maandag 11 januari 2010
2 kritieken op Rand
In ieder geval interessant om eens na te pluizen. Enige Randianen aanwezig die hier iets over wensen te zeggen?
Caplan over intuïsonisme
Het punt dat Caplan maakt, is dat als morele argumentie 'kennis' vereist en als je stelt dat sommige mensen deze kennis niet hebben, dan kan je niet beargumenteren dat deze mensen slecht handelen - vermits ze de kennis niet hebben. Hiertegenover stelt hij zijn eigen visie op moraliteit: intuïsonisme: "the view that some moral premises are obvious on their face, and therefore require no proof. "
Ik denk echter dat Caplan niet echt bewijst wat hij wilt bewijzen. Er zit iets in dat bepaalde morele evidenties exact dat zijn: evident. Maar dat betekent niet dat zaken die doorgaans als moreel begrepen worden, geen argument nodig hebben. Er is niets mis met handelen volgens een bepaalde morele code, ook al kan je die niet beargumenteren. Het punt van een rationeel onderzoek naar wat hoort en wat niet hoort gaat echt over wanneer er conflicterende meningen zijn. Op die moment gaat het wel degelijk over wie heeft het meest logische/correcte argument voor zijn visie en kan Caplan zijn intuïsonisme niet volstaan. Indien Caplan zijn intuïsonisme volstond, hoe zouden er dan meningsverschillen kunnen zijn? Zouden we dan niet allemaal dezelfde intuïties moeten hebben? Het lijkt me duidelijk dat dit toch iets te beperkt is om als compleet morele visie te dienen.
Ik ben niet geheel zeker of ik correct weergeef wat Caplan stelt - en misschien val ik wel een stroman aan. Maar desalniettemin denk ik dat ik (los van wat Caplan zei) wel een punt heb.
Boettke's indeling van economie
Het is ongeveer zoiets:So I come again to the 2x2 matrix I often use to describe the state of economics. Rows depicting the problem situation (simple or complex) and columns depicting the results (order or disorder), and the cells as follows (upper left [simple/order] -- neoclassical; upper right hand [simple/disorder] -- Marxian; lower left [complex/order -- Austrian and New Institutional; and lower right [complex/disorder] -- Keynesian and market failure theory).
------------------------------Order----------------------------------------------Disorder
Simple-------------------Neoclassical----------------------------------------Marxian
Complex-----------------Austrian---------------------------------Keynesian/Market failuretheory
Ik denk dat dit eigenlijk een redelijk goede beschrijving - zij het, natuurlijk, wat oppervlakkig - is van hoe dat economische scholen kijken naar het economisch systeem.
Over Hayek zijn definitie van vrijheid
Zijn definitie van vrijheid is de afwezigheid van coercion. Zijn definitie van coercion is: 'By 'coercion' we mean such control of the environment of circumstances of a person by another that, in order to avoid greater evil, he is forced to act not according to a coherent plan of his own but to serve the ends of another'. Coercion is slecht omdat het een denkend en valuerend persoon herleidt tot simpelweg een middel in de handen van een ander individu. Vrij handelen is dus: 'action, in wich a person pursues his own aims by the means indivated by his own knowledge, must be based on data which cannot be shaped at will by another'. Het vooronderstelt 'the existence of a known sphere in which the circumstances cannot be so shaped by another person as to leave one only that choice prescribed by the other'. Vrijheid is dus het handelen in een bepaalde, private sfeer gebaseerd op uw eigen overtuigingen en wensen.
Zie Hans-Hermann Hoppe zijn artikel voor een uitgebreide kritiek op zijn definitie van vrijheid.
zondag 10 januari 2010
Over de limitieten van vrije meningsuiting
Een kleine analogie kan dit het best verduidelijken. Een mafiabaas - die in zijn leven nog nooit iemand heeft vermoord - zou veroordeeld hebben simpelweg omdat hij de baas was in een organisatie die regelmatig mensen doodt. De reden hiervoor is de relatie tussen het doden van de mensen en het bevel van de mafiabaas wordt aanvaard als medeplichtigheid aan moord.
Op analoge wijze zijn er redenen om iemand die doelmatig aanzet tot geweld (zoals bij een betoging) te vervolgen. De relatie is analoog. De 'vrijheid van meningsuiting' heeft geen grenzen, onderdeel zijn van een geweld en de uitvoering daarvan is echter geen 'vrijheid van meningsuiting'.
De essentie van het punt is om te begrijpen dat menselijke relaties niet te herleiden zijn naar objectieve-materiele omstandigheden, maar naar menselijke handelingen, relaties, verhoudingen, etc.
Het pluralisme van het begrip 'liberalisme'
Een eerste evidente mogelijkheid is de visie over geweld. Maar Rawls en Rothbard hebben daar duidelijk totaal verschillende visies over. Rothbard zijn complete rechtsfilosofische visie is gebouwd rond geweld en welke plaats dat heeft in een samenleving, terwijl Rawls daar nauwelijks tot niet over praat; bij hem gaat het over de 'basisstructuren' (instituties) in een samenleving. De focus van hun onderzoek lag anders, de conclusies zijn anders, de methode is anders en de institutionele gevolgen zijn anders. Dus daarover kan het al niet gaan.
Een mogelijkheid die ik waardevol acht is de gedachte dat liberalisme - iets dat iedereen die onder de liberale filosofie valt - een filosofie is die tracht om na te denken over een samenleving waar iedereen zijn eigen invulling kan geven op het goede leven. Dit zou dan in tegenstelling staan tot andere filosofische visies die wel een bepaalde invulling geven aan het goede leven.
In ieder geval is er een redelijke mogelijkheid om te beargumenteren dat binnen het liberalisme dit een centraal punt is. In alles wat ik heb gelezen, is er een dominante tendens aanwezig van deze onderliggende stroming. Rawls over zijn basisgoederen, Nozick over hoe jet met anderen moet omgaan, Sen over capabilities, Popper over social-engineering, ...
Wat denkt u?
donderdag 7 januari 2010
De 'vrije markt' vergissing bij globalisering
De 'vrije markt' vergissing
Het is misschien raar dat na al het voorgaande, er hier ook de vrije markt vergissing bekritiseert zal worden, maar het is desalniettemin belangrijk. Het fundamentele probleem is niet zozeer dat men voorstander is van de vrije interactie van individuen, maar de concrete praktische invulling in de beleidsopties die (sommigen) daaraan geven.
Zoals hierboven al aangegeven, is het ontstaan van uitgebreide markten geen eenvoudig proces, dat eenvoudig onderbroken kan worden door geweld, zoals gedecentraliseerd (revoluties) of georganiseerd door totalitaire overheden (planeconomische dictaturen). Markten hebben grote voordelen, maar de instituties van markten zijn niet zo eenvoudig te bereiken, en het is daar dat de vergissing ligt die ik zou willen aankaarten: de fatale vergissing dat uit de (theoretische en praktische) voordelen van een markt, men de conclusie heeft getrokken dat er maar 1 soort 'markt' bestaat en dat deze zo snel mogelijk afgedwongen en ingevoerd moet worden overal ter wereld, ongeacht de aanwezige (juridische) cultuur.
Deze fout is het meest duidelijk in zij die het concept van 'nation-building' verdedigen in Afrika om op deze manier aan 'liberaal' beleid te doen. Het is hierbij belangrijk om te begrijpen dat 'overheden' – zoals wij die begrijpen – een typisch modern fenomeen zijn, dat een specifiek gevolg is van een specifieke (rechts)filosofische traditie. Deze verheven tot eeuwige standaard is een quod non en deze zomaar wensen te exporteren in landen waar deze traditie niet heerst, heeft een grote kans op negatieve effecten.1
Coyne benadrukt in zijn boek bijvoorbeeld de moeilijkheden die er ontstaan indien je in een land een liberale democratie wenst uit te bouwen (na een oorlog). De moeilijkheden die overtroffen worden zijn de dynamiek tussen de machtsgroeperingen in het desbetreffende gebied, de lobbygroepen in het exporterende land, de kiezers hiervan (en hun wensen, verwachten en belangen), de plaatselijke rechtscultuur en zoveel meer.2 Maar deze problemen kunnen veralgemeend worden naar elke vorm van 'nation-building'; je kan niet de instituties van een geheel land 'opbouwen' uit het niets. Deze moeten ontstaan uit en geïnternaliseerd worden in de manier waarop de mensen elke dag met elkaar omgaan. Indien deze niet gedragen worden door een kritische massa, kan je onmogelijk een functionerende samenleving hebben.
Hierbij komen we bij de fundamentele kritiek op het gehele proces: hoe kan iemand 'plannen' welke concrete instituties in een bepaalde samenleving aanwezig moeten zijn vooraleer daar van een markt sprake kan zijn? Het is immers 1 ding om te weten dat er private eigendom moet zijn en de mogelijkheid tot het afdwingen van afspraken – maar dat is enkel de abstracte theorie. De concrete toepassing daarvan is afhankelijk van verschillende particuliere elementen zoals culturele, geografische en technologische factoren. De kennis die hiervoor nodig is, is van zo'n magnitude dat dit een onmogelijk proces wordt. Veiligheid, contractafdwinging en al die zaken kunnen allemaal op zoveel verschillende manieren gebeuren, net zoals rechtsverandering dat op zoveel verschillende manieren kan. In elke samenleving zijn er (al dan niet prematuur) normen aanwezig om deze zaken te regelen, maar als men dit gaat 'plannen' voor deze samenleving – waarbij men hoogstwaarschijnlijk de eigen voorkeuren en vooronderstellingen oplegt – is de kans groot dat dit gebeurd op wijze die niet overeenstemt met wat de mensen waarvoor er gepland wordt zullen aanvaarden.
We hebben bijvoorbeeld het concept 'democratie' om op die manier aan wetsverandering te doen. Dit proces is geïnternaliseerd in ons handelingen en ons samenleven en we zouden moeilijk kunnen inbeelden dat we op een ander proces aan verandering doen. Maar dit is zeker niet de dominante vorm in de wereld en al zeker niet in de geschiedenis om aan wetsverandering te doen. Democratie kan je zien als een competitie tussen politieke elites, waarbij de winnaar het beleid mag kiezen. In onze samenleving werkt dit relatief goed, maar het is perfect mogelijk dat in een andere cultuur dit proces helemaal niet dezelfde wenselijke effecten heeft als hier, omdat mensen andere (rechtvaardigheids)gevoelens hebben ten aanzien van deze vorm van regelgeving, omdat mensen andere ideeën kunnen hebben over hoe ze deze macht moeten gebruiken, etc. Indien instituties niet gedragen worden door de bevolking, is het naïef om hiervan veel succes te verwachten. Dit is echter exact wat (in bepaalde kringen) wordt voorgesteld indien ze het hebben over 'de vrije markt methode' gebruiken om het globaliseringsproces verder te zetten.
Het dynamische gegeven van een samenleving laat niet toe om daar als buitenstaander een uniform beleid te gaan 'oprichten' dat altijd en overal zal werken, ook al is het gericht om de theoretisch correcte conclusies door te voeren.
1Ik verwijs hier alweer naar het interessante geval van Somalië, dat sinds 1991 geen formele overheid meer heeft, maar het wel, in comperatieve termen, economisch beter doet dan omliggende gebieden met gelijkaardige welvaartsniveaus en mogelijkheden maar mét centrale overheden. De reden is dat Somalië, in tegenstelling tot wat er beweerd wordt, wel degelijk een rechtssysteem heeft: de xeer. Hiermee is niet gezegd dat – vanuit ons standpunt en het standpunt van de gemiddelde Somaliër – er geen problemen zijn, maar zolang we niet erkennen dat er een gewoonterecht en een stammencultuur speelt in Somalië, is het moeilijk om daarover een correcte normatieve mening te vormen.
2C. Coyne, After War: The Political Economy of Exporting Democracy, vooral pg. 136-146