donderdag 20 augustus 2009
Human Action is 60 jaar
De Freeman - het magazine uitgegeven door de Foundation for Economic Education - heeft daarom een speciale editie uitgegeven. Hieronder vind je de links naar alle artikels.
http://www.thefreemanonline.org/departments/perspective/human-action-as-a-work-of-art/
Kirzner zijn artikel: http://www.thefreemanonline.org/featured/human-action-1949-a-dramatic-episode-in-intellectual-history/
Bettina Bien Greaves: http://www.thefreemanonline.org/featured/human-action-the-60th-anniversary/
Peter Boettke: http://www.thefreemanonline.org/featured/human-action-the-treatise-in-economics/
Peter Leeson: http://www.thefreemanonline.org/featured/what-human-action-has-meant-to-me-reflections-of-a-young-economist/
Henry Hazlitt zijn originele blog: http://www.thefreemanonline.org/featured/the-case-for-capitalism/
Een bespreking van de artikelen volgt nog.
woensdag 19 augustus 2009
Een goede hint
En ja hoor, “de noodzakelijke ondersteuning van de economie tijdens de crisis”
die een trager besparingsritme oplegt, betekent dat aan het patronaat niets
gevraagd zal worden en dat sinterklaas daar verder zal blijven langskomen. Wie
kan die besparingen dan dragen? Dezelfden als altijd: de werkenden, werklozen en
gepensioneerden, jongeren, zieken,… En tal van kleine middenstanders zullen
tijdens de komende jaren de rangen van deze laatsten vervoegen.
Betaal dan niet meer? Regel het dan zelf? Doe het niet via de overheid? Of is dat te moeilijk?
maandag 17 augustus 2009
Het socialistisch alternatief
Een socialistisch alternatief
Net als de slavenmaatschappij en de feodaliteit voor haar, zijn ook het kapitalisme, het privaat bezit van de productiemiddelen en de winsthonger niet in steen gebeiteld. Een andere samenleving is mogelijk. Een socialistische maatschappij baseert zich op het collectief bezit van de grote bedrijven en een democratische planning van de productie.
Indien de moderne technologie zou worden aangewend in het belang van de meerderheid van de bevolking, dan zouden we fundamentele stappen vooruit kunnen zetten. Het zou de materiële basis vormen waarop ook de menselijke cultuur fundamenteel zou kunnen veranderen. In de plaats van een samenleving die egoïsme en inhaligheid beloont, zou een socialistische samenleving zich baseren op gelijkheid en rechtvaardigheid.
De beslissingen zouden democratisch kunnen worden genomen. Niet door zoals vandaag om de vier jaar één of andere politicus te verkiezen die volgzaam de macht van de grote bedrijven en het establishment respecteert en versterkt. De arbeiders zouden de beslissingen zelf nemen via regelmatige vergaderingen op hun werk- en woonplaatsen. Er zouden afgevaardigden verkozen worden voor politieke posities, net als voor economische en administratieve posities. Deze afgevaardigden zouden steeds afzetbaar zijn door diegenen die hen verkozen hebben en ze zouden leven aan het gemiddelde loon van diegenen die ze vertegenwoordigen.
De arbeidsweek zou fors kunnen worden ingekort, het beschikbare werk zou verdeeld worden zonder loonverlies. De fundamentele behoeften van eenieder zouden gegarandeerd worden, waardoor alle vrouwen en mannen controle over hun eigen leven zouden kunnen uitoefenen waarbij er ook meer mogelijkheden zouden zijn om creatieve en intellectuele interesses te ontwikkelen. Dit zou de deur openzetten om optimaal gebruik te maken van het creatieve potentieel van heel de mensheid.
Bron: http://www.socialisme.be/lsp/archief/2009/08/16/kapitalisme.html
In ieder geval zou ik vandaag het willen hebben over een probleem dat ik al een tijdje heb - en een goed doelwit is daarvoor, zoals gewoonlijk, de website van de LSP.
Er stond (weeraleens) een artikel dat met van alle grote Marxistische claims afkwam - 'onderbouwd' op zo'n manier dat alleen de incrowd overtuigd wordt. Er stond bijvoorbeeld iets in over de zogenaamde claim van de voorstanders van de vrije markt dat dit in de 'natuur' zou zitten van de mens. (Persoonlijk heb ik nog nooit 1 auteur gevonden die echt zei dat een vrije markt werkelijk in de natuur van de mens 'zat'. Alhoewel dat je het zodanig zou kunnen formuleren, maar dan toch wel op een geheel andere manier dan zij het voorstellen.) Maar misschien post ik daar later nog eens iets over.
Nu wil ik het hebben over hun plan van het zogenaamde 'alternatief'. Terecht merken ze vaak op - net zoals de voorstanders van een meer vrijheid gerichte samenleving - dat zij niet kunnen voorspellen welke beslissingen genomen gaan worden. Pleiten voor een andere samenleving - of je nu socialist, liberaal, corporatist of wat dan ook bent - is pleiten voor een ander institutioneel kader. Dit is vaak gebaseerd op een analyse dat het huidige institutionele kader (1) onrechtvaardig en/of (2) niet efficient is. Socialisten maken een analyse van de 'vrije markt' (waarbij ze de praktijk van vandaag de dag met een gemengde economie gebruiken om hun analyses van een 'pure' vrije markt te rechtvaardgen; wie bespeurt de wetenschappelijke non sequitur?) en wensen daarom een alternatief voor te stellen. Ik ben al blij dat ze over dit alternatief wat hebben nagedacht, maar de literatuur die ik voorlopig zie op de website van socialisme.be (met zo'n titel hoop ik toch dat het de meest representatieve is in België; ik vind in ieder geval geen enkele waar er meer op gepost wordt) vind ik toch maar magertjes. Laat ik (eindelijk) bij het punt komen waarom.
Eerst formuleren ze het als een 'democratische planning van de productie'; daaruit zouden we kunnen afleiden dat ze voor een gehele planning van de economie zijn, vanuit 1 orgaan. (Dat is ook de meest typische definitie van 'socialisme', i.e. een planeconomie. Of die nu 'democratisch' is of niet.) Maar dan zien we ook: 'De arbeiders zouden de beslissingen zelf nemen via regelmatige vergaderingen op hun werk- en woonplaatsen.' Maar deze 2 zaken lijken mij tegenstrijdig. Immers; als de beslissingen door de arbeiders 'zelf' genomen worden heb je een vorm van veralgemeende coöperatieven: elk bedrijf is soeverein om de beslissingen voor het eigen bedrijf te nemen. Ofwel zijn het alle arbeiders samen die over 'alle' productiefactoren een beslissing nemen en dan heb je niet 'de arbeiders' zelf via vergaderingen op hun werk- en woonplaatsen. Of bedoelen ze misschien dat de nationale vergaderingen gebeuren op de werkplaatsen zelf maar dat er toch een soevereine instantie is? Het is mij niet geheel duidelijk wat er nu juist bedoelt is - en ondanks al enkele keren gevraagd te hebben aan LSP/ALS militanten is het mij nog steeds niet duidelijk wat ze nu juist bedoelen. De belangrijke vraag wie zal in de socialistische samenleving de soevereniteit hebben om over wat te beslissen lijkt mij echter redelijk belangrijk en vooralsnog niet al te duidelijk opgelost door socialisme.be
Een ander iets waar ik mee zit, is (o.a.) deze claim: 'De fundamentele behoeften van eenieder zouden gegarandeerd worden'. (En gelijksoortige.) Ik vraag me toch af waar dát ineens vandaan komt. Ik weet dat het een vaak gehoorde claim is langs linkerzijde; maar wáárom zou dat zo zijn? Waarom zou de 'democratische' planning (of het nu de arbeiders per fabriek of de natie als geheel) per sé kiezen om de 'fundamentele behoeften' van eenieder te garanderen? Waarom zou het niet kunnen dat mensen beseffen dat ze best wel eens zodanig zouden kunnen 'democratisch' de instituties veranderen dat er een kleine minderheid (de moslims, negers of wat weet ik allemaal) substantieel méér werk zou doen de (blanke, mannelijke) meerderheid? Als je zaken 'collectief' en 'democratisch' gaat beslissen, kan het toch zijn dat de 'democratie' - net zoals dit in het verleden al is gebeurd - redelijk dictatoriaal neerkomt op minderheden? Ik zeg niet dat dit per se gaat gebeuren; het zou kunnen dat de democratie op zich niet zoveel problemen vereist, maar van waar deze garantie?
Ik vermoed dat de redenering ligt dat mensen ineens allemaal gaan samenwerken en wat weet ik nog allemaal, maar ook in het socialistische voorstel is er concurrentie. Concurrentie, natuurlijk, op een ander vlak dan in een markt - maar concurrentie nontheless. De politieke posities zijn beperkt. De 'goede' jobs zijn beperkt. Het maatschappelijk geproduceerde product is beperkt. Waarom zouden er daar geen kliekjes ontstaan binnen de ene fabriek/groep in de samenleving versus de anderen? Van waar ook de assumptie dat (1) de belangen van iedereen in de samenleving noodzakelijkerwijze samenvallen en (2) zelfs als er een bepaald collectief belang is; vanwaar de assumpie dat totale cooperatie de beste game theoretische zet is om dat doel te bereiken? Free riden kan op allerlei ingenieuze wijzen gebeuren.
En dan hebben we het, natuurlijk, nog niet over de potentiele economische calculatieproblemen, zoals aangehaald in het calculatiedebat in de jaren '30. (Ik vraag me af hoeveel hedendaagse socialisten, die luid op de borst kloppen dat het socialisme nakende is en het kapitalisme faalt, nog maar van dit debat gehoord hebben en de argumenten van beider zijden kennen.)
Om lang verhaal te concluderen; ik wacht ten eerste nog altijd om een duidelijk institutionele omschrijving. Wíe heeft de beslissingsmacht (en zeg niet 'de arbeiders'; precieser wezen)? En ten tweede op de reden waarom zij al deze mooie verhalen zo zeker kunnen garanderen. Ik denk immers niet dat de beslissingsmacht verschuiven per se betekent dat daardoor iedereen om iedereen zal geven en het beste zal willen voor iedereen.
donderdag 13 augustus 2009
Marktsistisch hoekje: Waarde en Crisis
Karl Marx was een van de meest invloedrijke denkers de afgelopen tijd. Vandaag de dag zijn er nog heel wat jongeren (en ouderen) die naar zijn werk grijpen om de ene of andere theorie te vinden om deze of gene gebeurtenis te verklaren. Het is echter zo dat we al bijna meer dan 150 jaar verder zijn – en ondertussen een groot deel van zijn werk compleet in diskrediet is gebracht door echte academici.
Waarde en Crisis
De eerste column zullen we spenderen aan Marxistische theorie inzake economische crisissen. Voor redenen die gekend zijn, zijn de moderne Marxisten aan het juichen dat de huidige economische malaise inherent is aan dat kapitalisme en dat het nu toch wel eens tijd wordt voor de grote socialistische wende. Los dat de theorie omtrent de noodzakelijke komst van het socialisme – hoe lang wachten we daar al op? – op enorm losse schroeven staat, is het nog niet eens juist dat de huidige crisis verklaart kan worden vanuit een Marxistische perspectief. Laten we, om te beginnen, citeren van de website www.socialisme.be die de theorie in een notendop weergeeft.
Wij voorspelden al langer dat deze crisis zou losbarsten. Deze crisis is namelijk het resultaat van de interne tegenstellingen van het kapitalistische systeem: de patroon haalt zijn winst door de arbeiders nooit de volledige waarde van de goederen die zij produceren uit te betalen. Arbeiders kunnen dus nooit alle goederen terugkopen die worden geproduceerd. De private eigendom van de productiemiddelen onder het kapitalisme maakt dat er enkel maar zal worden geproduceerd als er voldoende winst kan worden gemaakt. De kapitalisten zoeken steeds naar methoden om sneller en goedkoper producten op de markt te brengen. Dit heeft geleid tot de overproductiecrisis die we sinds de jaren 1970 kennen. De poging om dit te probleem te negeren door massaal krediet te verlenen aan consumenten, blijkt nu ook niet te volstaan om het kapitalisme te redden.”
http://www.socialisme.be/lsp/archief/2009/03/15/marx.html
Deze theorie is, natuurlijk, verkeerd. De eerste fout zit hem al in de aanname; volgens een Marxist voegt een kapitalist niets van waarde toe aan het productieproces: hij steelt de waarde van de arbeider. Maar de arbeider(sklasse) creëert wel de goederen, maar de arbeider(sklasse) krijgt niet genoeg geld om de geproduceerde producten te kopen. Daardoor is er een ‘overproductie’crisis. Dit gedeelte is op zich al gebaseerd op een vergissing, maar zelfs als dit gedeelte waar zou zijn, dan nog verklaart het geen crisis. De redenering volgt vanuit de verkeerde assumptie dat alleen ‘arbeid’ waarde creëert. Maar vermits de kapitalist (zo gaat de redenering) – die geen arbeid levert – toch een deel van het geld krijgt, heeft de arbeidersklasse als geheel te weinig koopkracht (want ze hebben niet allemaal ‘hun volledige arbeid’ betaald gekregen) om de producten te kopen. Daarom is er een ‘algemene overproductiecrisis’ (die alleen maar opgelost kan worden door collectieve planning natuurlijk.) Maar zelfs als we alle problemen met die gedeelte van de theorie negeren, bewijst dit niet wat ze willen bewijzen. Immers: de kapitalist heeft nog steeds de ‘meerwaarde’ (we zullen later uitleggen waarom dit natuurlijk geen ‘gestolen’ is, maar wel degelijk verdient), die hij zelf kan uitgeven op de markt. Er hoeft helemaal geen ‘overproductie’ te zijn; er is nog steeds genoeg koopkracht in de bevolking in zijn geheel om de goederen te kopen die ‘gemaakt’ zijn. Het enige wat noodzakelijk is om de ‘overproductiecrisis’ op te lossen is om niet meer goederen voor de grote massa van de bevolking te maken, maar goederen te maken die de kapitalisten willen kopen. Een shift van massaproductie naar elitaire productie – zoals in de feodaliteit – zou de ‘overproductiecrisis’ kunnen oplossen. Immers; er moet maar een deel voor de arbeidersklasse gecreëerd worden en een deel voor de ‘rijke’ kapitalisten’. De reden dat we dit niet zien, is omdat de theorie fout is. De koopkracht is niet weg, enkel verschoven. (Natuurlijk gaat elke socialist hierop reageren dat er inderdaad productie is dat ‘alleen voor de rijken’ gericht is; dat is zeker waar en ik heb daar geen probleem mee per se. Het punt is dat elke crisis we meer en meer productie zouden moeten zien veranderen van massaproductie naar elitaire productie; wat niet waar is.)
Maar de theorie is op zich al fout; er kan nooit ‘koopkracht’ verloren gaan. De reden is nogal eenvoudig; de waarde van goederen wordt niet, nada, nooit, jamais bepaald door de ‘hoeveelheid arbeid’ die er in dat goed vervat zit. Het is niet omdat iemand heel hard en lang aan iets heeft gewerkt, dat dit goed daarvoor waardevol wordt. Het is exact het omgekeerde. Mensen steken veel moeite in iets (materiaal, productie, tijd, etc.) omdat men hoopt/verwacht dat het veel geld zal opleveren. Het sturen van productie in de hoop dat mensen daarvoor vrijwillig, in hun subjectieve evaluatie van dat goed, hun geld ervoor willen geven, heet ondernemerschap. Wie daar goed in is, maakt veel ondernemerswinst. Wie daar slecht in is, maakt ondernemersverlies. (Wat gelijk een ander Marxistisch leugentje doorprikt; kapitalisme wordt niet gekenmerkt door ‘winst’, maar door ‘winst en verlies’. Wie winst maakt, mag de volgende ronde nog eens proberen om de consument te dienen. Wie verlies maakt, mag dat niet.) Mensen ruilen goederen omdat het gene zij opgeven minder waard is dan het gene dat zij ervoor krijgen. Zelfs als er ineens een meteoriet de helft van de waarde wegvaagt – dus heel veel ‘arbeidsuren’ arbeidskracht aan producten verloren is gegaan – kan er nog steeds een markt zijn; men ruilt gewoon de zaken die op dat moment waardevol zijn, volgens eenieder zijn subjectieve oordeel. Een crisis kan dus niet verklaart worden door te verwijzen naar een of ander ‘consumptiemogelijkheidsverlies’, maar moet dus gevonden worden in het feit dat mensen voor een bepaald goed gewoonweg geen prijs willen betalen die de kosten (gemaakt door de kapitalist) dekt.
Ten tweede ‘steelt’ de kapitalist natuurlijk niet. De kapitalist betaalt de arbeider nu een loon opdat er een product dat later pas een inkomen kan genereren, gemaakt wordt. Tenzij iemand denkt dat een product ‘nu’ (dat misschien materiaal identiek is aan een goed over een bepaalde tijd) exact evenveel waard is dan over een tijd (dat zou betekenen dat, indien hij consequent is, nooit iets koopt, want alles is over een tijd evenveel waard als het op deze moment waard is), is er niets mis met dat de kapitalist een deel geld verdient. Hij zorgt immers voor de tijdslink in productie; hoe meer kapitaal er gespaard wordt, hoe langer productieprocessen gemaakt kunnen worden, hoe productiever deze kunnen zijn en dus hoe meer welvaart er gecreëerd kan worden. Dat is de taak van de pure kapitalist in een economie, die even belangrijk is als de ondernemer, arbeider of landeigenaar. Geen ‘diefstal’ gebeurd er; enkel het vergoeden van de dienst die hij bewijst, zoals elke andere productieve functie in een samenleving.
Ten derde is de theorie empirisch fout. De theorie spreekt van een algemene ‘overproductiecrisis’. Maar ‘overproductiecrisis’ wordt gekenmerkt door het feit dat de prijs van het goed daalt tot beneden de kostprijs (een standaard vraag en aanbod schema toont dit aan). Maar dat zou beteken dat er geen enkele sector in een crisis nog winst kan maken, want er is in elke sector een ‘overproductie’. Maar ik moet in ieder geval de eerste socialist nog tegenkomen die op dit moment niet zit te zeuren over dat er nog steeds ‘miljarden’ winsten worden gemaakt in deze of gene sector. Maar dat kunnen zij niet verklaren; indien er werkelijk een algemene overproductiecrisis was, dan is het niet mogelijk dat er nog 1 sector winst maakt. Dat is nu eenmaal wat ‘overproductie’ betekent. De reden dat we winsten zien, is nogal eenvoudig. (En betekent helemaal het einde van het kapitalisme niet.) Er zijn, zoals altijd kan voorkomen in een systeem dat steunt op feilbare mensen, vergissingen gebeurd. Ondernemers hebben geïnvesteerd in sectoren die al (bijna) verzadigd waren en er zijn te weinig investeringen gebeurd in sectoren waar er nog een grote vraag naar was (en waar mensen het geld voor hadden om de gemaakte investeringen te vergoeden). Er zijn tegelijkertijd ‘overinvesteringen’ gebeurd in welbepaalde sectoren (die nu verlies maken, en waar er dus ‘onderconsumptie’ is) als dat er tegelijkertijd ‘onderinvesteringen’ zijn gemaakt in sectoren (die nu een hoge relatieve winst hebben). De reden van deze grote misallocatie hebben we al enkele keren uitgelegd (zie op onze website voor enkele artikelen daarover). De oplossing is nog veel eenvoudiger; hoe pijnlijk het ook is, delen van deze sectoren moeten failliet gaan en de productiefactoren die daarin zaten (arbeid en materiaal) moeten op andere manieren gealloceerd worden om de consumenten te dienen. Dit is natuurlijk geen leuk proces – en ik ben de laatste om te zeggen dat een vrije markt samenleving (die we nu, overigens, helaas niet hebben; we hebben een gemengde markteconomie, met alle problemen van dien) altijd en overal geluk zal bezorgen voor iedereen. Ik kan, helaas, niet zoals Marx een wereld beloven waar mensen zich zo vrij kunnen bewegen als Marx het zag:
‘in communist society, where nobody has one exclusive sphere of activity but each accomplished in any branch he wishes, society regulates the general production and thus makes it possible for me to do one thing today and another tomorrow, to hunt in the morning, fish in the afternoon, rear cattle in the evening, criticize after dinner, just as I have a mind, without ever becoming hunter, fishermen, shepherd or critic.’
Als ik niet beter zou weten; ik zou me ook laten verleiden door zo’n mooi verhaal.
woensdag 7 januari 2009
Economische stromingen over crisissen
Het vertrekpunt van een analyse van een economische crisis verschilt van analyse tot analyse. De huidige makers van het monetair beleid zien ongeveer zo tegen een economische crisis aan:
Het ideaal is een zo laag mogelijk niveau inflatie en werkloosheid en een zo laag mogelijke variatie van inflatie en werkloosheid.
Op lange termijn wordt erkend dat de werkloosheid gelijk is aan zijn natuurlijk niveau en dat de inflatie gelijk is aan de groei van de geldhoeveelheid. Monetair beleid kan op lange termijn de werkloosheid niet verlagen, iedere verhoging van de geldhoeveelheid heeft enkel een effect op inflatie. Op korte termijn geloven beleidsmakers dat zij wel een invloed op het niveau van werkloosheid kunnen uitoefenen. Prijzen van goederen, diensten en arbeid zijn op korte termijn vast. Een verhoging van de geldhoeveelheid wordt niet onmiddellijk doorgerekend in prijzen, maar zorgt voor een tijdelijke verhoging van de economische activiteit en een verlaging van de werkloosheid.
Beleidsmakers zien dan een rol voor zichzelf weggelegd. De vraag die ze zichzelf stellen is: “hoe kunnen we, gegeven dat er zich bepaalde schokken in de economie voordoen, de economie stabiliseren?”
Op de vraag waarom deze schokken zich voordoen (laat staan hoe ze te voorkomen zijn) hebben beleidsmakers geen volledig antwoord. Schokken kunnen een invloed hebben op de productiviteit, bijvoorbeeld olieschokken of technologische ontwikkelingen maar deze schokken zijn niet frequent of sterk genoeg om de conjunctuur te verklaren. Andere mogelijke verklaringen voor schokken zijn vlagen van optimisme en pessimisme, maar deze lijken mij eerder een symptoom van een crisis of boom in plaats van een oorzaak. Veranderingen in de vraag naar geld of de vraag naar goederen en diensten.
Als de huidige beleidsmakers al kunnen identificeren welke schokken er zijn, hebben ze nog altijd geen antwoord op de vraag waarom een schok zich voordoet of waarom deze schokken de hele economie treffen en een cyclisch patroon hebben. Hun conclusie lijkt dat we schokken en conjunctuur maar moeten aanvaarden, dat het onvermijdbaar is, eigen aan het economische systeem en dat we slechts aan symptoombestrijding kunnen doen.
De Oostenrijkse school heeft hier een heel ander antwoord op. De conjunctuur ontstaat net door de interventie van de beleidsmakers op de geldmarkt. Schokken hebben een duidelijke oorzaak en kunnen aan de bron worden aangepakt.
dinsdag 6 januari 2009
Hfdstk 1: Het probleem van Recht
Om de zoveel tijd zal ik hier een (stuk van een) hoofdstuk posten uit het boekje waar ik aan bezig ben. Dit is een stuk uit hoofdstuk 1 uit deel 1 ('De Rechtsfilosofie'). Constructieve opmerkingen zijn altijd welkom.
1. 1
Het Probleem van het Recht
“...”
Wat is Recht? Deze heel eenvoudige vraag heeft grote implicaties, vermits het antwoord daarop de fundamentele vraag is in een rechtvaardige samenleving – een samenleving in overeenstemming met het recht. Het recht oordeelt over wat recht en onrecht is. Wat recht is, is datgene dat overeenkomstig het recht gebeurd & wat onrecht is, is datgene dat tegen het recht ingaat. Recht staat tegenover onrecht. Indien we weten wat het recht is, weten we ook wat onrecht is.
Het Recht gaat, heel eenvoudig, over datgene wat mensen mogen doen. Dit betekent niet dat ze niet iets anders zouden kunnen doen – zoals onrechtmatige handelingen. Het betekent enkel dat ze bepaalde zaken niet mogen doen, indien ze in overeenstemming met het recht wensen te handelen. Mensen zijn in staat tot allerlei handelingen, sommigen daarvan zijn rechtmatig en anderen zijn onrechtmatig. De rechtsfilosofie is de wetenschap die zich bezighoudt met het duidelijk maken van het verschil tussen recht en onrecht, tussen wat iemand mag en niet mag doen.
Het Recht staat tegenover onrecht. Het Recht is een toestand waarbij mensen handelen volgens datgene dat ze mogen doen; onrecht is de toestand waarbij mensen handelingen stellen die ze niet behoren te doen. Het probleem van de rechtsfilosofie is om daar een antwoord op te geven: om het onderscheid te maken tussen wat mag en niet mag. Het is geen onderdeel van de rechtsfilosofie (of van de taak van de rechtsfilosoof) om het Recht af te dwingen. De rechtsfilosoof kan enkel verkondigen wat het onderscheid is tussen Recht en onrecht, tussen wat behoort en wat niet behoort. Andere mensen hebben dan de keuze of ze zijn richtlijnen volgen; of ze volgens het Recht wensen te handelen of niet. De rechtsfilosoof als rechtsfilosoof staat machteloos tegenover zij die kiezen om het Recht te negeren. Het enige dat het de Rechtsfilosoof kan doen is zich focussen op zijn taak – de taak van Recht van onrecht te onderscheiden.
Recht als oordeel
Het recht is een oordeel van rationele wezens, zoals de mens. Indien er gesproken wordt over iets 'onrechtmatig', is dit een oordeel van een mens. Sommigen vinden iets onrechtvaardig wat anderen niet vinden. De mens is in staat tot het oordeel over Recht en onrecht.1 Zij is hiertoe in staat, omdat ze in het algemeen kan oordelen: een noodzakelijke voorwaarde voor een rationeel handelend wezen. De mens is een rationeel handelend wezen in die zin dat ze in staat is om een oordeel te vellen over een bepaalde situatie, deze kan beoordelen als 'aangenaam' of 'onaangenaam' en daarnaar handelen. De mens is in staat om situaties te analyseren en naar oplossingen te zoeken om deze situatie te verbeteren. Deze doel/middel rationaliteit stelt niet dat mensen altijd de juiste beslissing maken; het stelt enkel dat mensen in staat zijn tot het beoordelen van situaties en volgens deze oordelen te handelen. Mensen zijn handelende wezens omdat ze doelen hebben en selecteren die ze zouden willen bereiken met bepaalde middelen. Over zowel doel als middel moet er een oordeel komen van de mens; aldus is het oordeelsvermogen een noodzakelijke voorwaarde voor het rationeel handelen. Ook voor het recht is een oordeelsvermogen een noodzakelijke voorwaarde; vermits het recht zelf een oordeel is, een oordeel over wat gerechtvaardigd is – overeenkomstig het Recht – en wat niet.
Zoals gezegd: mensen oordelen. Een noodzakelijke voorwaarde voor dit gegeven is dat mensen zelf oordelen. Mensen bezitten hun eigen denkvermogen, wil, redeneringen, gedachtegangen, herinneringen, feiten, etc. Niemand anders dan zij zelf bezit deze unieke mogelijkheid om over zichzelf te beschikken en daarmee sluiten ze zichzelf af van anderen. Ieder mensen heeft controle over zichzelf – in meerdere of mindere mate – en niemand heeft controle over de gedachten van anderen. Hierdoor zijn mensen in staat tot unieke handelingen, waarvoor zij middelen gebruiken om doelen aan te wenden. Andere mensen kunnen deze handelingen begrijpen en incorporeren in een groter geheel van 'doelen'. Een noodzakelijke voorwaarde van het menselijke leven is de mogelijkheid tot handelen – mensen zijn 'gedwongen', door de aard van het wezen, om rationele wezens te zijn, die een doel/middel rationaliteit hebben.
Een antwoord naar de vraag van het Recht, zal rekening moeten houden met het feit dat mensen kunnen nadenken over hun handelingen en als dusdanig van mening kunnen verschillen over wat hoort te gebeuren.
Recht als specifieke notie
Het oordeelsvermogen oordeelt over een grote variatie aan zaken. Over het esthetisch gehalte van een voorwerp, over het morele gehalte van een handeling en dus ook over de recht- of onrechtvaardigheid van een situatie. Is het echter altijd zinnig, i.e. met een betekenisvolle inhoud om te spreken over Recht of onrecht in elke gegeven situatie? Is het bijvoorbeeld zinnig om te spreken over de gevolgen van een natuurramp in de termen van 'recht' of 'onrechtvaardig'?
Indien met dit oordeel wordt bedoeld dat de actor, die dergelijke gevolgen bespreekt, daarmee te kennen geeft dat hij deze of gene situatie wenselijk of onwenselijk vindt, is zo'n oordeel zinnig. Indien daarmee wordt bedoeld dat het een situatie is die inherent onrechtvaardig is, is dit echter niet zinnig te noemen.
Het Recht, waar we ons hiermee bezig houden, is heel specifiek afgebakend gebied van gebeurtenissen, dat we niet zomaar over één en dezelfde kam mogen scheren met andere gebeurtenissen, ook al hebben we daar ook morele oordelen over. De rechtsvraag, waar we ons hiermee zullen bezighouden, is de vraag naar of een bepaalde handeling, van een wezen dat een doel/middel rationaliteit heeft, in overeenstemming is met het Recht of niet. Natuurrampen en hun gevolgen vallen, hoe zeer deze mensen met verdriet of vreugde mogen vervullen, daar niet onder. Het Recht, waar we het hier over hebben, is een studie van wat rationele wezens (die, bij mijn weten, zich beperkt tot mensen, ook al laat ik de situatie open dat er andere wezens zoals, eventueel, bepaalde mensapen zouden kunnen zijn die deze rationaliteit ook in beperkte mate hebben) elkaar wel en niet mogen aandoen.
Recht als orde
We zullen het recht onderzoeken vanuit het concept van een rechtsorde.
“De rechtsorde is in elk geval een verband van personen. Het ligt dus voor de hand een rechtsorde te zien als een verband van mensen, hun werken, middelen en afspraken: (...)” 2
De rechtsorde is een concept dat de grenzen afbakent tussen mensen. Wat mogen mensen doen en wat mogen ze niet doen? Zijn er wel grenzen op wat mensen rechtmatig mogen doen of mag zomaar alles, zonder dat, vanuit het recht, daar een beperking op staat? Indien we in een wereld leven waarin er bepaalde beperkingen op de handelingen van mensen staan, leven we in een wereld met een rechtsorde: een wereld waarin het recht voorschrijft dat mensen elkaar bepaalde zaken wel en, vooral, niet mogen aandoen.
De vraag naar het recht kan dus ook anders geformuleerd worden als de vraag naar de beginselen van de rechtsorde: wat zijn de regels die behoren te gelden tussen mensen, opdat er orde kan zijn?
Hierbij kunnen er 2 verschillende concepten opduiken, die elkaar op logische gronden uitsluiten. Indien de ene waar is, wordt de andere op logische gronden uitgesloten als zijnde rechtvaardig en vice versa.
Het verschil dat we hier zullen maken, is het verschil tussen een rechtsorde gebaseerd op natuurlijke personen enerzijds en een rechtsorde gebaseerd op fictieve personen (of 'functies') anderzijds. 3
De eerste beziet de mens als een van nature begrensd wezen, grenzen die we door een (rationele) redenering kunnen achterhalen. 'Dit is uw grens en dit is de zijne' waarmee bedoelt wordt dat de mogelijkheden van handelingen van de ene afgegrensd zijn door de mogelijkheid van handelingen van de andere. Dit wordt gerepresenteerd in de bekende maxime van: 'Uw vrijheid eindigt waar die van iemand anders begint'. De grenzen tussen beide individuen (en de rest van de mensheid) kunnen achterhaald worden door een rationele beargumentering over 'de aard van de mens', op basis van dewelke er geoordeeld kan worden wat binnen de grenzen van het ene dan wel andere individu valt. Mensen zijn dus wezens die grenzen hebben van nature: u heeft uw geest en de controle over uw lichaam en ik heb mijn geest en de controle over mijn lichaam en vanuit onze eigen individuele controle over onszelf kunnen wij ons in een wereld begeven met schaarse middelen en daar middelen hanteren om doelen te bereiken. Hieruit volgt dat wij rechtsubjecten zijn, die betekenisvolle handelingen kunnen stellen in de wereld die al dan niet anderen beïnvloeden. Het recht is hier dan de scheidsrechter die oordeelt of een handeling wel of niet gerechtvaardigd – i.e. 'in overeenstemming met de eisen van het recht' – was.
De rechtsorde gebaseerd op fictieve personen daarentegen stelt dat dit niet mogelijk is. Het is maar mogelijk om een rechtsorde indien deze gecreëerd wordt en aan eenieder functies toewijst. Een God of Soeverein is nodig om het verschil tussen u en ik aan te duiden, opdat er dan pas orde kan zijn tussen ons. Het is de Soeverein die kan en mag beslissen wat de grenzen van onze rechtvaardige handelingen zijn, bij wijze van decreet. Deze rechtsorde heeft de assumptie dat er geen mogelijkheid bestaat om de grenzen tussen u en ik af te leiden uit de feitelijkheid van hoe en wat we zijn. Vermits dit niet mogelijk is, kan dit maar gebeuren door middel van iemand die deze grenzen trekt door een of ander machtsapparaat – grenzen die bepaald worden door de soevereine heerser of heersers. Eenieder krijgt zijn functie opgelegd, door een plan bepaald in de geest (of geesten) van zij die de macht hebben om dit plan af te dwingen.
Dit zijn de enige 2 mogelijke manieren van een rechtsorde. Er zijn geen andere manieren waarop een rechtsorde begrepen kan worden.
Recht als oplossing van conflict
We kunnen de rechtsfilosofie dus samenvatten als een systematische studie naar de grenzen van handelingen van eenieder. Niet naar de problematiek van in elk concreet individueel geval – dat is een taak voor rechters, jurisprudentie en dergelijke meer – maar naar de vraag wat de principes zijn op basis van dewelke recht gesproken behoort te worden. Waarom mag u doen wat u doet en tot waar mag u dit doen?
Het probleem van het Recht moet begrepen worden vanuit onze wereld van schaarste. Indien iedereen altijd alles kon krijgen wat hij begeerde, is er geen probleem van het Recht. Het probleem van het Recht ontstaat om 4 redenen: (1) in het licht van de schaarste van de wereld waarin we leven, (2) het feit dat we verschillende actoren hebben die op een doelbewuste manier kunnen omgaan met middelen, (3) het gegeven dat verschillende actoren toegang (kunnen) hebben tot dezelfde (schaarse) middelen en (4) dat er geen algemene consensus bestaat over het doel waar middelen toe gebruikt moeten worden. 4
. We leven in een wereld die we moeten kenmerken als een wereld van schaarste omdat we dezelfde middelen kunnen gebruiken voor verschillende doeleinden. Maar dat is op zich geen voldoende voorwaarde voor het probleem van het Recht. Robinson Crusoë kan op zijn eiland misschien kokosnoten gebruiken om (1) op te eten of (2) op het strand het woord 'Help' te schrijven, maar dit is op zichzelf geen probleem van het recht. Dat is een probleem dat Robinson zal moeten oplossen door bij zichzelf te rade te gaan waar hij de gegeven middelen (in casu kokosnoten) voor zal gebruiken.
Pas als Vrijdag erbij komt, zal er potentieel een probleem van het Recht ontstaan. Vrijdag, een persoon met zijn eigen wensen en doelen, zou dezelfde kokosnoten als Robinson kunnen begeren, voor een doel dat niet verenigbaar is met het doel van Robinson. Indien Vrijdag op een ander eiland zit en op geen enkele manier zich meester zal kunnen maken om de kokosnoten van Robinson, is er natuurlijk ook geen enkel probleem van het Recht. Hij bestaat misschien wel, maar vermits hij geen toegang tot de kokosnoten die Robinson ook wenst te gebruiken, zal er geen enkel probleem zijn voor het Recht.
Mocht het echter zo zijn dat Vrijdag wel degelijk zich ook op het eiland van Robinson bevindt, maar hij geen probleem heeft met het gebruik dat Robinson al had gekozen voor de kokosnoten (i.e. Het vormen van het woord 'help' op het strand) is er ook geen enkele vorm van conflict. Vrijdag laat de kokosnoten gewoon met rust en Robinson kan doen waar hij zin in heeft.
We zien dus dat in dit particuliere voorbeeld conflict ontstaat als (1) we een minder dan door beide partijen benodigde hoeveelheid aan kokosnoten hebben, (2) we meer dan 1 partij hebben, (3) zij beide tot de beperkte hoeveelheid kokosnoten kunnen en (4) ze van mening verschillen over het uiteindelijke doel van deze kokosnoten, we kunnen spreken over een conflict, waarover het Recht kan oordelen.
Meer in het algemeen kunnen we dus spreken over:
Meerdere actoren
met verschillende wensen
die (potentieel) toegang hebben tot dezelfde middelen
die schaars zijn
als noodzakelijke voorwaarden voor het bestaan van conflict. Het is over deze problematiek dat het Recht een oordeel kan vellen over wat er behoort te gebeuren indien we een dergelijk geval hebben in de wereld.
1 Dat hoeft daarom geen 'juist' oordeel te zijn, puur omdat het een oordeel is. Naar de correctheid van een oordeel behoort een onderzoek gevoerd te worden. Een onderzoek dat we hier proberen uit te voeren.
2F. Van Dun, 'Mens Burger Fiscus', pg. 170
3Met dank aan F. Van Dun voor dit onderscheid.
4Ik dank professor Frank Van Dun voor dit inzicht dat het duidelijkst naar voren komt in zijn tekst 'Concepts of Order'.
zondag 4 januari 2009
Course in vrijheid
Libertarisme
Theorie
- Ethische funderingen van Libertarisme
The Law - Bastiat
Het Fundamenteel Rechtsbeginsel - Van Dun
The Ethics of Liberty - Murray Rothbard
Theory of Socialism and Capitalism - Hoppe (Hfdstk 2 & 7)
The foundations of Morality - Hazlitt
The Philosophy of Ownership - Lefevre
- Alternatieve politieke filosofieën
Theory of Socialism & Capitalsm - Hoppe (Hfdstk 3-7 en 8-10)
Collectivism: a false utopia - Chamberlin
Socialism: an economic and sociological analysis - Mises
Egalitarianism as a revolt against Nature and other Essays - Rothbard
Praktijk
- Globale overzichten
Liberalism - Mises
For a New Liberty - Rothbard
The God of the Machine - Isabel Patterson
The rise and fall of society - Chodorov
Constitution of Liberty - Hayek
The Machinery of Freedom - David Friedman
Capitalism and Freedom -Milton Friedman
Road to Serfdom - Hayek
- Praktische toepassingen
Education: free and compulsory - Rothbard
The Man versus the welfare state - Hazlitt
The market for liberty - Tannehils
Oostenrijkse Economie
- Basic
Algemeen
An introduction to Austrian Economics - Taylor
Economics for Real People - Gene Callahan
An introductin in Economic Reasoning - Gordon
Specifiek
Not a zero sum game
Why Wages Rice - Harper
What has the government done to our money? - Rothbard
What you should know about inflation - Hazlitt
- Geavanceerd
Algemeen
Economic Principles - Fetter
The foundation of the market price system - Shapiro
Human Action - Ludwig Von Mises
Met studyguide
Man, Economy & State - Rothbard
Specifiek
Efficiencies and externalities in an open ended universe - Cordato
The Ultimate Foundation of Economic Science - Mises
The Ongoing Methodenstreit of the Austrian School - De Soto
The Ethics of Money Production - Hülsmann
Principles of Economics - Menger
(Met studyguide.)
The Positive Theory Of Capital - Bohm-Bawerk
Natural Value - Wieser
- Kapitaalstructuur & Businesscycles
Money, Bank Credit & Economic Cycles - De Soto
Prices and production - Hayek
The pure theory of capital - Hayek
The theory of money and credit - Mises
- Overheidsinterventie: Theorie & Praktijk
Power & Market (Hfdstk 12 van MES en deel 2 van het gehele boek)
Modern Economic Problems - Fetter
Government against the Economy - Reisman
America's Great Depression - Rothbard
Economics and the Public Welfare - Anderson
- Kritieken op andere economische theorieën
Failure of the New Economics - Hazlitt
Theory and History - Mises
A history of economic thought: An Austrian Perspective - Rothbard
The Keynesian Period - Hutt
Dit moet natuurlijk nog aangevuld worden. But for now; it'll do.