vrijdag 4 december 2009

Anarcho-syndicalisme

Bryan Caplan legt hun fundamentele contradictie hier uit.

Suppose that there were a standard capitalist economy in which a class of wealthy capitalists owned the means of production and hired the rest of the population as wage laborers. Through extraordinary effort, the workers in each factory save enough money to buy out their employers. The capitalists' shares of stock change hands, so that the workers of each firm now own and control their workplace. Question: Is this still a "capitalist society"? Of course; there is still private property in the means of production, it simply has different owners than before. The economy functions the same as it always did: the workers at each firm do their best to enrich themselves by selling desired products to consumers; there is inequality due to both ability and luck; firms compete for customers. Nothing changes but the recipient of the dividends.

This simple thought experiment reveals the dilemma of the anarcho-socialist. If the workers seize control of their plants and run them as they wish, capitalism remains. The only way to suppress what socialists most despise about capitalism - greed, inequality, and competition - is to force the worker-owners to do something they are unlikely to do voluntarily. To do so requires a state, an organization with sufficient firepower to impose unselfishness, equality, and coordination upon recalcitrant workers. One can call the state a council, a committee, a union, or by any other euphemism, but the simple truth remains: socialism requires a state.

A priori reasoning alone establishes this, but empiricists may be skeptical. Surely there is some "middle way" which is both anarchist and socialist? To the contrary; the experience of Spanish Anarchism could give no clearer proof that insofar as collectivization was anarchist, it was capitalist, and insofar as collectivization was socialist, it was statist. The only solution to this dilemma, if solution it may be called, is to retain the all-powerful state, but use a new word to designate it.

Hayek zijn 'Economic Freedom & Representative Government'

Is nu beschikbaar!

Leuk citaat.

"Such a legislative assembly could be achieved if, first, its members were elected for long periods, secondly, they were not eligible for re-election after the end of the period, and, thirdly, to secure a continuous renewal of the body in accord with gradually changing... Lees verder opinions among the electorate, its members were not all elected at the same time but a constant fraction of their number replaced every year as their mandate expired; or, in other words, if they were elected, for instance, for fifteen years and one-fifteenth of their number replaced every year. It would further seem to me expedient to provide that at each election the representatives should be chosen by and from only one age-group so that every citizen would vote only once in his life, say in his fortieth year, for a representative chosen from his age-group."

Ik ben niet zeker of ik hier voorstander van ben, maar het is een leuk gedachteexperiment.

Open Brief ter aanval van de staat

Beste liberalen,

Het doel van deze tekst is om jullie te overtuigen - in minder dan 1500 woorden - van de sociale plausibiliteit van anarchisme en de morele imperatief die daar achter zit. Het meest fundamentele conflict in de wereld is niet tussen ‘liberalisme’ en ‘socialisme’, maar tussen ‘archy’ – de leer dat sommigen principieel over anderen mogen heersen - en ‘anarchy’- de afwezigheid van politieke heerschappij. De verleiding van de staat is aantrekkelijk – maar het is niet meer dan dat: een verleiding tot een deus-ex-machina. De staat lost geen problemen op: de staat beslist en mensen moeten zich onderwerpen aan deze beslissing.

Overheden zijn complexe organisaties, met uitgebreide invloed in het leven van alle dag. Overheden kunnen maar functioneren in een kader waarbij eigendomsrechten en contracten in redelijke mate worden afgedwongen. Het is maar daar dat zij een aanvullende rol kunnen spelen – indien mensen eigendom niet aanvaarden; staat de staat machteloos. Maar als het kader dat noodzakelijk is voor het ontstaan van overheden – volgens de theorie – alleen maar bereikt kan worden via overheden, zitten we in een logische contradictie. De overheid moet ‘zichzelf’ creëren; vooraleer ze gecreëerd kan worden. Op logische grond gaat eigendom, uitgebreide economische markttransacties en een grote mate van orde in de samenleving het monopolistisch instituut de overheid vooraf. Op puur logische grond is er geen noodzaak tot een overheid voor de uitgebreide orde die liberalen graag zien in een samenleving.

De wens van eigendomsbescherming, contractuele vrijheid en het oplossen van conflict is een wens eigen aan de samenleving en het samenlevingsproces. Mensen moeten niet ‘overtuigd’ worden van deze wens; deze ontstaat inherent aan het menselijk handelen. Het is maar door een significante mate van rechtszekerheid over jouw middelen (jouw eigendom) die je hanteert bij het bereiken van je doelen, dat je ten volle jouw voorkeuren kan bewerkstellingen, i.e. je ten volle kan uiten in het leven.

Ook dieven, moordenaars en verkrachters hebben deze wens – de wens om uiteindelijk zeker te zijn dat er zaken van hen zijn, die niet van anderen zijn. De wens dat ze (indien betrapt) rechtvaardig behandeld worden. De wens dat agressors jegens hen ook berecht zullen worden. Er is geen wens zo universeel aanwezig in de samenleving als de wens naar een juridisch kader – vanwaar de continuerende assumptie dat mensen met geweren mensen moeten dwingen om zich aan 1 bepaalde organisatie te onderwerpen?

Het oplossen van conflict is fundamenteel een issue tussen 2 partijen. Beide partijen kunnen uit meerdere mensen bestaan – maar het blijven 2 partijen. Vanwaar de assumptie dat er geen organisatie of instituut kan gevonden worden waar beide partijen zich vrijwillig aan onderwerpen bij elke relevante case? Het is hoogstwaarschijnlijk waar dat alle conflicten een onafhankelijke derde partij kunnen gebruiken om oordeel te vellen, maar waaruit volgt dat alle conflicten <> dezelfde onafhankelijke derde partij moeten gebruiken? (Om maar te zwijgen van het probleem dat in dit geval ontstaat indien er een probleem is met deze derde partij .)

Altijd tegen de theorie van anarchisme wordt er een verhaal getoverd van bedrijven die een oorlog beginnen. Los van de vraag waarom het monopoliseren van geweld dan niet, bij gelijke assumpties, logischer- en noodzakelijkerwijze betekent dat er dictaturen en oorlogen ontstaan tegen de bevolking – kunnen we hier ook cynisch over zijn. Oorlog kost geld en indien we in een samenleving zitten met concurrerende bedrijven die veiligheid en rechtspraak verzorgen, zullen zij er elk belang bij hebben om direct (en dus kostelijk) geweld te ontwijken. Dit, natuurlijk, zonder de trade off uit het oog te verliezen dat ze nog steeds hun consumenten moeten beschermen – anders zullen deze zich aansluiten bij concurrenten.

Zelfs in het ergste geval – dat er een bepaald bedrijf zich niet houdt aan de rechtvaardige spelregels en haar cliënteel terroriseert (is dit een duurzame, winstgevende strategie?) – is dit niet het grootste probleem: zolang dat deze gevallen aan de marge van het systeem gebeuren, kan hier mee omgegaan worden door de concurrenten die potentieel cliënteel zien. (Los dan nog van gevoelens van solidariteit – inherent aan een samenleving – om deze mensen te komen helpen.) De plausibiliteit is hier echter even groot van als dat de plaatselijke politie morgen mensen systematisch begint te terroriseren. Daar is misschien zelfs de plausibiliteit groter: de lokale politie is niet afhankelijk van de burgers die ze behoort te beschermen voor haar inkomsten.

Een reden om tegen anarchie te zijn is de noodzaak voor ‘beleid’. Maar beleid – het articuleren van voorkeuren via de staat – is niets anders dan het trachten op te leggen van bepaalde voorkeuren aan andere delen van de samenleving. Het kan zijn dat deze voorkeuren perfect legitiem zijn – ‘val mij niet aan’ – maar in zoverre ze legitiem zijn, vanuit een liberaal oogpunt, kunnen ze eigen aan de samenleving ontstaan. Indien deze reflex er niet is; is het maar de vraag in welke mate de monopolisering van de middelen ter vernietiging een goed idee is om een wenselijke samenleving – in termen van rechtvaardigheid en sociale coöperatie – te bereiken.

Ook het meest evidente: de significante voorkeuren uit de samenleving hoeven niet via de staat gebeuren: als ze significant genoeg zijn om via de staat te doen, hoeven ze niet via de staat gebeuren. Het is maar particularistisch belangengroepenbeleid dat via de staat moet gebeuren wegens het gebrek aan steun om dit in vrijwilligheid te bereiken – maar is dit dan wenselijk?

Vaak hoor je dat de overheid toch moet zorgen ‘voor de allerergste gevallen’ – maar het is niet van ‘beide een beetje’. Ofwel bestaan er geen gevoelens van solidariteit ten opzichte van zij die het slechter hebben en dan kunnen we niet betrouwen dat de monopolistische organisatie doet wat we (misschien) in theorie zouden willen. Ofwel bestaan er wel gevoelens van solidariteit en is het evident dat de vrijwillige bijdragen van solidariteit het eerst worden gealloceerd naar juist de ergste gevallen. Een perspectief dat de staat ‘toch de ergste gevallen’ moet regelen is een visie die de staat simpelweg als noodoplossing wilt gebruiken – maar waarom mag jij dan definiëren wat ‘in nood’ is en niet een socialistische medemens? Alle visies die bevoegdheden aan de staat blijven toewijzen zijn fundamenteel een visie dat de samenleving in bepaalde mate beheerd moeten worden – ‘daar kan vrijwillige coördinatie niet mee om’, ‘dat moet van bovenaf beslist worden voor hen’. De discussie wordt dan, altijd, wie mag er beheren – en dat heeft niets met menselijke vrijheid te maken. De voorkeuren van de ene mens zijn altijd en noodzakelijkerwijze anders: alleen in een samenleving waar er geen organisaties zijn die principieel het recht hebben via geweld middelen te vergaren kunnen deze voorkeuren in de grootst mogelijke harmonie met elkaar omgaan.

Indien we een issue zien waarvan we niet kunnen voorspellen dat mensen daar in vrijheid mee om kunnen gaan, gebruiken we de deus-ex-machina van de staat. Maar net zoals dat een overheid problemen heeft om de wensen eigen aan de samenleving te interpreteren en te vertalen naar politiek beleid op het vlak van openbaar vervoer, is dit niet anders op het vlak van eigendomsafdwinging en het oplossen van conflict. Indien we aanvaarden dat alleen het kenniscoördinerende mechanisme van de markt recht kan doen aan de wensen van de bevolking, doordat consumenten vrijwillig bepaalde middelen (‘geld’) opgeven om andere te verkrijgen, waarom zou dit mechanisme dan niet functioneren op het vlak van the last frontier , i.e. het recht en beveiligingssysteem zelf?

Een ‘beperkte’ overheid is een abstractie, een leeg concept. Een overheid is nooit ‘beperkt’: ze oefent altijd de wensen uit van zij die deze overheid beheersen. Zij mogen dan nog een goed bedoelende democratische ‘rechtstaat’ zijn; dat verandert niets aan dat zij voorkeuren opleggen aan andere mensen. Jij zult geld afstaan en wij zullen kiezen hoe we dit alloceren. Als ze echt goed bedoelend is, kan ze in het voorgestelde alternatief haar fondsen vrijwillig vergaren. Als ze dat niet is, waarom zouden we onze fondsen afstaan?

De geschiedenis van de Westerse juridische ontwikkeling is er een van competitieve legale structuren – vaak op dezelfde locatie en op dezelfde tijd. Dat er, vanuit ons hedendaags perspectief, zaken gebeurd zijn waar we niet mee akkoord kunnen gaan; is zeker waar. Maar indien de argumenten tegen anarchisme waar zijn, dan hadden we nooit de (relatief) stabiele orde kunnen bereiken die we vandaag de dag hebben. De Westerse samenleving zou altijd een totaal gedesintegreerde samenleving moeten zijn – er was immers geen staat die de samenleving beheerde! De waarheid is dat het gros van de rechtstructuren endogene voorkeuren uit de samenleving vertegenwoordigde; goedschiks en kwaadschiks. Ook het principieel en breed genomen anarchisme waar ik voor pleit kan rechtsregels hebben waar ik problemen mee heb. Maar anarchisme betekent fundamenteel dat er geen organisaties zijn die principieel maar kunnen werken door middel van de constante dreiging van geweld. Het is alleen in die sfeer dat het liberalisme een oprechte ideologie kan zijn: een ideologie van menselijke vrijheid, coöperatieve orde en de morele waardigheid die daar mee gepaard gaat. Ik dank u voor uw aandacht.


Review: thinking about social thinking


Thinking About Social Thinking: The Philosophy of the Social Sciences ~ Anthony Flew

De eerste review gaat over het (kleine) boekje 'Thinking about social Thinking'. In een kleine 224 pagina's schrijft Flew over hoe er gedacht wordt (en hoe er gedacht behoort te worden) in de humane wetenschappen - en doet dit met verve.

Het leuke - maar ook irritante - aan het boekje is de gigantische hoeveelheid verschillende zaken die er behandeld worden. (Er is, gelukkig, altijd wel een rode draad.)

Enkele leuke voorbeelden. Hij beschrijft hoe linguïstisch onderzoek men tot de conclusie is gekomen dat, in essentie, alle talen even 'goed' zijn. Of deze conclusie juist is of niet; laat hij in het midden. Maar hij wijst erop dat iemand die zoiets zegt ook aan een waardenbepaling doet - van gelijkaardige aard als iemand die zou zeggen dat een bepaalde taal beter is dan een andere.

Een ander leuk voorbeeld is hoe hij sociologen die over opvoeding schrijven bespreekt. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat (enkele dominante zogenaamde autoriteiten) ongelijkheid van kansen bewijzen uit het feit dat sommigen betere resultaten halen dan anderen: "Boudon defines 'inequality of educational oppurtunity' as 'differences in the level of educational attainment according to social background'. Het probleem dat Boudon maakt, is het confliceren van 2 verschillende noties: 'he is failing to distinguish: on the one hand, the question whether contestatns were treated fairly - whether, that is, they were all accorded the chance to compete on equal terms; and on the other hand, the question of who, even given such ideally fair competitive conditions, was in fact most likely to win.' Daaraan voegt Flew ineens iets enorm belangrijk aan toe: 'the actual chance of succes will be equal for all contestants only if and where those contestants all happen to be in all relevant respects equall well endowed and equall wel disposed.'

De vraag is: is dat wel mogelijk en, misschien belangrijker, wenselijk als politiek doel?

Een favoriet doelwit van Flew is Marx, Engels en de hele beweging van het wetenschappelijk socialisme. Nu moet er wel, eerlijkheidshalve, opgemerkt worden dat Flew zelf eerder in libertarische kringen bevindt - en bijvoorbeeld al een prijs heeft gekregen van het Amerikaanse Ludwig von Mises Institute - maar dit mag bezwaarlijk een argument zijn om de argumenten die Flew formuleert tegen het wetenschappelijk socialisme/Marxisme a priori te niet te doen. Ook moet er opgemerkt worden dat Flew soms zelfs met instemming uit het verzameld werk van Marx en Engels citeert - een instemming die ik, zover ik me herinner, doorgaans wel kon delen.

Een leuk voorbeeld van hoe hij het bekritiseert, is als hij eerst Marx citeert die zegt: 'no social order is ever destroyed before all the productive forces for which it is sufficient have been developed, and new superior relations of production never replace older ones before the material conditions for their existence have matured within the framework of the old society'. Lenin stelt daarentegen: 'Russia has not attained the level of development of productive froces that makes socialism possible', but countering it by asking: 'if a definite level of culture is required for the building of socialism... why cannot we begin by first creating the prerequisites for that definite level of culture in a revolutionary way, and then ... proceed to overtake the other nations?" Flew antwoordt: 'no reason, perhaps no reason at all - except that by making your revolution in one of the least advanced capitalist contries and thereafter building socialism you are bound to falsify (to show to be false, that is) the scientific pretensions of your own so-called scientific socialism.' Ik moest toch even grinniken bij deze formulering - alhoewel ze strikt genomen niet per se waar moet zijn. Lenin zou kunnen zeggen dat Marx simpelweg fout zat met zijn eerste stelling (alleen; in welke mate zou dan de gehele 'wetten van de geschiedenis'-doctrine op losse schroeven komen te staan?

Ook interessant is dat hij een Marxistische auteur bespreekt die het een heel boek heeft over de problemen van het monopoliekapitalisme en racisme - logischerwijze inherent aan het kapitalisme - maar wel geen enkel voorbeeld kan geven van een monopoliebedrijf of een voorbeeld van een racistisch individu. Op dat laatste haalt hij - net zoals Thomas Sowell zo vaak heeft gedaan - aan dat er een grote drogreden zit in de redenering dat vermits een bepaalde bevolkingsgroep x procent van de bevolking vertegenwoordigd, ze wel gediscrimineerd moet zijn (positief of negatief) indien ze niet x procent van elke willekeurige subgroep vertegenwoordigd. Bijvoorbeeld; als er 10% homoseksuelen zijn, dan zou 10% van elke zwemmeester, politicus, bedrijfsleider, dokter, ... ook een homoseksueel 'moeten' zijn; anders wordt er wel gediscrimineerd. De drogreden is dat dit niet meer is dan een assumptie: het zou met even veel recht en reden kunnen dat er andere redenen zijn - cultureel, sociaal, psychologisch, historisch, etc. -die niets met discriminatie te maken hebben, die er voor zorgen dat een welbepaalde groep over- of ondervertegenwoordigd is.

Meer fundamenteel, in antwoord op het Marxistische 'de staat zal afsterven', stelt hij - terecht, in mijn ogen - 'But, if anything ever has been utopian rather than scientific, it is the assertion that organisations with monopolies on military and police power are bound, once they are fulfilling no functions to outsiders, to wither away.'

Dit zijn maar enkele anekdotes die ik het onthouden uit het boek. De auteur bespreekt een hele waaier van sociologische onderzoeken, (vaak gemaakte) denkfouten en meer van dat soort zaken. Hij legt een grote nadruk op handelingen, de gevolgen van handelingen in een wijdverspreide context (hij bespreekt ook Adam Smith's zijn invisible hand idee), de mogelijkheden tot kennis in de humane wetenschappen, de relatie tussen feiten en ideeën, de verhouding tussen feiten en waarden (de value-free controversy in de wetenschappen), objectiviteit, subjectiviteit, relatieve en absolute waarheden, en het gedrag van mensen bij het vergaren van (nieuwe) kennis (vooral als het in gaat tegen hun ideologische vooronderstellingen.)

Iedereen die zichzelf serieus wenst te nemen in de sociale wetenschappen in het algemeen en de sociologie in het bijzonder zou dit boek een serieuze aandacht moeten geven.

maandag 16 november 2009

Incentives

Ik kan niet begrijpen hoe moeilijk het is om het evidente inzicht te laten inzien dat het belasten van activiteiten ervoor zal zorgen dat je daar minder van krijgt, het reguleren van activiteiten zal zorgen dat je meer rigide activiteiten krijgt en het geven van geld aan bepaalde activiteiten zal zorgen dat je er daar meer van krijgt.

Ik snap dus niet hoe moeilijk het kan zijn om te aanvaarden dat belastingen zorgen voor minder welvaart, net zoals werkloosheidsuitkeringen en regulering. Dat is toch de evidentie zelve?

vrijdag 6 november 2009

George Selgin over Oostenrijkse methodologie

"Deductive theory tells us how there can be such a thing as an ABC. It can't tell us whether there actually has ever been such, or whether the ATBC explains even an important part of any actual cycle. That requires empirics. And please don't try the silly trick of pretending that saying this means that I'm being a Popperian (sticks and stones...) or declaring that you have to run some goddam regression. It means, simply, that you have to do some real old fashioned history as in story-telling and see whether the theory is really useful for doing it."


Bron
(In de comment-sectie.)

Zo hoort het.

zondag 1 november 2009

Hoe de overheid doodt

Ik heb zonet naar het nieuw geluisterd, maar met maar 1 oor. Dus de kleine caveat is er natuurlijk dat het zou kunnen dat ik de feiten verkeerd heb begrepen. Maar als ik de feiten correct heb begrepen - en het lijkt mij zeker niet onrealistisch dat het zo is gebeurd - dan is de overheid, meer bepaald: welbepaalde regulering - alweer verantwoordelijk voor het overlijden van een kind.

Het verhaal gaat over een onthaalmoeder die veroordeeld is omdat ze een kind heeft laten sterven - in haar eigen kots notabene. Allemaal heel tragisch; maar waarom verwijt ik dit dan 'regulering'? Is het niet duidelijk dat de onthaalmoeder verantwoordelijk is? Eigenlijk niet, want als we verder luisteren, komt er een aap naar de mouw. De moeder in kwestie heeft eerst moeten zorgen dat het 'teveel' aan kinderen - gedefinieerd door de arbitraire overheid in kwestie - weg moest, vooraleer ze de hulpdiensten kon bellen. Indien er niet zo'n regulering was, had ze waarschijnlijk niet moeten vrezen voor een straf voor een 'teveel' aan kinderen en hoogstwaarschijnlijk direct de hulpdiensten kunnen bellen.

Het is misschien niet zo duidelijk als sommigen het wel willen, maar incentives doen er wel degelijk toe. Regulering, als ex ante middel om dit soort zaken te vermijden, kan even goed zorgen voor ex post incentives om dit soort zaken te verergeren. Regulering is geen wondermiddel.