dinsdag 2 februari 2010

Markt versus democratie

Democracy versus de markt

Democracy is a method to work together to make joint decisions. The free market is a place to trade value you’ve created (often money, the proxy for such value) for value others have created. In both, a lot of people choose the same thing. The difference is that in a market, people only choose for themselves. In a democratic government, people choose for themselves, their neighbors, and a whole host of people they’ve never even met. In a market, choosing differently than the majority limits options somewhat, but you can still get your needs met. In a democracy, choosing differently than the majority means that you get what the majority wants you to have. (Bron; heel het korte artikel is lezenswaardig.)

Over de Chileense presidentsverkiezing: enkele feiten

Ik ben verre van een expert op het vlak van Chili - integendeel. Maar me dunkt valt er wel iets op te merken op de analyse van mijn goede communistische vrienden van de LSP. Hun analyse vind je hier.

Het eerste, belangrijke punt:
De teneur is duidelijk:
Na 20 jaar van leugens, lege beloften en het verderzetten van het neoliberale beleid door de centrum-linkse Concertacion (samenwerking van democratische partijen) regeringen, komt rechts opnieuw aan de macht.
(...)
Er was daarbij sprake van privatiseringen, aanvallen op sociale en arbeidersrechten, aanvallen op de openbare diensten zoals gezondheidszorg en onderwijs, het opdrijven van de flexibiliteit op de werkvloer, de plundering van natuurlijke rijkdommen (zoals koper) en een concentratie van rijkdom bij een heel kleine minderheid waardoor de kloof tussen rijk en arm groter werd.
(...)
Het soort akkoorden dat werd gesloten, had steeds betrekking op het versterken van de winsten van een kleine minderheid ten koste van de uitbuiting van de meerderheid van de bevolking.
(...)
Maar zelf heeft de Concertacion het economisch beleid van de dictatuur verder gezet door de belangen van het patronaat voorop te stellen en de levensstandaard van de arbeiders verder onder druk te zetten.

Soit; de teneur is: de centrum-linkse regering van de laatste jaren heeft het beleid van de dictatuur verder gezet en de arbeiders waren de dupe. (Dit wordt ook bevestigd door de Nederlandstalige wikipedia; "Het neoliberaal model dat werd ingevoerd tijdens het militair regime, werd verder gezet onder de sociaaldemocratische regeringen, die enkel kleine veranderingen hebben aangebracht om de sociale programma's van de regering te financieren.") Maar wat is er nu aan van de claims dat het daar allemaal zo slecht ging de laatste 20 jaar? (Pinochet stopte met president te zijn in 1990, waarna de linkse regering aan de macht kwam, die, volgens LSP, dus het neoliberalisme verder zette.)

Op de gapminder.org website ontdekken we de volgende evoluties, sinds 1990:
(Eerste cijfer: 1990, tweede cijfer: 2007, derde cijfer; evolutie)

Inkomen per capita: 6479 dollar - 13173 (meer dan een verdubbeling)

Levensverwachting: 73 - 79 (6 jaar erbij)

Kinderen die sterven voor hun 5 jaar: 20 per 1000 - 8.7 per 1000 (11 kinderen minder dood per 1000 geboorten)

Inkomensgehalte van de armste 20%: 3,4% - 4,1% (de armste 20% hebben dus van een groter bnp een groter percentage dan ervoor)

De armste 10% is ook van 1,3 naar 1,59 procent gegaan. Integenstelling tot wat de LSP beweert, is er hier dus een groter percentage voor de alleramste inkomens... (Niet te verwarren met de allerarmste individuen. Iemand met een groot vermogen heeft immers niet zo'n hoog inkomen nodig.) Ook de statistiek van de 'allerarmsten' is van 4,4% naar 2% gegaan - alweer, een verbetering.

Zelfs de beruchte gini index is van 56 naar 52 gedaald, i.e. gelijkheid is gestegen in Chili.

Andere statistieken kan je op de site raadplegen; 'k heb er maar willekeurig een paar opgevraagd.

Ik moet dus vragen: zeg Links; waar hebben jullie je statistieken vandaan? Nu ben ik de eerste om te erkennen dat de statistieken vaak dubieus zijn, maar welke statistieken gebruiken jullie dan? Of zouden ze gewoon hun mantra afgerammeld hebben bij hun 'analyse' van de Chileense presidentsverkiezingen? (Overigens; iets wat langs alle ideologische spectra gebeurt. Kijken naar de feiten vooraleer je iets beweert is vaak niet al te eenvoudig; ik sla daarin ook een mea culpa.)

Ik wil overigens nog opmerken dat ik eigenlijk niet al te veel van die president verwacht. Het lijkt mij geen liberaal maar eerder een rechtse-populist, die zijn eigen achterban tevreden te stellen heeft. (Vermits deze achterban, waarschijnlijk, eerder bedrijven zal zijn, verwacht ik inderdaad pro-business beleid, in plaats van een liberaal beleid. Beloften zoals 'jobs creëren' staan bijvoorbeeld niet hoog op een liberale agenda.)




Over reclame en propaganda

Onlangs had ik bijvoorbeeld een discussie over 'media' en de 'manipulatie' die daaruit volgt. Er is natuurlijk iets te zeggen dat bepaalde vormen van reclame fraude genoemd kan worden. Maar dat betekent niet dat er iets is met 'reclame' om mensen te overtuigen per se. Een van de redenen die geopperd werd, was dat men niet coca cola adverteert voor de smaak, maar voor het 'imago' - maar ik zie niet zo'n gigantisch probleem dat mensen cola niet kopen voor de smaak, maar voor het 'imago'. Het lijkt mij dat mensen die tegen dit soort van reclame en aankopen zijn, tegen het feit zijn dat een product gekocht kan worden dan de reden die zij aan het product toeschrijven waarvoor het gekocht zou moeten worden. Cola = drank, dus mag enkel gekocht worden om de dorst te lessen en indien dat het gekocht wordt voor een andere reden (of dat er een grotere prijs betaald wordt voor een andere reden), is dat slecht en behoort de reclame van coca cola (om het te adverteren op een andere manier dan om je dorst te lessen), verboden te worden.

Dit en andere soorten voorbeelden waar mensen worden 'overtuigd' en daardoor niet meer 'vrij' zijn om beslissingen te nemen, worden aangehaald als argument tegen een systeem van vrijheid. Enkele zaken kunnen hier op gezegd worden. Ten eerste betekent vrijheid (in de betekenis dat 'wij' het gebruiken in ieder geval) dat je een keuze maakt met jouw gerechtvaardigde eigendom in de afwezigheid van dwang van andere rationele wezens (mensen). Mensen overtuigen om bepaalde beslissingen te maken - door bijvoorbeeld reclametechnieken - is niet die mensen 'onvrij' maken. Het is exact wat het is: mensen trachten te beïnvloeden. Geen enkele liberaal zal ontkennen dat dit bestaat - maar er wordt altijd gesmeten met het mensbeeld dat wij zouden denken dat mensen altijd perfect geïnformeerd zouden zijn en dat daaruit onze filosofie volgt - maar vraagt zich wel af in welke mate dit negatief of zelfs maar relevant is. Mensen beïnvloeden elkaar op zoveel verschillende wijzen; bepaalde mensen proberen mensen te overtuigen om zaken te doen ('te kopen') waardoor zij er ook beter vanuit komen. Is dit zo'n gigantisch probleem?

Laten we niet vergeten dat een persoon overtuigen betekent dat, eens je hem overtuigt bent, zijn ex ante nut wel degelijk 'gemaximaliseerd' wordt door over te gaan tot de aankoop. Het is dus ook niet dat er iemand 'verloren' heeft aan de zaak: mensen hebben hun eigendom gebruikt om anderen te overtuigen. Anderen zijn overtuigd en wensen nu op hun manier hun eigendom te gebruiken - waar is de grote fundamentele zaak? Alweer: ik ben me er bewust van dat er allerlei technieken gebruikt worden om mensen te overtuigen om handelingen te begaan, die ze in afwezigheid daarvan niet zouden hebben begaan maar dat is altijd zo. Alles wat u en ik doen op een dag, zal een bepaald effect hebben op andere mensen waardoor ze bepaalde dingen doen die ze anders niet gedann zouden hebben. De kwestie van 'reclame' is een kwestie van gradatie; waar zij blijkbaar allerlei problemen mee hebben.

Alweer: er valt iets te zeggen dat bepaalde (theoretisch mogelijke) technieken niet behoren te mogen. Ik denk maar aan het sturen van bepaalde soorten golven die onze hersenen binnenkruipen en beïnvloeden zonder dat we daar echt een goed besef van hebben of daar iets tegen kunnen doen. Maar de meeste reclame is niet van die soort. Coca cola reclameborden zie je op veel verschillende plaatsen en op tv ook regelmatig wel eens, maar dat is toch iets essentieel anders - me dunkt.

Ik snap ergens wel het verzet tegen een systeem dat niet echt beantwoordt aan het typisch rationalisme - 'coca cola promoot zichzelf niet met redelijke argumenten waarom het lekker is, maar met een soort van imago dat je er bij koopt' - maar dat betekent neit dat dit zo problematisch is. Een alternatieve hypothese voor het succes van coca cola zou, bijvoorbeeld, zijn dat het simpelweg een superieur product is (mede door de reclame!) dan zijn concurrenten - behalve dan pepsi in de USA, natuurlijk... Wat er vergeten wordt, is dat er inderdaad niet alleen de smaak wordt gekocht, maar dat je het hele package krijgt (om dezelfde reden drinken anderen principieel geen cola - dat is iets dat, me dunkt, ook wel eens vergeten wordt).

Het uiteindelijke punt lijkt me dat er diverse evaluaties zijn van bepaalde zaken. Er is misschien iets intellectueel estethisch 'mis' met coca cola - in die zin dat het geen filosofische discussie is met een ideaal van redelijke argumenten - maar de vraag is of dat daarom per se verkeerd is. Ik zie niet echt dat grote probleem.

Voor alle duidelijkheid; het gaat hier over reclame-technieken as such om mensen te overtuigen - 'manipuleren' als je het zo wilt noemen. Dat is voor mij categorisch anders dan dwang om mensen in een bepaalde staat van eenvoudiger te manipuleren krijgen. Net zoals dat coca cola zich propagandeert als 'lekker', propaganderen tegenstanders van coca cola het als bucht. Met beide zaken heb ik geen problemen. Propaganda/reclame is voor mij een fundamenteel probleem als de methoden - fysieke dwang - een onderdeel is van het proces. Iemand opsluiten in een kelder en dan trachten te beïnvloeden, is daar een onderdeel van. Maar met het principe van reclame; neen, daar zie ik het grote, fundamentele probleem niet van.

Liberalisme en stemming

There shall come a time, after this ugly state-thing is over and done with, when we’ll see that having sold our ideas just to get a 1% decrease on taxes, we have been left with nothing at all. Even if Ron Paul wins (if I where some Rothschild, I’d let him win to discredit Libertarians) he’s never going to cut taxes/expenditures more than 10% (of their current level, not in percentage points). The state is too much a leviathan for a single guy to counter it. It corrupts all. Let us anarchist be free in our minds at least
Waar. (Maar nog steeds niet principieel tegen stemmen en/of politieke participatie.)

Over de term neoliberalisme

in het boek Classical Liberalism and International Relations:

Some other terms are also regularly used in debates about liberalism. Foremost, the word neoliberalism, mostly seen as grouping rights-theorists and other thinkers who argue strongly in favour of capitalism and a minimal state, like Friedman and Buchanan (West, 1996: 38-39). Neoliberalism is a much abused term, it appears to be the favourite container swear word of people resenting capitalism and globalization (see for example Harvey, 2005). There is not much analytical precision to be gained from the use of this term. Since most writers in the neoliberal category base their thought on old ideas, it does not make much sense to call them neoliberals. In effect, the label ‘paleo liberals’ would be more accurate.
In eerste instantie ben ik geneigd akkoord te gaan - het 'neoliberalisme' baseert zich in bepaalde mate op de oude ideëen, maar er was wel iets anders, dat neoliberalisme van klassiek liberalisme onderscheid.

De klassiek liberalen - Kant, Hume, Smith, Ferguson, Bastiat, Pufendorf, von Humboldt, etc. - hadden allemaal een grote nadruk op een rechtsorde, een natuurlijke harmonie van individuen die fundamenteel rechtvaardig was. De 'neoliberalen' - Friedman, Hayek en eigenlijk ook Mises al - verdedigden (gelijkaardige) conclusies op een utilitaristisch kader; het was niet rechtvaardig op zichzelf genomen, maar omdat er bepaalde (collectivisitsche, doch wenselijke) doelen bereikt konden worden. (Doelen zoals 'economische gelijkheid' natuurlijk niet.)

Dat is, in mijn ogen, wel degelijk een fundamentele breuk tussen het klassieke liberalisme en het 'neoliberalisme'. Iemand als Mill volgens deze klassificiering hoort dan eerder bij de neoliberalen - en daar is op zich niet zoveel mis mee.


maandag 1 februari 2010

Een definitie van de staat

Er is redelijk veel discussie over de definitie van de staat. Recentelijk ben ik op de volgende omschrijving gestoten - ik parafraseer, want ik weet de bron niet meer: de staat is die organisatie die in een bepaald territoriaal gebied het uiteindelijke 'recht' heeft om af te dwingen dat hij de uiteindelijke arbiter is in meningsverschillen.

Langs de ene kant vind ik deze definitie sterk, want het focust niet uitsluitend op het 'gebruik van geweld', maar om iets dat misschien wel essentieëler is: het oplossen van geschil en dus het organiseren van 'wet'. (Het geweld en de mogelijkheid daartoe wordt vooronderstelt in deze definitie, natuurlijk.) Ook incorporeert het allerlei zaken als belastingen en regulering (wat meningsverschillen zijn tussen mij en de staat) en veranderingen tussen derden - 'ik bepaal hoe jullie met elkaar moeten omgaan'.

Langs de andere kant heb ik toch het gevoel dat ik iets mis in deze definitie, maar ik kan mijn vinger er niet goed opleggen. Wat jullie?

Espen Andersen over onderwijs

Volgens iemand zou Espen Andersen zijn analyse 'bewijzen' dat de lagere sociale klasse 'niet in staat is om hun kinderen op te voeden'. Daarom moet de overheid dit doen, door uitgebreide kinderopvang en onderwijs.

Los van de intenties die hier alwéér worden verward met de keuze van bepaalde processen, moet er opgemerkt worden dat dit bepaalde proces wel heel dubieus is: vermits de lagere klasse haar kinderen niet kan opvoeden, moet een door hoofdzakelijk de middelklasse bepaald beleid de oplossing bieden.

De vooronderstellingen daarvan zijn, dat het beter is dat de overheid voor die bepaalde kinderen opvoed dan de ouders (terwijl, vooronderstellen we, andere ouders wel voor hun kinderen mogen blijven zorgen). De bepaling gebeurt natuurlijk door de politiek zelf - dat hoofdzakelijk een affaire is van de middenklasse (waardoor er een grotere vervreemding tussen politiek en de 'lagere sociale klasse anderzijds'). In welke mate zou je dan nog kunnen spreken over gelegitimeerd beleid om mensen te helpen in plaats van, bijvoorbeeld, dwang om bepaalde voorkeuren op te leggen qua opvoeding?

Los van de vooronderstelling dat 'ouders hun kinderen niet kunnen opvoeden omdat ze van een lagere sociale klasse zijn', vraag ik me toch af waarom daar in eens uit volgt dat uitgebreid overheidsbeleid de oplossing kan bieden. Van zodra ik meer weet over Espen zijn argumenten, laat ik het weten.