donderdag 7 januari 2010

Een definitie van de markt

" We hebben in het eerste deel kort trachten weer te geven wat men bedoelt met de onzichtbare hand van het marktproces, namelijk het proces waaraan mensen, gedreven door eigen belang, gebaseerd op een institutioneel kader van eigendom en vrijwillige interactie, gebruikmakend van hun eigen kennis en de prijzen die ontstaan, participeren aan een gegroeide orde van handelingen die gecoördineerd worden door de prijzen die ontstaan en de reacties van de actoren daarop."Of, als we het uit elkaar trekken:

het marktproces [is] het proces waaraan mensen,
  • gedreven door eigen belang,
  • gebaseerd op een institutioneel kader van eigendom en vrijwillige interactie,
  • gebruikmakend van hun eigen kennis
  • en de prijzen die ontstaan,
  • participeren aan een gegroeide orde van handelingen
  • die gecoördineerd worden door de prijzen die ontstaan
  • en de reacties van de actoren daarop.

maandag 4 januari 2010

Slechte argumenten in het liberalisme

Er zijn zo van die zaken waar ik me aan irriteer in een debat. Dat betekent niet dat ik me daar zelf nooit schuldig aan maak, maar wel - op zijn minst - dat ik besef dat ik (al dan niet achteraf) de regels van het debat niet heb gerespecteerd. Ik heb de vorige keer al eens gepraat over de meta-regels in een discussie, maar op gelijkaardige manier zijn er ook zaken (meer bepaald: argumenten) vanuit liberale hoek jegens andere ideologieën die ik niet bepaald even overtuigend vind. (Ongetwijfeld zijn er binnen andere ideologieën ook gelijkaardige opmerkingen mogelijk, maar vermits ik zelf binnen het liberalisme zit, ga ik me daar op focussen.)

Het eerste mantra dat ik zal aanvallen is het zogenaamde 'argument' dat stelt dat 'belastingen diefstal zijn'. Vergis u niet: ik vind belastingen inderdaad diefstal. Maar dit argument vooronderstelt de waarheid van de liberale visie op eigendomsrechten - een vooronderstelling die niet iedereen deelt. Het is als een fan van klassieke muziek die tegen een metalfan zou zeggen dat deze muziek 'maar wat lawaai is en geen muziek'. Je kan dit als stelling proponeren (maar dan ben je niet aan het discussieren), want het vooronderstelt datgene dat het onderwerp van debat is (of zou moeten zijn), i.e. de visie over wat muziek wel en niet is. Natuurlijk wil ik niet zeggen dat muziek van een gelijkaardig kaliber als discussies over recht en ethiek, maar het maakt wel duidelijk wat het punt is: 'argumenten' die leunen op vooronderstellingen die de ander niet deelt, zijn geen goede argumenten. 'Belasting is diefstal' is een conclusie van bepaalde (liberale) visies, niet een argument ter ondersteuning van deze visies! (Ik zat al langer met deze gedachte te spelen, maar Gene Callahan zijn post was daarover doorslaggevend. Lees ook de discussie die daarop volgde!)

Een ander argument dat ik niet bepaald overtuigend vind, is de stelling dat 'markten efficiënter zijn'. Alweer: los van alle (economische) caveats bij het woord 'efficiënt' vind ik inderdaad dat markten efficiënter zijn. Maar dit argument kan hoogstens gebruikt worden als je bij een bepaalde discussie (zoals een morele) vast zit over wat goed of slecht is. Dat markten efficiënter zijn, is bijvoorbeeld een goed argument in een discussie tussen 2 individuen (die allebei de vooronderstelling delen dat markten efficiënter zijn) waar de ene bijvoorbeeld ijvert voor overheidsinterventie om bepaalde (andere) redenen. De andere kan dan argumenteren dat dit (misschien) waar is, maar dat het niet positief is omdat markten efficiënter zijn (en dus meer kans hebben om het beoogde (morele) doel te bereiken. Het is echter geen argument tegen iemand die deze vooronderstelling niet deelt: wat je moet doen is aantonen dat markten 'efficiënter' zijn (alweer: waarbij we alle relevante caveats niet vergeten). De absurdheid is het beste aangetond in het volgende voorbeeld: stel dat een liberaal tegen een communist argumenteert dat hij het communisme moet verlaten 'omdat markten toch efficiënter zijn!' Het is nogal duidelijk dat de communist hierdoor in de verste verte niet overuigd zal worden, wegens compleet andere ideëen over wat efficiënt is en hoe je dat kan bereiken. (Een beetje communist is opgeleid in de hele theorie van 'de verspilling van competitie', 'de anarchie van productie' en meer van die zaken; die gaat niet ineens op autoriteit van een liberaal aannemen 'dat markten efficiënter zijn'.)

Een derde voorbeeld van dit incorrect gebruik van argumenten, is het verwijzen naar historische voorbeelden (zoals de USSR langs de ene kant en, eventueel, Chili langs de andere kant). Tenzij dat de persoon in kwestie de USSR (of enig ander land/historische situatie) expliciet als voorbeeld aanhaalt om de superioriteit van zijn systeem ten opzichte van jouw voorstel te beargumenteren, val je hier (hoogstwaarschijnlijk) een stropop aan. Er zijn immers perfect redenen te bedenken waarop de USSR minder erg kon zijn, net zozeer als Chili dat had kunnen zijn. (Een argument dat ik soms maak - maar waar ik de validiteit ook betwijfel - is dat ik gerust wil erkennen dat Chili een 'kapitalistische' dictatuur is, maar het aantal doden die dat regime op zijn geweten heeft is wel een stuk lager dan de bekende communistische dictaturen; op het vlak van comperatieve dictaturen, scoort het liberalisme dan toch ook beter - aldus het argument.) Wat je moet doen, is luisteren naar wat de ander wel en niet zegt - wat net zoals er geen uniform liberalisme is, is er ongetwijfeld ook geen uniform nationalisme en socialisme. Bekritiseer de theoretische argumenten met theorie en bekritiseer de praktische voorstellen ook aan de hand van theoretische beschouwingen over waarom het misschien toch niet zo positief is als zij het zien. Hier heb ik dat bijvoorbeeld geprobeerd met de gedachte van een 'democratische planeconomie'.) Het hoeft niet gezegd te worden dat wijzen dat bepaalde dictaturen die zichzelf socialistisch of communistisch noemen dus niet bepaald een argument is tegen het socialisme of communisme zelf, net zoals de zelfverklaarde verdedigers van de vrije markt (zoals de USA) niet bepaald een argument zijn tegen een vrije markt.

Een vierde voorbeeld van een verkeerd liberaal argument is een sociale ongevoeligheid hebben (die wel eens durft te ontstaan). Dit is gelukkig minder een probleem dan het ooit was, maar desalniettemin mag het opgemerkt worden. De huidige politiek-economische inrichtingen zijn er zodanig opgericht om grote zaken te herverdelen via het overheidssysteem maar ook om systematisch mensen het moeilijker te maken om zelf uit de armoede te kruipen (regulering, minimumlonen, contractregulering), etc. Een goed argument focust op beide. Maar, ook hier, mag je es 2 niet vergeten: gebruik niet als argument datgene dat je moet bewijzen. Zeggen 'door de minimumlonen kunnen mensen niet uit de armoede kruipen' kan alleen maar een goed argument zijn als iemand beseft dat minimumlonen armoede veroorzaken (en in dat geval zal iemand er meestal zelf al tegen zijn). Het moet gaan over de gevolgen van het minimumloon; als je iemand daarvan kan overtuigen, heb je het correcte debat gevoerd.

Probeer - en dit is zeker het moeilijkste - te aanvaarden dat je niet alles kan weten. Als het topic verschuift naar zaken waar je niets van weet, tracht dit dan uit te leggen. Ik weet bijvoorbeeld niet alles over alle oorlogen die de USA ooit gevoerd heeft, maar daaruit volgt niet dat ik ineens voorstander moet worden van de niet-liberale positie. Het is niet omdat jij minder weet (of het niet goed kan beargumenteren) dat jouw mening daarom verkeerd is. (Hoogstens dat jij beter 'geen mening' hebt, dan wel een.) Dit geldt, natuurlijk, ook voor jouw intellectuele tegenstander. Uit 'hij weet niet waar hij het over heeft' volgt niet 'dus moet hij maar mijn standpunt aannemen'; hoogstens 'dus hij zou beter zwijgen/zijn mening niet zo luid verkondigen/zich beter informeren alvoor hij daar een luide mening over heeft'. Onwetendheid is niet hetzelfde als verkeerd zijn - dat geldt voor beide kanten van het debat. Probeer daarom ook niet de ander (nodeloos) te overtuigen met jouw uitgebreide kennis; probeer bij de pinken te blijven. (Als de ander echter iets zegt waar je veel over kan zeggen dat dat flagrant tegenspreekt, dan kan je dat natuurlijk altijd doen. )

Een voorbeeld: een tijdje geleden zei iemand tegen mij dat hij 'vond' (lees: 'hoopt' of 'dacht') dat de veranderingen van Obama in de gezondheidszorg tot een verbetering voor iedereen zou leiden. De manier waarop ik het heb aangepakt is de volgende: ik heb de voorzichtige positie genomen dat ik al een hoop negatieve gehoord had over die wet. 'k heb dan gezegd: stel dat deze zaken waar zijn, zou je dan nog voorstander zijn van die wet? Als hij dan zegt 'ja', dan is het aan jou om trachten te bewijzen waarom deze veranderingen (als ze waar zijn) toch slecht zijn. Als hij dan zegt 'nee', is het aan jou om aan te tonen dat die zaken waar zijn. Maar op deze manier kan je effectief het debat uit elkaar houden. Anders krijg je zoiets in de trend van: jij citeert Cato en hij valt dan Cato aan en je bent de (correcte) discussie kwijt.

Bottomline is: probeer de vooronderstellingen (waarom verschilt de andere van mening?) te zoeken en daarover te praten en niet over elke concrete toepassing. En probeer het zodanig aan te pakken dat je het altijd maar over 1 iets tegelijkertijd hebt (en niet bijvoorbeeld tegelijkertijd over de geloofwaardigheid van Cato en hun kritiek op Obama).

zondag 3 januari 2010

Update over democratisch socialisme

Vandaag zag ik de op website van de actief linkse studenten het volgende staan:

"(...)
In de geschiedenis zijn reeds verscheidene pogingen ondernomen om tot zo’n maatschappij te komen. Het bekendste voorbeeld is Rusland, waar na 1917 een socialistische economie werd ingevoerd. Het resultaat was dat de Sovjetunie zich op korte tijd van een achterijk land in een moderne supermacht ontwikkelde. Iedereen kon genieten van kwaliteitsvol onderwijs, vrouwen kregen stemrecht, en de instituten van de arbeidersdemocratie kregen de macht over de staat.

Helaas werden deze verworvenheden vanaf het midden van de jaren ’20 geleidelijk aan afgebouwd toen een groep bureaucraten onder leiding van Stalin profiteerde van de achtergestelde positie van Rusland en het isolement waarin het verkeerde om geleidelijk aan de macht over te nemen. Dit leidde tot de degeneratie van de Sovjetunie naar een dictatoriale staat, waar de planeconomie niet meer geleid werd door de bevolking, maar door een groep bevoordeelde bureaucraten. (...)

Dit is interessant: het voorbeeld dat de ALS aanneemt als een 'democratische planeconomie' is dus - volgens deze tekst - Rusland van 1917 tot 'midden jaren '20', de jaren waarin 'van een achterlijk land naar een supermacht heeft ontwikkeld, iedereen kon genieten van kwaliteitsvol onderwijs, vrouwen stemrecht hadden en de instituten van de arbeidersdemocratie kregen de macht over de staat'.

Persoonlijk vermoed ik, in alle eerlijkheid, dat het hier simpelweg ongelukkig geformuleerd is: het zou me sterk lijken dat ze de periode van het 'oorlogscommunisme' tot hun grote voorbeeld gaan verheven.

Het oorlogscommunisme (van 1918-1921) was niet bepaald het beste voorbeeld van vrij, solidair, vriendelijk, coöperatief socialisme met een functionerende (deliberatieve) democratie en communicatie tussen grote lagen van de bevolking. Natuurlijk wil ik hier het effect van de oorlog niet vergeten - een oorlog zal elk economisch systeem relatief slechter doen functioneren dan het zou kunnen functioneren - maar zelfs dan denk ik niet dat dit bepaald 'het' voorbeeld was.

Ik vermoed dat ze het eerder hebben over de Nieuw Economische Politiek van de USSR (die pas begon in 1921 en eindigde in 1928), maar tenzij onze dierbare vrienden van de Actief Linkse Studenten een ferm stukje historisch revisionisme hebben gehad dat ik heb gemist, was dit toch ook niet bepaald het democratisch socialisme zoals zij het zou oh zo mooi formuleren: de NEP was niet meer dan het herinstalleren van een (uitgebreid gereguleerd) kapitalisme (met belastingen). Er was helemaal geen sprake van 'collectivisering van alle productiemiddelen' maar overgang naar de aanpak die overheden al decennia gebruiken omdat dit simpelweg efficiënter is om aan 'beleid' te doen dan het geheel te controleren: reguleren en belasten. (Misschien zit er toch iets in de bewering dat markten beter zijn?)

Bemerk overigens ook dat de belastingstarieven niet bepaald 'proportioneel' waren (i.e. 'vaste' hoeveelheid goederen van de landbouwers, waarbij overschotten verkocht konden worde op de private markt), buitenlandse investeringen werden toegelaten (ja, de modernisering van Rusland toen was onder andere dankzij het veel rijkere Westen), en meer van dat fraais.

Geen wonder dat (velen van) de toenmalige partijleden vonden dat het een verraad was van het Marxisme/communisme: private eigendom was toegelaten en de staat - eerder dan een 'dictatuur van het proletariaat' - was een elite die reguleerde, controleerde en belaste.

Waar dat onze vrienden van de ALS de gigantische verbetering van het onderwijs zien en meer van dat fraais: geen idee. Als het er al was, zou het wel eens kunnen liggen aan de liberale hervormingen eerder dan het onbestaande 'democratisch socialisme' dat zij daar zien.

zaterdag 2 januari 2010

Coördinatie en democratische planning

Een van mijn favoriete blogs 'The Austrian Economists" heeft sinds 1 januari zijn naam verandert naar 'The Coördination Problem'.

Los van de naamsverandering, verwijzen ze naar een paper van O'Driscoll die zou schrijven dat Hayek zijn werk te herleiden is naar het oplossen van het coördinatieprobleem - waar zeker iets inzit. Ik kan helaas (door traag internet) de link niet goed openen, dus dat zal voor later zijn. Maar louter op de gedachte van economische wetenschap als de bestudering van menselijke coördinatie. Het punt is dan om aan te tonen welke economische (culturele) systemen het beste menselijk gedrag op elkaar kunnen afstemmen. Dit vooronderstelt echter wel het belang van arbeidsdeling - alhoewel dat ik denk dat zelfs de meest ardene Marxist wel zal erkennen dat arbeidsdeling zorgt voor productiviteitsstijgingen.

(Update bij deze paragraaf: ondertussen is het me wel gelukt en het gaat om dit boek van O'Driscoll: 'Economics as a Coördination Problem'.)

De centrale planeconomische gedachte steunt dan op de (naïve) vooronderstelling dat in het geval van centrale planning deze coördinatie het meest optimaal verloopt. Het toevoegen van het woord 'democratisch' aan deze gedachte is om te articuleren dat de voorkeuren van individuen wel degelijk van belang zijn (i.e. dat het niet simpelweg een dictator is die zaken oplegt.) Ik denk dat het een veilige gok is om te zeggen dat men niet zomaar democratie bedoelt zoals we die vandaag zien, maar eerder een vorm van brede consensusdemocratie over de middelen en de doelen.

(Ik betwijfel of men zich vrijwillig mag onderwerpen of niet aan deze consensusdemocratie; maar vanuit Marxistisch perspectief is deze vraag ook niet relevant. Als ik spreek 'mag ik daar vrijwillig aan onderwerpen of niet?' dan vooronderstel ik de legitimatie van private eigendom (in consumptie- en productiemiddelen) wat natuurlijk het punt ter discussie is: zij vinden immers dat private eigendom illegitiem is en dus onvrijwillig voor iedereen behalve de eigenaar.)

Maar het punt van democratie creërt dan wel weer een andere vraag op het vlak van coördinatie: het democratische proces moet zelf gecoördineerd worden. (Ik denk dat deze vraag wel degelijk relevant is; indien je voorstander bent van een democratische procedure om je planeconomie te regelen, moet je wel degelijk een visie hebben over hoe deze democratie geregeld wordt.) Relevante vragen hierbij zijn: hoeveel mensen mogen meebeslissen?

Het is 1 ding om aan deliberatieve consensusdemocratie te doen met 10, 20, 50 of zelfs 100 of eventueel zelfs 2000 mensen te doen, maar als je het dan trekt naar 100 000, 1000 000... dan zie ik toch wel problemen ontstaan op het vlak van coördinatie van het democratische proces.

Een manier om dit op te lossen, is via verkozen organen (zoals parlementen), maar zou dit wenselijk zijn? (Misschien een goede vraag om te stellen: zouden de Marxisten en communisten die pleiten voor een democratische planeconomie voorstander zijn dat het huidige Belgische parlement de gehele economie plannen? Of ik wil zelfs verder gaan: dat hij (of zij) 150 mensen mag kiezen die de Belgische economie gaan plannen, met alle mogelijke manieren om aan beraadslaging te doen die ze zelf kiezen (referenda, vraagstellingen, vergaderingen organiseren, etc.) maar dat de uiteindelijke beslissing bij hen ligt? Ik kan me inbeelden dat een Marxist/communist daar ook sceptisch tegenover is.

Een andere manier om dit op te lossen is het decentraliseren van beslissingen. Bijvoorbeeld naar arbeidsraden in bepaalde sectoren. Maar ik denk dat je een redelijk punt kan maken als je zegt dat 'decentralisatie' ook beslissingsrecht (over wat er mee gebeurd) en verantwoordelijkheid (over de gevolgen daarvan) met zich mee moet nemen. Stel bijvoorbeeld voor dat men beslissingen decentraliseert naar alle afdelingen (vrij te kiezen hoe je dit invult; neem je ideale grote van afdelingen en je ideale onderscheid) van de democratische procedure. Wat zou je dan juist decentraliseren? Als je ze geen middelen geeft om over te oordelen, dan heeft het niet veel zin om bepaalde beslissingen te decentraliseren. En als je ze geen verantwoordelijkheid geeft over hun beslissingen, dan weet ik ook niet of je heel positieve gevolgen zal hebben. Indien deze weg gekozen zou worden, dan ben ik echter genoodzaak om te zeggen dat er een bepaalde vorm van private eigendom wordt herïngevoerd. De creed van het Marxisme is immers de vernietiging van private eigendom. Maar eigendom betekent niet zoveel meer als 'middelen waarover je mag beslissen'. Als er bepaalde middelen waar bepaalde fracties van de samenleving over mogen beslissen (en andere fracties niet) heb je een systeem van private eigendom.

Je zou ook kunnen werken met allerlei democratische raden. Wij met zijn tienen komen samen en kiezen 1 iemand die onze belangen een niveau hoger verdedigt. Op dat niveau komen 10 afgevaardigen samen (die elks 10 mensen verdedigen) voor nog een niveau hoger, enzovoort tot het hoogste niveau. Zal dit het coördinatieprobleem - wat er geproduceerd moet worden, hoe dit moet gebeuren en wie wat moet krijgen - op een effectieve manier oplossen?

Alweer: we proberen de coördinatieproblemen te achterhalen die een rol spelen in een democratische planeconomie, die volgens mij toch niet bepaald klein zijn. Men zou ook het democratische aspect kunnen negeren, en coördinatie simpelweg afhankelijk maken van een kleine elite (al dan niet verkozen), maar ook hier: zal dit een goede coördinatie van alle handelingen met zich mee brengen?

Nog een belangrijke vraag is in welke mate het politieke proces recht zal doen aan de relatieve afwegingen die mensen hebben. In een marktproces zijn mensen verantwoordelijk voor hun eigen middelen: wat ze er wel en niet meedoen. Als ze iets ruilen, geven ze iets op om iets anders in de plaats te krijgen dat voor hen meer waard is. (Ik weet dat ik hier zaken zeg waar een Marxist niet mee akkoord zal gaan, maar goed: zelfs als je dit verwerpt, blijft het punt staan.) Hoe ga je in het politieke proces incorporeren dat mensen hun wensen op een eerlijke manier vertolken, i.e. op zo'n manier dat zij ook verantwoordelijk (al dan niet geheel) gesteld kunnen worden voor de kosten die hiermee gepaard gaan. Ik wil gerust heel veel zaken (materieël en immaterieël), maar ik ben niet van alles bereid de kost te dragen die dit met zich mee zal brengen. Hoe ga je in een politiek proces hiermee rekening kunnen houden, i.e. kunnen coördineren dat mensen niet 'te veel vragen' maar dat ze ook 'geven wat ze krijgen' (al dan niet met herverdeling).

Nog een issue dat ik zie is simpelweg dat sommige mensen beter zijn in het politieke spel dan anderen, i.e. dat sommigen beter zijn in het beïnvloeden van een democratisch proces (hoe gedecentraliseerd het ook is) dan anderen. Als echter je gehele economie gepland wordt door 1 organisatie, kan het talent van deze enkelen veel invloed hebben. Alweer: het probleem van democratisch despotisme is niet a priori uit te sluiten. Hoe zou je hier tegen kunnen reageren? Ik kan me niet direct een mogelijke oplossing inbeelden, tenzij iets in de aard van 'de invloed van ieder individu zo beperkt mogelijk houden'. Maar uiteindelijk gaat er toch een beslissing gemaakt moeten worden die voor heel de relevante bevolking goed is (dat is toch de creed van de democratische planeconomietheoretici). Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden (zoals hierboven al aangeduidt), maar ik ken geen enkele mogelijkheid waarbij er niet bij bepaalde mensen significant meer invoed is op het eindresultaat is dan de grote meerderheid van de rest van de bevolking. Misschien dat er een systeem bedenkbaar is waar dit wel zo is, maar dan vraag ik me weer af in welke mate dat dit efficiënt zal zijn.

Nog een issue is het constante veranderde van een economie. Tenzij men een manier weet om er voor te zorgen dat de noodzaak van adapatie in een economisch systeem uitgesloten is - mogelijke situaties zijn: tegenvallende weervoorspellingen, vergissingen bij het calculeren van dit of dat, ongelukken in een bedrijf, bij het transport, etc. - zal ook dit (per definitie) via een democratisch besluitvormingsproces moeten gebeuren. Misschien kan dit van een vertegenwoordigend orgaan (een planeconomische variant van het parlement van vandaag), maar dan leg je wel veel macht bij dit orgaan. (Minder als ze de hele economie moeten plannen, maar toch wel relevant veel, denk ik.) Stel immers voor dat je ze niet de macht geeft om (delen van) het plan te veranderen, hoe zouden ze aanpassingen kunnen maken om te reageren op deze onvoorziene omstandigheden?

Ik heb al gehoord (maar hier ben ik niet meer zo zeker van) dat er verwezen wordt naar het succes van het deliberatieve socialisme in Cuba. Zelfs met de meest 'charitable interpretation' kan ik me niet inbeelden dat dit deliberative socialisme werkelijk gaat over alle issues in de economie. Ik kan me inbeelden dat dit gaat over kleine lokale zaken, maar niet over de economie als geheel en dat de 'grote' beslissingen nog steeds bij een kleine elite liggen - zelfs als er procedures zijn die we als democratisch zouden bestempelen op gelijke wijze als dat de USA en België een democratie zijn. Ik denk ook dat - als dit waar is - dat er een non sequitur wordt gebruikt om vanuit het (relatieve) succes van deze zaken af te leiden dat op analoge wijze een gehele economie gepland kan worden. (Laten we hier ook aan toevoegen dat Cuba wel degelijk een systeem van private eigendom heeft, dat loonarbeid daar nog steeds bestaat, dat niet alle arbeiders hun meerwaarde daar uitbetaald krijgen en dat daar een grote zwarte markt is (met toerisme dat teert op Westers geld). Los van in welke mate je Cuba beoordeelt als een succesverhaal; het is niet waar dat het daar conform het Marxistisch ideaal is. Er zijn daar elementen aanwezig die eerder neigen naar een markteconomie.)

Mijn laatste voornaamste punt - en misschien wel iets dat in al mijn argumenten onderhuids aanwezig is - is het aspect van kennis. Een van de Oostenrijkse inzichten is het aspect dat het economisch systeem kennis van individuen coördineert ("an intellectual division of labour"). Een goede quote om dit te illustreren (zonder het punt echt uitgebreid te bewijzen) is deze van von Hayek uit zijn 'Individualism & Economic Order', meer bepaald het (bekende) artikel 'The Use of Knowledge in Society'.

" How much knowledge does he need to do so [to participate in a marketeconomy] successfully? Which of the events which happen beyond the horizon of his immediate knowledge are of relevance to his immediate decision, and how much of them need he know?
There is hardly anything that happens anywhere in the world that might not have an effect on the decision he ought to make. But he need not know of these events as such, nor of all their effects. It does not matter for him why at the particular moment more screws of one size than of another are wanted, why paper bags are more readily available than canvas bags, or why skilled labor, or particular machine tools, have for the moment become more difficult to obtain. All that is significant for him is how much more or less difficult to procure they have become compared with other things with which he is also concerned, or how much more or less urgently wanted are the alternative things he produces or uses. It is always a question 0.£ the relative importance of the particular things with which he is concerned, and the causes which alter their relative importance are of no interest to him beyond the effect on those concrete things of his own environment."

(...)

Assume that somewhere in the world a new opportunity for the use of some raw material, say, tin, has arisen, or that one of the sources of supply of tin has been eliminated. It does not matter for our purpose-and it is significant that it does not matter-which of these two causes has made, tin more scarce. All that the users of tin need to know is that some of the tin they used to consume is now more profitably employed elsewhere and that, in consequence, they must economize tin. There is no need for the great majority of them even to know where the more urgent need has arisen, or in favor of what other needs they ought to husband the supply. If only some of them know directly of the new demand, and switch resources over to it, and if the people who are aware of the new gap thus created in turn fill it from still other sources, the effect will rapidly spread throughout the whole economic system and influence not only all the uses of tin but also those of its substitutes and the substitutes of these substitutes, the supply of all the things made of tin, and their substitutes, and so on; and all his without the great majority of those instrumental in bringing about these substitutions knowing anything at all about the original cause of these changes. The whole acts as one market, not because any of its members survey the whole field, but because their limited individual fields of vision sufficiently overlap so that through many intermediaries the relevant information is communicated to all.
The mere fact that there is one price for any commodity-or rather that local prices are connected in a manner determined by the cost of transport, etc.-brings about the solution which (it is just conceptually possible) might have been arrived at by one single mind possessing all the information which is in fact dispersed among all the people involved in the process."
(*Indien je 1 essay moet lezen uit die bundel, dan zou ik gaan voor 'The Use of Knowledge" of 'The Meaning of Competition'. Bij uitbreiding zijn essays 1, 3, 4, 5 en 6 absolute mustreads.)

Hayek beschrijft hier (min of meer) hoe het economische marktsysteem kennis coördineert. (Ik wil hier aan toevoegen, voor de scepticus, dat hij dit hier niet zozeer bewijst, alhoewel dat hij toch goede redenen geeft - redenen die beantwoordt moeten worden vooraleer men ze opzij schuift - om dit proces te aanvaarden.) Vermits dat een planeconomie (democratisch of niet) het prijsmechanisme (per definitie) afschaft en vervangt door een politiek proces, moeten ook de gevolgen van het prijsmechanisme in een markteconomie (de coördinatie van kennis) opgevangen worden. Dit hoeft op zich geen doorslaggevend argument te zijn: men kan beweren dat kennis op een betere manier in een (democratische) planeconomie gecoordineerd kan worden, i.e. dat het bij de relevante personen terecht komt. Maar per definitie (lijkt mij) is in een democratische planeconomie iedereen een relevante persoon. Ik, in een markt, hoef niet te weten hoeveel de 'prijs' of de 'kost' of enig wat is van elk middel (arbeid, land en kapitaal) in een samenleving. Ik hoef enkel de relevante zaken voor mijn doelen weten. Maar in een democratische planeconomie hebben veel mensen over veel zaken beslissingsrecht. Alweer: je kan dit oplossen door het aanduiden van specialisten, maar dan heb je weer monitorproblemen van deze specialisten. Het is bijvoorbeeld niet waar dat iemand wiens beslissing een verkeerd gevolg heeft, per se een verkeerde beslissing heeft gemaakt (en omgekeerd). Maar om hier over een goed oordeel te vellen, vergt op zijn beurt weer kennis.

Het punt van kennis - wat is relevant, wat moet er gemaakt worden, voor wie, door wie, etc. - is een belangrijk punt. Als alle productiemiddelen door 1 organisatie beheerd worden, verschuif je de manier waarop er op deze vragen geantwoord wordt evenzeer. Het is mij niet duidelijk hoe dat een (democratische) planeconomie de (relevante) kennis (voor elk particulier probleem) (1) zal vergaren, (2) aan de (relevante) mensen zal kunnen mededelen, (3) en zal zorgen dat zij op basis van deze informatie de juiste zaken doen (i.e. hun eigen belang op zij zetten.) Tenzij er misschien geopteerd kan worden voor een democratische planeconomie waar mensen nog steeds hun eigen belang kunnen nastreven. (Een systeem dat - al dan niet grotendeels - rust op een altruïstische assumptie heeft een bijkomend probleem. Natuurlijk kan men beweren dat mensen in een andere institutionele setting altruïstischer worden, maar dan moet je wel aantonen hoe deze institutionele setting daarvoor zal zorgen, denk ik.) Maar hoe dat zou werken; weet ik al helemaal niet.

Misschien is niet elke tegenwerping even sterk (ik ben zelf alweer bezig om planeconomische tegenargumenten tegen mijn eigen opwerpingen te formuleren), maar het lijkt me toch relevant om er rekening mee te houden. (Als ze eenvoudig te weerleggen zijn; des te beter!)

Mijn conclusie is dus - op basis van deze monoloog: ik nodig discussie, logischerwijze, uit - dat de voorstanders van een democratische planeconomie zitten te vitten op de 'anarchie van productie' wegens een gebrekkig inzicht in het coördinatiemechanisme dat een rol speelt in een planeconomie. (We laten de morele bezwaren en argumenten hier even terzijde.) Maar zelfs indien je deze coördinatie niet ziet - of niet zo relevant vindt - denk ik dat er duidelijk redenen zijn om grote coördinatieproblemen te zien in het voorgestelde alternatief. Er kan mij verweten worden dat ik in deze tekst een stropop aanval, gebaseerd op bourgeois denkbeelden en vanuit mijn eigen beperkt denkkader en meer van dat fraais. Dat kan goed waar zijn, maar, helaas, ik heb nog geen literatuur gevonden die inging op hoe zo'n democratische planeconomie er dan iets concreter uit zou zien (laat staan over de moeilijkheden die er zouden kunnen ontstaan). Politieke wetenschappen weet al geruime tijd dat het coördineren van politieke beslissingen niet eenvoudig is - nu nog de democratische plansocialisten?




vrijdag 1 januari 2010

Terrorisme'preventie'

Iets om eens over na te denken:
...monitoring the UK’s 1.5 million Muslims is a lost cause. If you have a 99.9 percent accurate method of telling whether or not a given British Muslim is a dangerous terrorist, then apply it to all 1.5 million British Muslims, you’re going to find 1,500 dangerous terrorists in the UK. But nobody thinks there are anything like 1,500 dangerous terrorists in the UK. I’d be very surprised if there were as many as 15. And if there are 15, that means you’re 99.9 percent accurate method is going to get you a suspect pool that’s overwhelmingly composed of innocent people. The weakness of al-Qaeda’s movement, and the very tiny pool of operatives it can draw from, makes it essentially impossible to come up with viable methods for identifying those operatives. Bron (HT: Tyler Cowen)

Waarom liberalisme niet aantrekkelijk is

Enkele gedachten:
  1. Het is niet het status quo: mensen zijn afkerig van grote institutionele verandering.
  2. Het doet (op eerste zicht) geen recht aan de (sociale) preferenties van veel mensen.
  3. De misleidende terminologie (i.e. zoals 'verdediging van het kapitalisme') zorgt voor initiële afkeer die overwonnen moet worden.
  4. Een gebrek aan inbeelding over hoe zaken op een vrije wijze zouden kunnen gebeuren.
  5. Iedereen denkt onmiddellijk aan zijn geconcentreerde belangen die in gevaar (kunnen) komen.
  6. Jarenlange educatie in de omgekeerde richting, gecombineerd met een emotionele gehecht belang aan de visies die men heeft. (Dit is toepasbaar voor alle ideologieën.)
Andere suggesties?

Regulering vs Contractvrijheid

Indien mensen die van vrijheid houden, het hebben het over regulering praten ze daar (terecht) vaak met een zekere afkeer over. Maar wat minder terecht is, is dat daar vaak over gepraat wordt in termen van uniformiteit, i.e. dat elke vorm van regulering 'hetzelfde' is. Maar dit is zeker niet het geval - of, beter, dit hoeft niet zo te zijn.

Het onderscheid dat ik voorstel is een contrast tussen (noodzakelijkerwijze) universele regulering (om effectief te zijn) enerzijds en (bij gebrek aan ander woord) partiële regulering. Een voorbeeld van het eerste is bijvoorbeeld het minimumloon. Het minimumloon in een samenleving is maar zinvol als dit minimumloon voor iedereen (al dan niet binnen een bepaalde categorie) telt. Maar dit is niet noodzakelijkerwijze zo bij alle vormen van regulering: sommige regulering kan perfect effectief zijn, zonder dat dit (noodzakelijkerwijze) universeel geldt. Stel, bijvoorbeeld, dat de overheid reguleert dat producenten verplicht een 2-wekende durende periode geven aan cliënten waarin ze hun gekochte goederen kunnen terugbrengen. Zelfs indien sommige cliënten, bijvoorbeeld in ruil voor korting op het gekochte goed, contractueel van dit recht zouden afzeggen, dan heeft dat geen invloed op andere cliënten, i.e. zij kunnen nog steeds op deze regulering rekenen.

Hierbij is het vaak spijtig dat het doorgaans illegaal is om contractueel van dit recht af te zeggen. Stel, bijvoorbeeld, dat een winkel 15% korting zou geven op alle goederen, in ruil voor het recht dat je dat achteraf niet terugbrengt. Ik ben zeker dat veel cliënten hier gebruik van zouden maken en ik kan me geen werkelijke reden inbeelden dat dit verkeerd zou zijn. Natuurlijk: 'consumentenbescherming' zal daardoor een andere dynamiek geven, maar als de consument expliciet afziet van dit voordeel (in ruil voor korting); is dit dan ook geen consumentenbescherming?

Ik vraag me af of hoe het meer onder een gedecentraliseerd rechtsysteem zou gebeuren; ik kan me perfect inbeelden (zoals ik al vaak heb beargumenteerd op deze blog) dat er rechtsregels zouden kunnen ontstaan die niet compleet liberaal zijn. Maar er is een verschil tussen een initiële rechtsregel die je door middel van een contractuele overeenkomst buitenspel kan zetten en een regulering waarbij dit niet het geval is. Stel bijvoorbeeld dat er een rechtsregel is dat bij ontslag (in bepaalde gevallen) de ontslagen werknemer toch recht heeft op een bepaalde vergoeding. Het lijkt mij niet onmogelijk dat in een gedecentraliseerd rechtsysteem, waarbij mensen met de huidige voorkeuren en visies over rechtvaardigheid en ethisch handelen, zo'n rechtsregel zou kunnen ontstaan, net zoals dat vandaag in een wet is gegoten. Maar het is 1 ding om dit als rechtsrege te hebben die je expliciet kan ontwijken als dit expliciet in het contact genoteerd staat en een wet die niet te ontwijken valt.

Het juridische kader waarbinnen (economische) handelingen gebeuren heeft altijd een set premisses die geldig zijn indien dit niet in het (of een) contract gearticuleerd staan. Het feit dat je iemand niet mag vermoorden, is zoiets dat niet contractueel geregeld wordt, maar een onderdeel is van het rechtsysteem per se. Zolang het juridische kader echter niet verhinderd dat contractueel bepaalde interactie bepaalde rechtsregels (die maar geldig horen zijn bij afwezigheid van overeengekomen regels) ontwijkt, is hier niet zo'n fundamenteel probleem. De 'liberale' of 'libertarische' visie op een hervorming van de arbeidsmarkt is nogal vaak gericht op 'dereguleren' op het vlak van uitbetaling bij ontslag en dergelijke zaken. Maar dit is in se niet het fundamentele probleem (dat ik zie), omdat (zoals ik al heb beargumenteerd) het mogelijk is dat er gelijkaardige rechtsregels zouden kunnen ontstaan als de desbetreffende wetten. Het werkelijke probleem is als je daar niet buiten zou kunnen (zoals vandaag het geval is), ook al is daar niet altijd een goede reden toe. Indien je een minimumloon wenst, is het logisch dat je daar niet buiten kunt, net zoals, bijvoorbeeld, het ontslagrecht. (Als je zou kunnen concurreren op het ontslagrecht zal dat, in de ogen van voorstanders van regulering, een proces 'naar beneden toe' zijn.) Maar er zijn andere vorm van regulering die nog steeds effectief zouden zijn indien deze niet noodzakelijk universeel zijn.