die daar deel van uit maken. Dit is wat we ‘methodologisch individualisme’ noemen; het besef dat alle collectieve begrippen maar zinnig zijn met de referentie naar de individuen die daar een deel van uit maken. Elke groep is een verzameling individuen die op een bepaalde manier zich tot elkaar verhouden.

Verwant met een gebrekkig begrip van het individualisme zoals liberalen het zien, is de aanklacht dat we te maken hebben met een atomair individualisme; mensen zouden, volgens liberalen, niet meer zijn dan losse atomen die zich enkel toevallig tot elkaar verhouden. Niets is, natuurlijk, minder waar. Voor liberalen zijn mensen handelende, actieve wezens (met alle gebreken die mensen kunnen hebben) die slecht en goed kunnen zijn (en meestal een combinatie van beide zijn). In deze hoedanigheid interageren mensen met elkaar; sommigen al wat meer (mensen in New York) dan anderen (kluizenaars). Mensen moeten opgegroeid zijn in een wereld met referentie naar andere mensen om op redelijk wijze te kunnen functioneren in een wereld. Het grote punt echter waar we belang aan hechten, is dat mensen soevereine individuen zijn: zij hebben uiteindelijk beslissingsrecht over zichzelf.

Dit komt voort uit het feit dat mensen feitelijk soeverein zijn: x kan niet de oordelen, beslissingen, handelingen van y stellen en vice versa (zonder de persoonlijkheid van x te vernietigen, in ieder geval.) Y kan trachten x te beïnvloeden, overtuigen, verleiden, etc. maar kan niet voor x in zijn geheel kiezen; uiteindelijk is het x die de volgende handeling moet stellen over zichzelf. Het is waar dat hier niet uit moet volgen dat x over zichzelf behoort te mogen oordelen; het punt is echter: indien niet x, wie dan wel?

Het punt dat liberalen maken is dat er geen enkel duidelijk argument is om te zeggen dat iemand anders dan x over x zou mogen beslissen: niet de staat, niet de ouderen, niet de gemeenschap, niet y, etc. Mensen hebben het recht om over zichzelf te oordelen, omdat er niemand anders is die kan claimen dat hij over iemand anders zou mogen oordelen. Alweer: natuurlijk mag je proberen anderen te overtuigen met argumenten, opdat hij zou kiezen om de keuze die jou het beste lijkt uit te voeren, maar de soevereiniteit van de beslissing blijft wel bij hem gelegen.

Het lijkt misschien een rare tautologie om te stellen dat alleen x over x mag beslissen – inderdaad: y kan niet over x beslissen. Echter: hier volgen wel enkele (liberale) principes uit over hoe mensen behoren te interageren. Het belangrijkste punt hierbij is dat je andere mensen niet mag dwingen (of dreigen te dwingen) om bepaalde handelingen te stellen. Immers: indien mensen over zichzelf behoren te beslissen, behoren jij hen de middelen niet onmogelijk te maken om over hen te beslissen. Indien x zelfbeschikking heeft, dan is het onrechtvaardig van jou om zijn arm te breken, daar je op die manier een beslissing voor hem maakt (namelijk de kwestie of zijn arm wel of niet gebroken behoort te zijn). We noemen dit soort handelingen jegens andere personen dan ook onrechtvaardig – en hier is eigenlijk niet veel controversieels meegezegd. We leven niet meer in een wereld waar de meeste mensen geen graten inzien met het breken van iemand anders zijn arm: het gros van ons vindt dit inderdaad onrechtvaardig.

Het grote verschil tussen liberalen en anderen, ligt hem dan ook niet in de visie op zelfbeschikking, maar ligt in de visie op private eigendom. Voor alle andere filosofieën is eigendom een contingent iets, dat geen echte rechtvaardigheid heeft – hoogstens een instrumentele rechtvaardigheid dat bij bezwaren van een ‘hogere’ of ‘belangrijkere’ orde uit de weg geruimd kan worden.

Een historische opmerking is hier bij op zijn plaats: vele liberalen hebben zelfs ook maar uitsluitend ‘utilitaristische’ argumentaties voor vrijheid en eigendom gefabriceerd. Er is inderdaad iets waar in het feit dat private eigendom (en de liberale principes van interactie) een wereld mogelijk maken met meer welvaart en welzijn. Maar een tegenargument is dat het waarschijnlijk niet altijd waar is dat een zuivere aanvaarding van liberale principes de meest perfecte van alle werelden creëert. (De vraag is echter: moeten we niet altijd voortgaan op algemene principes, omdat je nooit zeker kan zijn of een afwijking beter zal zijn? Derhalve ga je altijd maar voor de algemene regel, omdat je weet dat die in het merendeel van de gevallen beter zal zijn (daarom niet altijd), want je kan niet weten in welke bepaalde gevallen hij het niet goed zal zijn.)

We zullen ons echter niet vertrouwen op puur utilitaristische gronden – alhoewel we in het volgende hoofdstuk zullen trachten uit te leggen waarom de rechtvaardigheidsprincipes die we hier trachten uit te werken wel degelijk een (hoofdzakelijk) wenselijke wereld kunnen creëren. (We zullen daarbij trachten ook aan te tonen dat dit samengaan geen toeval is, maar noodzakelijk volgt uit het feit dat we methodologisch consequent zijn, in zowel morele als economische theorie.)

We herhalen het feit dat de mens een handelende actor is, met redeneringen, gedachten, beslissingen, etc. Mensen oordelen over zaken en geven daar waarde en betekenis aan. Mensen zijn teleologische wezens, in die zin dat hun aanwezigheid in de wereld gericht is op doelen te bereiken door middelen te gebruiken. In groot contrast staat de plantaardige of fysische wereld, waar processen elkaar op logische en natuurwetmatige grond opvolgen. Mensen daarentegen zijn wezens die interageren met hun omgeving, die zaken interpreteren en trachten te begrijpen. Het is ook hier dat we andere mensen op een fundamenteel andere manier trachten te begrijpen dan de fysische en natuurlijke wereld. Een steen die ergens is geraakt, zullen we doorgaans niet trachten te begrijpen in termen van ‘hij wou hier komen’, indien we een mens ergens tegenkomen, doorgaans wel.

Het is door dit evaluatieve proces van mensen dat er zo’n zaken ontstaan als ‘middelen’, die anders zijn van louter ‘dingen’. Een ding is een objectief gegeven feit in de natuur, los van de betekenis die een mens daaraan geeft. Het is maar als mensen deze dingen beginnen te gebruiken, worden ze een middel in de wereld van mensen. Alle middelen hebben een eerste actor nodig, een eerste individu (of verzameling individuen) die dat middel uit de objectieve wereld binnenbrengt in de subjectieve wereld van menselijke plannen en interactie. Het is derhalve een fictie om te spreken dat wereld aan de mensheid als geheel ‘gegeven’ is en dat er een soort van ‘algemene verzameling’ van middelen is, waaruit we kunnen nemen. Er is een wereld, waar mensen betekenis aan geven door zaken daaruit te halen om te incorporeren in hun levensplannen, gebaseerd op hun vermogen om te denken en te handelen.

Het is deze eerste actor (of actoren), die het middel creërt door het uit te wereld van middelen te halen, die eigendom verwerft over dit middel. Hij incorporeert dit middel in zijn levensplan over hoe de wereld behoort te zijn. Net zoals mensen hun eigen lichaam gebruiken – en we het onrechtmatig vinden indien we dit lichaam tegen de toestemming van hij die dit lichaam rechtmatig controleert in trachten te gebruiken – op een gelijkaardige wijze hanteren mensen deze middelen. Het is daarbij dus niet relevant dat deze middelen geen onderdeel zijn van de fysieke constitutie van deze individuen; het is enkel relevant dat deze middelen (net zoals het fysieke lichaam) een onderdeel zijn van het levensplan van het individu in kwestie. Net zoals bij het fysieke lichaam is niet zozeer de vraag ‘waarom mag x daarover beslissen (als eerste actor)’, maar wel: waarom zou iemand anders buiten x daarover mogen beslissen?

Stel dat x bezig is met zijn huis in te richten, waarom zou y ineens langs mogen komen om wat spullen van x weg te nemen, voor y zijn eigen huis? Stel dat x voor het eerst een stukje land bewerkt, waarom zou iemand anders uit het niets ineens over dit stukje land mogen beslissen?

In elk geval: indien iemand anders (y) daarover wenst te beslissen, heeft hij 2 mogelijkheden. Hij kan x trachten te overtuigen om het middel in kwestie op te geven of af te staan aan hem. Hiermee is er niets verkeerd: dit betekent immers dat je x zover kan krijgen dat hij zijn levensplan op 1 lijn zet met jouw levensplan en jou oordeel belangrijk genoeg vindt om daar over te beslissen. Een andere mogelijkheid is om het simpelweg te nemen, maar dit is natuurlijk geen optie: we hebben dan een meningsverschil over wiens levensplan gerespecteerd moet worden: x of y.

Beide individuen (of groepen van individuen) behoren dan redenen te geven over waarom zij met het desbetreffende middel zouden mogen doen wat ze wensen te doen. Maar de kwestie van rechtvaardigheid wordt hier niet opgelost, aldus de liberaal, door te kijken naar wie mensen kan overtuigen van ‘mijn doel is voor jouw belangrijker dan zijn doel, dus ik moet kunnen doen wat ik wens te doen’, maar over wie het recht heeft om daarover te beslissen. Aan wie behoort het desbetreffende middel? Het is moeilijk om iets anders te antwoorden dan de oorspronkelijke actor zelf in zo’n geval – ik zie in ieder geval geen reden dat iemand anders buiten de actor het recht heeft daarover te beslissen.

Er moet overigens benadrukt worden dat actor zeker niet alleen op individuen slaat: het concept private eigendom is niet identiek aan het concept individuele eigendom. (Private eigendom kan individueel zijn, maar hoeft dit niet.) Een groep mensen die samen een veld (voor het eerst) bewerken of die samen hun geld poelen om een organisatie op te richten, zijn samen eigenaar van het veld of de organisatie – en mogen intern kiezen op welke manier ze hun eigenaarschap en de controle die daarmee gepaard gaat inrichten. Het punt is echter dat ook deze collectieve eigendom een vorm van private eigendom is, want deze welbepaalde groep mensen hebben samen het recht om derden (die niet in de groep zitten) uit te sluiten van hun veld of organisatie (mochten zij dit wensen).

Op deze manier komt het concept van eigendomsrecht tot stand: individuen die een (rechtmatige) controle hebben over welbepaalde middelen, ongeacht van hoe anderen daarmee zouden wensen om te gaan.

Comment op vaderschapsactie van animo

Naar aanleiding van internationale vrouwendag, heeft animo een actie om te pleiten voor een uitgebreider vaderschapsverlof (?).

Intrigerend aan hun argumentatie is het volgende:
De optrekking van het vaderschapsverlof komt ook de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt ten goede. Vrouwen worden nog steeds door werknemers gediscrimineerd omwille van zwangerschap. Hoe kleiner het verschil in afwezigheid door geboorte tussen vrouwen en mannen, hoe minder reden om vrouwen, onterecht overigens, te benadelen.
De traditionele redenering is immers de volgende: indien je wetgeving installeert dat vrouwen (betaald) zwanger- of moederschapsverlof krijgen, zullen werkgevers met deze extra kost rekening houden, waardoor vrouwen systematisch net iets minder loon zullen hebben (groter risico) of simpelweg niet aangenomen worden. (Indien je dat moeilijk gelooft: beeld je in dat per zwanger kind de werkgever 5 jaar betaald verlof moet geven. Hoeveel jonge, pas getrouwde vrouwen met een uitgesproken kinderwens zullen dan nog aangenomen worden? Als het aantal maanden dat ze betaald op verlof mogen, kleiner is, is het effect kleiner, maar de essentie van het effect blijft wel hetzelfde.) Animo heeft het nogal eenvoudig om dit 'onterecht' benadeeld te noemen - ik vraag me af in welke mate zij last hebben van enkele maanden een loon uit te betalen zonder dat je daar iets voor terug krijgt - maar vanuit het standpunt van de werkgever is dat nogal begrijpbaar. (Misschien iets meer naar de leefwereld van jongeren die nog niet op de arbeidsmarkt zitten te trekken: stel u voor dat als je favoriete café sluit omdat de eigenaar een kind heeft en je nog steeds het bedrag dat je normaal zou uitgeven op café moet geven aan hem, onafhankelijk of je daar iets voor terug krijgt: de essentie is exact hetzelfde. Zou jij dan ook klagen over 'onterechte' discriminatie van jouw kant als je meer naar het café gaat van het oude getrouwde koppel dat geen kinderen meer wilt in plaats van naar het café van het jonge koppel dat maar bezig zit over zwangerschap en kinderen?)

Wat animo echter eigenlijk doet, is inderdaad vrouwen en mannen gelijk maken, door ook de mannen minder kansen te geven op de arbeidsmarkt - hoe vriendelijk van hen! Inderdaad: als mannen en vrouwen gelijk ouderschapsverlof zou krijgen, dan hebben beide geslachten inderdaad hetzelfde nadeel. Wie hiervan profiteert: alleenstaanden (mannen en vrouwen), ouderen (die geen kinderen meer wensen/waarschijnlijk zullen krijgen), etc. In ieder geval: jonge, getrouwde koppels zullen beide benadeeld worden - het is toch niet dat ze het geld nodig hebben, he.

Zelfs als jonge, getrouwde koppels helemaal niet van plan zijn om deze verlofdagen te wensen, of zelfs als ze niet van plan zijn kinderen te nemen, of zelfs als ze vinden dat de man beter zou gaan werken, ... Los van alle persoonlijke preferenties van de jonge koppels zelf, zal het plan van animo hen minder opties geven dan ze anders zouden zijn, omdat animo - indien dit wet zou worden - de kosten om 1 of beide leden van een jong koppel aan te nemen, hierdoor systematisch verhoogd worden.

Misschien dat inderdaad sommige koppels hiervan zullen profiteren - alhoewel de kans groot is dat dit meegerekend wordt in het loon dat een of beide partners krijgt - maar er zullen er ook zijn die hierdoor (nog) moeilijker werk vinden, (nog) lager loon zullen krijgen, etc. Het grote probleem is immers dat dit voor iedereen zal gelden, ongeacht of men dit nu wilt of niet. In plaats van dat mensen hun eigen levenspad trachten in te richten met de mogelijkheden die er zijn, vindt animo het nodig dat er beslissingen voor iedereen gemaakt worden. Beslissingen die kosten hebben, die mensen misschien niet liever zouden maken indien ze de keuze zouden hebben.

Het lijkt inderdaad mooi van animo - 'oh, vaders moeten ook bij hun kinderen kunnen blijven!' - maar staan volgens mij niet stil bij de gevolgen die redelijkerwijze voorspelbaar zijn indien dit soort wetgeving er door komt. Ach, uiteindelijk is het toch altijd de schuld van de vrije markt, niet waar?



Sociale voorzieningen; enkele argumenten

Zonet kwam ik enkele argumenten tegen om te pleiten dat de sociale zekerheid door de overheid beheersd moet worden. Het is niet zozeer dat de argumenten nieuw zijn, maar wel omdat ze redelijk zonder emotionele punten worden geuit, als ook dat het veel gehoorde argumenten zijn, dat ik ze toch even zou wensen te bespreken. (De persoon is overigens zelf ook niet blind voor de problemen die de (Belgische) sociale zekerheid heeft en staat zeker over voor verbetering daar. Verder zal ik ook proberen om een zo positief mogelijke interpretatie te geven van wat hij zegt, zeker gegeven dat hij zelf zegt dat het weerlegbare argumenten zijn en dat hij zijn argumenten versimpeld voorstelt.)
Waarom is een SZ best een overheidsdienst? (en nu betreden we het pad der weerlegbare argumenten) Een beetje versimpeld:
Als je SZ in handen van 'de private ondernemingen' legt, zullen deze in de eerste plaats naar winst streven voor hun aandeelhouders/om hun voortbestaan te verzekeren, ze zullen minder naar SZ voor hun 'klanten' an sich streven. Hoe doen ze dat?
Stel, even, dat dit argument een goed punt is, dan is zijn punt in weze een principal/agent probleem. Toegegeven; dit zou kunnen bestaan, maar dan moeten er toch wel enkele zaken opgemerkt worden. Ten eerste: indien een principal-agent probleem een fundamenteel bezwaar is, dan moet dit a fortiori ook gelden voor de overheidsdienst: daar is de sociale zekerheid niet in de eerste plaats afhankelijk van de fondsen van de cliënten, maar van inkomsten via de overheid, beheert door politieke organen. Als we zeggen dat de beste principal-agent relatie is wanneer de cliënt het best bedient wordt door de producent, en als dit een probleem is in de markt, is dit a fortiori ook in een overheidsorgaan, vermits je daar (als 'consument') maar controle over hebt in je capaciteit als kiezer. In een privé-onderneming heb je simpelweg je eigen geld waarover je mag beslissen: als de organisatie in kwestie je niet (meer) aanstaat, dan geef je daar geen geld aan. Het argument hierboven is dus een typisch argument tegen vrije markt organisaties in het algemeen: 'ze willen alleen maar winst maken, en kijken daarom naar de aandeelhouders en niet naar de cliënten!' Ik wil natuurlijk niet zeggen dat dit nooit zo is, maar de essentie van het verhaal blijft: een organisatie die niet door de overheid gesubsidieerd of regelrecht gecontroleerd wordt, is afhankelijk dat mensen ('clienten') vrijwillig hun geld geven aan deze organisatie. Mensen zullen doorgaans alleen maar geld geven aan een private verzekeraar (of hospitaal of dokter of whatever) als ze vinden dat ze waar daarvoor krijgen. Natuurlijk wil ik niet zeggen dat deze connectie perfect werkt, maar ik denk niet dat het zo dogmatisch is om op te merken dat deze connectie doorgaans wel zorgt voor een bepaalde controle. (Nu kunnen we discussiëren over de mate van deze controle en hoe effectief die is, maar onthou dat het dan wel een comperatieve analyse moet zijn: ik doe geen uitspraken over het absolute karakter van de controle die een 'consument' kan hebben (in dit geval op zijn verzekeraar), maar ik denk wel dat deze controle comperatief beter is dan de controle die je kan hebben als 'kiezer' op de producent (dus de verzekeraar, dus de overheid). Natuurlijk kan je beweren dat de overheid het altijd goed meent en dat er daarom geen enkel probleem is qua controle, maar empirisch gezien (de persoon gaf zelf de problemen in België toe) zijn er toch wel degelijk wat betaalbaar- en duurzaamheidsproblemen met collectieve sociale zekerheden.
Het punt is dus: 'winst maken' en 'cliënten dienen' gaan over het algemeen te samen: geen enkel bedrijf kan systematisch cliënten het gevoel geven ze werkelijk in het zak te zetten; dat is echt geen goede strategie.
Een ander punt is misschien dat ondernemingen inderdaad (misschien) niet per se 'hun cliënten willen dienen', maar is dit zo relevant? Het hele punt van liberalen is net dat een marktmechanismen er voor zorgen dat zelfs als mensen zuiver egoïstisch zijn, zaken moeten doen/produceren waar anderen iets mee zijn (en dus hen voor wensen te betalen) er productieve welvaart is voor iedereen. (Natuurlijk zijn niet alle mensen zuiver egoïstisch en zorgt de aanwezigheid van solidariteit voor een nog wenselijkere samenleving, maar als het gaat over de grote, ingewikkelde en uitgebreide interacties die nodig zijn om een hoog productieve economie zoals die vandaag in de Westerse wereld te onderhouden, lijkt het me beter om over het algemeen uit te gaan dat mensen in het algemeen meer geven om zichzelf en hun naaste omgeving dan om de anonieme derde. Ik betrouw eerder een systeem dat verbetert wordt als mensen solidair zijn (maar uitgaat van over het algemeen een zeker egoïsme) dan een systeem waarbij solidariteit noodzakelijk zou zijn om überhaupt te functioneren - als je begrijpt wat ik bedoel.)
Er zijn drie mogelijkheden om winst te behalen. Ofwel door duurder te zijn dan een RSZ, die wel break-even moet draaien, maar geen overschot, geen winst najaagt. Dit gebeurt thans in de VS (waar (ondanks het feit dat velen niet verzekerd zijn) er per persoon aan gezondheidsverzekeringen meer uitgegeven wordt dan aan sociale zekerheid dan in België, een direct vb uit men omgeving: men broer verdient er netto dubbel zoveel als in België, maar moet wel twee derde van z'n loon betalen om alle verzekeringen te betalen. (En hij is dan nog kerngezond.))
Hiermee zijn er enkele problemen. De meest belangrijke is de assumptie dat we het hier over een ceteris paribus vergelijking gaat. Het is immers niet zozeer dat een 'vrije markt sociale zekerheid' of een 'sociale zekerheid door de overheid gecontroleerd' identieke organisaties zijn, die op exact dezelfde manier functioneren, waarbij het enige verschil is dat de vrije markt organisatie bovenop hun kosten, ook nog eens wat winst willen maken. Indien dat het enige verschil is tussen een vrije markt organisatie en een sociale zekerheid door de overheid gecontroleerd, dan was er misschien een goed argument om het door de overheid te laten controleren - net zoals elk ander bedrijf, in feite. Dit argument is een concrete toepassing van een vaak gehoord argument: 'de overheid moet x doen, want als de overheid het doet, moet het geen winst maken en dus kan het dat goedkoper dan een privaat bedrijf'. Ik wil niet ingaan op de kwestie of dit altijd en overal zo is, maar ik wil wel opmerken wat dit argument negeert, zijnde de totaal andere manier waarop overheidsbedrijven en private organisaties functioneren; vooral de manier waarop hun inkomsten worden verzorgt. In het algemeen moeten private organisaties (die geen subsidies krijgen) trachten mensen te overtuigen om hen fondsen te geven. Over het algemeen doe je dat dus (in het geval van sociale zekerheid) door hen te overtuigen dat jij hen een sociale zekerheid kan geven, als ze bij jou blijven (of het nu sparen is voor werkloosheid, of verzekeringen, of whatever). Een redelijke manier om dit te doen, is effectief te zorgen dat cliënten tevreden zijn, er geen zaken uitlekken dat je je misdraagt bij schadeclaims, etc. Een ander proces dat aanwezig is bij een private organisatie - en noodzakelijkerwijze afwezig bij een overheidsbedrijf of -monopolie - is concurrentie die er voor zorgt dat je manieren moet zoeken om goedkoper/efficiënter te produceren. In tegenstelling tot wat soms beweert wordt, moet dit natuurlijk niet altijd 'minder kwaliteit' betekenen - alhoewel het misschien perfect mogelijk is dat mensen in een privaat systeem iets minder verzekering (en dus meer risico) willen nemen; iedereen behoort dat voor zichzelf uit te maken, naar mijn mening.
Verder negeert de persoon ook de (mogelijke) tendens in overheidsorganisatie om (kleine) verliezen te maken: overheidsorganisaties (zeker in de sociale zekerheid) zullen zelden 'minder' geld krijgen als ze hun job niet goed doen, integendeel. Natuurlijk kan er al eens 'bespaart' worden, maar er is geen systematische drive om te verbeteren op manieren dat de cliënten/zieken wensen, of in ieder geval niet zo direct. (Herinner u het vorige aangehaald principal-agent probleem; dat speelt ook hier mee.)

De statistiek van 'er wordt meer uitgegeven' heb ik al vaak gezien, en zal waarschijnlijk wel kloppen. Wat echter niet klopt, is zijn stelling dat dit 'ondanks' dat er zoveel onverzekerden zijn: mensen die niet verzekerd zijn, kunnen vaak genoeg simpelweg geholpen worden door medicare en medicaid - de gigantische federale overheidsbureaucratiën om de ouderen en de armen te helpen. En dan heb je, natuurlijk, nog alle sociale zekerheden op het niveau van de afzonderlijke staten. Het is waar dat er geen allesomvattende federale sociale zekerheid is in de USA - maar dat betekent zeker niet dat op het niveau van de staten dit niet zou bestaan; iets dat veel mensen vaak vergeten. De USA is geen monoliet blok - integendeel. Heel veel van de sociale bevoegdheden (en overheidsuitgaven en regulering) zitten ook op het niveau van de staten.
Een ander iets dat opgemerkt moet worden, is dat de USA helemaal geen 'vrije' markt is op het vlak van verzekeringen, maar een uitvoerig gereguleerde. Natuurlijk niet gereguleerd op maat van de consument - wat had u verwacht? Als beste voorbeeld kan je het HMO-systeem aanhalen; een federaal verplichte 'private' verzekering voor werkgevers over hun werknemers. Natuurlijk staan mensen hier, hier voor te springen ('verplichte verzekeringen; dat is toch positief?') maar laten we duidelijk zijn dat het daar toch nog niet zo positief is. We kunnen zeuren op de USA zoveel we willen, vanuit alle ideologische hoeken, maar het is simpelweg niet waar dat het daar een ongereguleerd vrije samenleving is op het vlak van sociale zekerheid)(noch op enig ander vlak, for that matter).

Overigens: 2/3de van een dubbel zo hoog loon, betekent dat je nog altijd meer overhoudt dan de helft af moeten geven van de helft van je loon - voor een kwaliteit die overigens wel degelijk een serieus pak hoger is dan in België. Iedereen kent wel de bekende statistiek van de WHO, waarin de USA ongeveer 35ste staat. Lord and behold: de reden is niet dat de USA een lage kwaliteit heeft - de USA heeft de beste gezondheidszorg ter wereld: er is geen land ter wereld waar je liever verzorgd wordt dan in de USA, over het algemeen bekeken - alleen dat de kostprijs inderdaad ook hoger ligt. (De USA scoort zo laag omdat het veel kost en niet omdat de kwaliteit zo laag zou zijn.) Laten we hierbij onthouden dat de kostprijs in de USA grotendeels zo hoog ligt door, inderdaad, de uitgaven van medicare en medicaid, moeten we toch al eens gaan beginnen nadenken over hoe slecht of goed het daar nu eigenlijk is. (Laten we ook niet vergeten dat de USA een verleden (en heden) heeft in zowat alle takken van de economie, en zeker in die van social security, om private - 'for profit' - bedrijven te subsidiëren, zonder al te veel echte controle. Ik kan wel begrijpen dat er dan al eens niet teveel kosten dalingen gebeuren, niet waar?
Een tweede mogelijkheid om winst te maken, aantrekkelijker, want ze maakt het bedrijf minder duur, en omdat bedrijven door competitieregels gedwongen worden steeds te proberen goedkoper dan hun concurrent te zijn, is door sommige 'klanten' eenvoudigweg niet uit te betalen (als bedrijf betaal je nu eenmaal liever een goede jurist 5000 dollar om te zoeken naar een achterpoortje in het contract, dan effectief 50.000 dollar opnamekosten aan een oud vrouwtje te moeten uitbetalen dat mogelijks toch binnen de 3 weken sterft, of ze heel haar leven braaf betaald heeft of niet kan een bedrijf geen reet schelen.)
Hierbij moet er ten eerste opgemerkt worden dat de private bedrijven in de USA njet, nada, noppes winst maken door dit soort acties. Die bedrijven maken winst door het geld, dat ze uit de poel overhouden, te investeren en daarop een return te krijgen. Het laatste wat je dus moet gaan doen is zorgen dat je slechte publiciteit krijgt door dit soort zaken. (Zou jij bij een bedrijf blijven waarvan herhaaldelijk bekend is dat ze dit soort fratsen uithalen?) Verder: dit is eigenlijk geen kritiek op de werking van de vrije markt, om de simpele reden dat in een vrije markt het behoort dat je je contracten naleeft. Als dat oud vrouwtje een (terechte) claim heeft, dan behoort dat bedrijf uit te betalen. Indien ze dat niet doen, dan zijn ze criminelen en behoren ze als dusdanig vervolgd te worden. Wat hij eigenlijk doet, is dus een kritiek uiten op de vaak gebrekkige juridische opvolging, noodzakelijk om te kunnen spreken van een vrije markt. Dat is waar en ook de USA (net zoals geen enkel land) is daar verre van perfect in, maar is moeilijk een kritiek op een markt as such. Verder moet hier ook wel bij begrepen worden dat deze kritiek ook op de overheid as such van toepassing is; de overheid betaalt ook niet 'alles' terug en doet, effectief, aan rantsoenering om kosten te drukken. Het is (misschien) een empirische vraag wat het ergste is, maar om zomaar aan te nemen (zoals de persoon in kwestie lijkt te doen) dat de overheid niet met zo'n probleem zou zitten, lijkt mij sterk. Om dit laatste probleem te illustreren: hier.

Medicare, denied medical claims at nearly double the average for private insurers: Medicare denied 6.85% of claims. The highest private insurance denier was Aetna @ 6.8%, followed by Anthem Blue Cross @ 3.44, with an average denial rate of medical claims by private insurers of 3.88%

In its 2009 National Health Insurer Report Card, the AMA reports that Medicare denied only 4% of claims—a big improvement, but outpaced better still by the private insurers. The prior year’s high private denier, Aetna, reduced denials to 1.81%—an astounding 75% improvement—with similar declines by all other private insurers, to average only 2.79%.

Ik zou dus zeggen: vooraleer je de 'decline'-card trekt, dat je toch oppast dat de overheid niet in hetzelfde bedje ziek is.

Verder moet er opgemerkt worden dat je niet 'goedkoper' wordt door cliënten slecht te behandelen. Het zou zijn alsof Aldi in het kader van de actie 'nu nog goedkoper' zou afkomen met welbepaalde voedselpakketen die je dan maar moet komen halen, zonder keuzevrijheid. Kans is groot dat de overheadcost van Aldi dan inderdaad nog naar beneden gaat, maar het is maar de vraag of mensen dit zouden pikken. Het is waar dat het oud vrouwtje misschien niet de mogelijkheid heeft om te protesteren en ik wil ook niet beweren dat er zo geen gevallen zijn; wat ik wel beweer is dat het helemaal niet duidelijk is dat dit een groter probleem zou zijn voor een vrij systeem dan voor een overheidsgecontroleerd systeem en dat is de claim die je moet proberen hard te maken - het lijkt me duidelijk dat dit niet gebeurd is.
Een derde mogelijkheid is door "efficiëntie", het besparen op sommige deelgebieden, of verbeteren en goedkoper maken van processen, eveneens gedreven door de onderlinge competitie tussen bedrijven. Deze drang naar efficiëntie zou minder aanwezig zijn bij overheidsdiensten. De realiteit is dat de meeste RSZ diensten in Europa beter en goedkoper werk leveren dan privébedrijven in de VS. De praktijk spreekt de theorie maw zwart op wit tegen.
Dit laatste punt is natuurlijk moeilijk te weerleggen, daar ik geen idee heb naar welke 'realiteit' deze persoon het heeft. 'k ken geen studies die dit beweren, dus het is nogal moeilijk om deze studies te bespreken/te aanvaarden/te duiden, etc. Het spijt me ook voor de persoon in kwestie, maar ik zal hem ook niet zuiver op zijn autoriteit aannemen.




Naomi Klein over Keynes versus Keynes

Naomi Klein over 'vrije markt kapitalisme, democratie, Friedman en Keynes'
I am not arguing that all forms of market systems require large-scale violence. It is eminently possible to have a market-based economy that demands no such brutality or ideological purity. A free market in consumer products can coexist with free public health care, with public schools, with a large segment of the economy - such as a national oil company - held in state hands. It's equally possible to require corporations to pay decent wages, to respect the right of workers to form unions, and for governments to tax and redistribute wealth so that the sharp inequalities that mark the corporatist state are reduced. Markets need not be fundamentalist.

John Maynard Keynes proposed just that kind of mixed, regulated economy after the Great Depression. It was that system of compromises, checks and balances that Friedman's counter-revolution was launched to dismantle in country after country. Seen in that light, Chicago School capitalism has something in common with other fundamentalist ideologies: the signature desire for unattainable purity.

This desire for godlike powers of creation is precisely why free-market ideologues are so drawn to crises and disasters. Non-apocalyptic reality is simply not hospitable to their ambitions. For 35 years, what has animated Friedman's counter-revolution is an attraction to a kind of freedom available only in times of cataclysmic change - when people, with their stubborn habits and insistent demands, are blasted out of the way - moments when democracy seems a practical impossibility. Believers in the shock doctrine are convinced that only a great rupture - a flood, a war, a terrorist attack - can generate the kind of vast, clean canvases they crave. It is in these malleable moments, when we are psychologically unmoored and physically uprooted, that these artists of the real plunge in their hands and begin their work of remaking the world.
Kortom: Friedmanite kapitalisme is slecht en anti-democratisch en Keynes was de gematigde, pragmatische, (sociaal-)democraat.

Keynes over zijn eigen theorie, uit het voorwoord voor de Duitse (!) versie van zijn General Theory.
"The theory of aggregate production, which is the point of the following book, nevertheless can be much easier adapted to the conditions of a totalitarian state, than ... under conditions of free competition and a large degree of laissez-faire.
Juist, ja.

Laten we ook niet vergeten dat het Keynes zijn theorie is, die de intellectuele (of beter: 'ideologische') verantwoording geeft om oorlog te starten (dat creëert welvaart volgens hem), banken te redden (big business moet gered worden), corporatisme (de vrije markt kan dat toch niet, dus de overheid moet bedrijven helpen en sturen) en meer van dat fraais. Maar inderdaad: hij was geen (verre van) laissez-faire voorstander. Grappig hoe we Keynes zijn beleidsregels in ons gezicht krijgen gesmeten als verwijt dat we meer Keynes nodig hebben.

(Ohja; en het is natuurlijk een stropop dat we voorstander zijn om oorlogen te starten om een vrije markt in te voeren, maar dat is evident.)

maandag 8 maart 2010

Eigendomsrechten en markten

De aanwezigheid van functionerende markten, bewijst dat er een (relatieve) eigendomsstructuur is die in zekere mate voorspelbaar is en verdedigt wordt. De absentie van functionerende markten - voor alle duidelijkheid: niet de afwezigheid van welvaart - toont de afwezigheid van een eigendomsstructuur aan.
Eigendomsrechten die voorspelbaar, relatief stabiel en waarover een algemene consensus is over hoe het overdragen wordt, zijn een noodzakelijke voorwaarde voor uitgebreide en functionerende markten - ook al zijn deze in theorie illegaal. Daarom dat Cuba niet armer is dan het is: het heeft een relatief stabiele eigendomscultuur, waaronder een grootschalige zwarte markt functioneert (idem in de USSR). In tegenstelling tot landen zoals Haïti, maar zeker ook Congo, waar er zelfs geen zwarte markt functioneert, wegens de onzekerheid en de arbitrairheid van de eigendomsrechten.

In beide gevallen is de 'weg' naar meer welvaart duidelijk: verdere ontwikkeling van een stabiele (en rechtvaardige) eigendomsstructuur dat een private sfeer van handelen creëert.

Human Action

Heb vandaag nog eens de study guide van Human Action doorgenomen - Human Action zelf neem je immers op een dagje niet door. Het is curieus hoe zelfs het lezen van de study guide interessant blijft en steeds nieuwe inzichten leert. (En, ook belangrijk, hoe je steeds opnieuw ontdekt hoe volledig en hoe volledig correct Mises was over praxeologie en het onderscheid tussen praxeologie en geschiedenis.)

Alleen denk ik dat wel dat hij een beetje onnauwkeurig is door te (blijven) refereren naar de Industriële Revolutie als een hoogdag van het vrije markt kapitalisme. Zoals al vaak aangewezen, was de enclosure beweging een regelrechte nationalisering (en herverdeling) van grote delen van de bevolking, waardoor mensen op de marge sneller naar de slechtere werkomstandigheden van de fabrieken werden geduwd dan anderzijds het geval is.

Anderzijds is Mises natuurlijk briljant, als hij, tegen de aanklacht dat de IR de grote massa qua levensstandaard zou verlagen, vraagt: voor wie was de grote massa in de fabrieken aan't produceren? Wie kocht deze massaproductie? Je kent het antwoord zelf wel.