woensdag 7 januari 2009

Economische stromingen over crisissen

Het vertrekpunt van een analyse van een economische crisis verschilt van analyse tot analyse. De huidige makers van het monetair beleid zien ongeveer zo tegen een economische crisis aan:

Het ideaal is een zo laag mogelijk niveau inflatie en werkloosheid en een zo laag mogelijke variatie van inflatie en werkloosheid.

Op lange termijn wordt erkend dat de werkloosheid gelijk is aan zijn natuurlijk niveau en dat de inflatie gelijk is aan de groei van de geldhoeveelheid. Monetair beleid kan op lange termijn de werkloosheid niet verlagen, iedere verhoging van de geldhoeveelheid heeft enkel een effect op inflatie. Op korte termijn geloven beleidsmakers dat zij wel een invloed op het niveau van werkloosheid kunnen uitoefenen. Prijzen van goederen, diensten en arbeid zijn op korte termijn vast. Een verhoging van de geldhoeveelheid wordt niet onmiddellijk doorgerekend in prijzen, maar zorgt voor een tijdelijke verhoging van de economische activiteit en een verlaging van de werkloosheid.

Beleidsmakers zien dan een rol voor zichzelf weggelegd. De vraag die ze zichzelf stellen is: “hoe kunnen we, gegeven dat er zich bepaalde schokken in de economie voordoen, de economie stabiliseren?”

Op de vraag waarom deze schokken zich voordoen (laat staan hoe ze te voorkomen zijn) hebben beleidsmakers geen volledig antwoord. Schokken kunnen een invloed hebben op de productiviteit, bijvoorbeeld olieschokken of technologische ontwikkelingen maar deze schokken zijn niet frequent of sterk genoeg om de conjunctuur te verklaren. Andere mogelijke verklaringen voor schokken zijn vlagen van optimisme en pessimisme, maar deze lijken mij eerder een symptoom van een crisis of boom in plaats van een oorzaak. Veranderingen in de vraag naar geld of de vraag naar goederen en diensten.

Als de huidige beleidsmakers al kunnen identificeren welke schokken er zijn, hebben ze nog altijd geen antwoord op de vraag waarom een schok zich voordoet of waarom deze schokken de hele economie treffen en een cyclisch patroon hebben. Hun conclusie lijkt dat we schokken en conjunctuur maar moeten aanvaarden, dat het onvermijdbaar is, eigen aan het economische systeem en dat we slechts aan symptoombestrijding kunnen doen.

De Oostenrijkse school heeft hier een heel ander antwoord op. De conjunctuur ontstaat net door de interventie van de beleidsmakers op de geldmarkt. Schokken hebben een duidelijke oorzaak en kunnen aan de bron worden aangepakt.

dinsdag 6 januari 2009

Hfdstk 1: Het probleem van Recht

Om de zoveel tijd zal ik hier een (stuk van een) hoofdstuk posten uit het boekje waar ik aan bezig ben. Dit is een stuk uit hoofdstuk 1 uit deel 1 ('De Rechtsfilosofie'). Constructieve opmerkingen zijn altijd welkom.


1. 1

Het Probleem van het Recht





...”



Wat is Recht? Deze heel eenvoudige vraag heeft grote implicaties, vermits het antwoord daarop de fundamentele vraag is in een rechtvaardige samenleving – een samenleving in overeenstemming met het recht. Het recht oordeelt over wat recht en onrecht is. Wat recht is, is datgene dat overeenkomstig het recht gebeurd & wat onrecht is, is datgene dat tegen het recht ingaat. Recht staat tegenover onrecht. Indien we weten wat het recht is, weten we ook wat onrecht is.

Het Recht gaat, heel eenvoudig, over datgene wat mensen mogen doen. Dit betekent niet dat ze niet iets anders zouden kunnen doen – zoals onrechtmatige handelingen. Het betekent enkel dat ze bepaalde zaken niet mogen doen, indien ze in overeenstemming met het recht wensen te handelen. Mensen zijn in staat tot allerlei handelingen, sommigen daarvan zijn rechtmatig en anderen zijn onrechtmatig. De rechtsfilosofie is de wetenschap die zich bezighoudt met het duidelijk maken van het verschil tussen recht en onrecht, tussen wat iemand mag en niet mag doen.

Het Recht staat tegenover onrecht. Het Recht is een toestand waarbij mensen handelen volgens datgene dat ze mogen doen; onrecht is de toestand waarbij mensen handelingen stellen die ze niet behoren te doen. Het probleem van de rechtsfilosofie is om daar een antwoord op te geven: om het onderscheid te maken tussen wat mag en niet mag. Het is geen onderdeel van de rechtsfilosofie (of van de taak van de rechtsfilosoof) om het Recht af te dwingen. De rechtsfilosoof kan enkel verkondigen wat het onderscheid is tussen Recht en onrecht, tussen wat behoort en wat niet behoort. Andere mensen hebben dan de keuze of ze zijn richtlijnen volgen; of ze volgens het Recht wensen te handelen of niet. De rechtsfilosoof als rechtsfilosoof staat machteloos tegenover zij die kiezen om het Recht te negeren. Het enige dat het de Rechtsfilosoof kan doen is zich focussen op zijn taak – de taak van Recht van onrecht te onderscheiden.


Recht als oordeel

Het recht is een oordeel van rationele wezens, zoals de mens. Indien er gesproken wordt over iets 'onrechtmatig', is dit een oordeel van een mens. Sommigen vinden iets onrechtvaardig wat anderen niet vinden. De mens is in staat tot het oordeel over Recht en onrecht.1 Zij is hiertoe in staat, omdat ze in het algemeen kan oordelen: een noodzakelijke voorwaarde voor een rationeel handelend wezen. De mens is een rationeel handelend wezen in die zin dat ze in staat is om een oordeel te vellen over een bepaalde situatie, deze kan beoordelen als 'aangenaam' of 'onaangenaam' en daarnaar handelen. De mens is in staat om situaties te analyseren en naar oplossingen te zoeken om deze situatie te verbeteren. Deze doel/middel rationaliteit stelt niet dat mensen altijd de juiste beslissing maken; het stelt enkel dat mensen in staat zijn tot het beoordelen van situaties en volgens deze oordelen te handelen. Mensen zijn handelende wezens omdat ze doelen hebben en selecteren die ze zouden willen bereiken met bepaalde middelen. Over zowel doel als middel moet er een oordeel komen van de mens; aldus is het oordeelsvermogen een noodzakelijke voorwaarde voor het rationeel handelen. Ook voor het recht is een oordeelsvermogen een noodzakelijke voorwaarde; vermits het recht zelf een oordeel is, een oordeel over wat gerechtvaardigd is – overeenkomstig het Recht – en wat niet.

Zoals gezegd: mensen oordelen. Een noodzakelijke voorwaarde voor dit gegeven is dat mensen zelf oordelen. Mensen bezitten hun eigen denkvermogen, wil, redeneringen, gedachtegangen, herinneringen, feiten, etc. Niemand anders dan zij zelf bezit deze unieke mogelijkheid om over zichzelf te beschikken en daarmee sluiten ze zichzelf af van anderen. Ieder mensen heeft controle over zichzelf – in meerdere of mindere mate – en niemand heeft controle over de gedachten van anderen. Hierdoor zijn mensen in staat tot unieke handelingen, waarvoor zij middelen gebruiken om doelen aan te wenden. Andere mensen kunnen deze handelingen begrijpen en incorporeren in een groter geheel van 'doelen'. Een noodzakelijke voorwaarde van het menselijke leven is de mogelijkheid tot handelen – mensen zijn 'gedwongen', door de aard van het wezen, om rationele wezens te zijn, die een doel/middel rationaliteit hebben.

Een antwoord naar de vraag van het Recht, zal rekening moeten houden met het feit dat mensen kunnen nadenken over hun handelingen en als dusdanig van mening kunnen verschillen over wat hoort te gebeuren.


Recht als specifieke notie

Het oordeelsvermogen oordeelt over een grote variatie aan zaken. Over het esthetisch gehalte van een voorwerp, over het morele gehalte van een handeling en dus ook over de recht- of onrechtvaardigheid van een situatie. Is het echter altijd zinnig, i.e. met een betekenisvolle inhoud om te spreken over Recht of onrecht in elke gegeven situatie? Is het bijvoorbeeld zinnig om te spreken over de gevolgen van een natuurramp in de termen van 'recht' of 'onrechtvaardig'?

Indien met dit oordeel wordt bedoeld dat de actor, die dergelijke gevolgen bespreekt, daarmee te kennen geeft dat hij deze of gene situatie wenselijk of onwenselijk vindt, is zo'n oordeel zinnig. Indien daarmee wordt bedoeld dat het een situatie is die inherent onrechtvaardig is, is dit echter niet zinnig te noemen.

Het Recht, waar we ons hiermee bezig houden, is heel specifiek afgebakend gebied van gebeurtenissen, dat we niet zomaar over één en dezelfde kam mogen scheren met andere gebeurtenissen, ook al hebben we daar ook morele oordelen over. De rechtsvraag, waar we ons hiermee zullen bezighouden, is de vraag naar of een bepaalde handeling, van een wezen dat een doel/middel rationaliteit heeft, in overeenstemming is met het Recht of niet. Natuurrampen en hun gevolgen vallen, hoe zeer deze mensen met verdriet of vreugde mogen vervullen, daar niet onder. Het Recht, waar we het hier over hebben, is een studie van wat rationele wezens (die, bij mijn weten, zich beperkt tot mensen, ook al laat ik de situatie open dat er andere wezens zoals, eventueel, bepaalde mensapen zouden kunnen zijn die deze rationaliteit ook in beperkte mate hebben) elkaar wel en niet mogen aandoen.


Recht als orde

We zullen het recht onderzoeken vanuit het concept van een rechtsorde.


De rechtsorde is in elk geval een verband van personen. Het ligt dus voor de hand een rechtsorde te zien als een verband van mensen, hun werken, middelen en afspraken: (...)” 2


De rechtsorde is een concept dat de grenzen afbakent tussen mensen. Wat mogen mensen doen en wat mogen ze niet doen? Zijn er wel grenzen op wat mensen rechtmatig mogen doen of mag zomaar alles, zonder dat, vanuit het recht, daar een beperking op staat? Indien we in een wereld leven waarin er bepaalde beperkingen op de handelingen van mensen staan, leven we in een wereld met een rechtsorde: een wereld waarin het recht voorschrijft dat mensen elkaar bepaalde zaken wel en, vooral, niet mogen aandoen.

De vraag naar het recht kan dus ook anders geformuleerd worden als de vraag naar de beginselen van de rechtsorde: wat zijn de regels die behoren te gelden tussen mensen, opdat er orde kan zijn?

Hierbij kunnen er 2 verschillende concepten opduiken, die elkaar op logische gronden uitsluiten. Indien de ene waar is, wordt de andere op logische gronden uitgesloten als zijnde rechtvaardig en vice versa.

Het verschil dat we hier zullen maken, is het verschil tussen een rechtsorde gebaseerd op natuurlijke personen enerzijds en een rechtsorde gebaseerd op fictieve personen (of 'functies') anderzijds. 3

De eerste beziet de mens als een van nature begrensd wezen, grenzen die we door een (rationele) redenering kunnen achterhalen. 'Dit is uw grens en dit is de zijne' waarmee bedoelt wordt dat de mogelijkheden van handelingen van de ene afgegrensd zijn door de mogelijkheid van handelingen van de andere. Dit wordt gerepresenteerd in de bekende maxime van: 'Uw vrijheid eindigt waar die van iemand anders begint'. De grenzen tussen beide individuen (en de rest van de mensheid) kunnen achterhaald worden door een rationele beargumentering over 'de aard van de mens', op basis van dewelke er geoordeeld kan worden wat binnen de grenzen van het ene dan wel andere individu valt. Mensen zijn dus wezens die grenzen hebben van nature: u heeft uw geest en de controle over uw lichaam en ik heb mijn geest en de controle over mijn lichaam en vanuit onze eigen individuele controle over onszelf kunnen wij ons in een wereld begeven met schaarse middelen en daar middelen hanteren om doelen te bereiken. Hieruit volgt dat wij rechtsubjecten zijn, die betekenisvolle handelingen kunnen stellen in de wereld die al dan niet anderen beïnvloeden. Het recht is hier dan de scheidsrechter die oordeelt of een handeling wel of niet gerechtvaardigd – i.e. 'in overeenstemming met de eisen van het recht' – was.

De rechtsorde gebaseerd op fictieve personen daarentegen stelt dat dit niet mogelijk is. Het is maar mogelijk om een rechtsorde indien deze gecreëerd wordt en aan eenieder functies toewijst. Een God of Soeverein is nodig om het verschil tussen u en ik aan te duiden, opdat er dan pas orde kan zijn tussen ons. Het is de Soeverein die kan en mag beslissen wat de grenzen van onze rechtvaardige handelingen zijn, bij wijze van decreet. Deze rechtsorde heeft de assumptie dat er geen mogelijkheid bestaat om de grenzen tussen u en ik af te leiden uit de feitelijkheid van hoe en wat we zijn. Vermits dit niet mogelijk is, kan dit maar gebeuren door middel van iemand die deze grenzen trekt door een of ander machtsapparaat – grenzen die bepaald worden door de soevereine heerser of heersers. Eenieder krijgt zijn functie opgelegd, door een plan bepaald in de geest (of geesten) van zij die de macht hebben om dit plan af te dwingen.

Dit zijn de enige 2 mogelijke manieren van een rechtsorde. Er zijn geen andere manieren waarop een rechtsorde begrepen kan worden.


Recht als oplossing van conflict

We kunnen de rechtsfilosofie dus samenvatten als een systematische studie naar de grenzen van handelingen van eenieder. Niet naar de problematiek van in elk concreet individueel geval – dat is een taak voor rechters, jurisprudentie en dergelijke meer – maar naar de vraag wat de principes zijn op basis van dewelke recht gesproken behoort te worden. Waarom mag u doen wat u doet en tot waar mag u dit doen?

Het probleem van het Recht moet begrepen worden vanuit onze wereld van schaarste. Indien iedereen altijd alles kon krijgen wat hij begeerde, is er geen probleem van het Recht. Het probleem van het Recht ontstaat om 4 redenen: (1) in het licht van de schaarste van de wereld waarin we leven, (2) het feit dat we verschillende actoren hebben die op een doelbewuste manier kunnen omgaan met middelen, (3) het gegeven dat verschillende actoren toegang (kunnen) hebben tot dezelfde (schaarse) middelen en (4) dat er geen algemene consensus bestaat over het doel waar middelen toe gebruikt moeten worden. 4

. We leven in een wereld die we moeten kenmerken als een wereld van schaarste omdat we dezelfde middelen kunnen gebruiken voor verschillende doeleinden. Maar dat is op zich geen voldoende voorwaarde voor het probleem van het Recht. Robinson Crusoë kan op zijn eiland misschien kokosnoten gebruiken om (1) op te eten of (2) op het strand het woord 'Help' te schrijven, maar dit is op zichzelf geen probleem van het recht. Dat is een probleem dat Robinson zal moeten oplossen door bij zichzelf te rade te gaan waar hij de gegeven middelen (in casu kokosnoten) voor zal gebruiken.

Pas als Vrijdag erbij komt, zal er potentieel een probleem van het Recht ontstaan. Vrijdag, een persoon met zijn eigen wensen en doelen, zou dezelfde kokosnoten als Robinson kunnen begeren, voor een doel dat niet verenigbaar is met het doel van Robinson. Indien Vrijdag op een ander eiland zit en op geen enkele manier zich meester zal kunnen maken om de kokosnoten van Robinson, is er natuurlijk ook geen enkel probleem van het Recht. Hij bestaat misschien wel, maar vermits hij geen toegang tot de kokosnoten die Robinson ook wenst te gebruiken, zal er geen enkel probleem zijn voor het Recht.

Mocht het echter zo zijn dat Vrijdag wel degelijk zich ook op het eiland van Robinson bevindt, maar hij geen probleem heeft met het gebruik dat Robinson al had gekozen voor de kokosnoten (i.e. Het vormen van het woord 'help' op het strand) is er ook geen enkele vorm van conflict. Vrijdag laat de kokosnoten gewoon met rust en Robinson kan doen waar hij zin in heeft.

We zien dus dat in dit particuliere voorbeeld conflict ontstaat als (1) we een minder dan door beide partijen benodigde hoeveelheid aan kokosnoten hebben, (2) we meer dan 1 partij hebben, (3) zij beide tot de beperkte hoeveelheid kokosnoten kunnen en (4) ze van mening verschillen over het uiteindelijke doel van deze kokosnoten, we kunnen spreken over een conflict, waarover het Recht kan oordelen.

Meer in het algemeen kunnen we dus spreken over:

  1. Meerdere actoren

  2. met verschillende wensen

  3. die (potentieel) toegang hebben tot dezelfde middelen

  4. die schaars zijn

als noodzakelijke voorwaarden voor het bestaan van conflict. Het is over deze problematiek dat het Recht een oordeel kan vellen over wat er behoort te gebeuren indien we een dergelijk geval hebben in de wereld.

1 Dat hoeft daarom geen 'juist' oordeel te zijn, puur omdat het een oordeel is. Naar de correctheid van een oordeel behoort een onderzoek gevoerd te worden. Een onderzoek dat we hier proberen uit te voeren.

2F. Van Dun, 'Mens Burger Fiscus', pg. 170

3Met dank aan F. Van Dun voor dit onderscheid.

4Ik dank professor Frank Van Dun voor dit inzicht dat het duidelijkst naar voren komt in zijn tekst 'Concepts of Order'.

zondag 4 januari 2009

Course in vrijheid

Het Mises Institute heeft zijn eigen 'Study Course' (http://www.mises.org/store/Mises-Institute-Home-Study-Course-in-Austrian-Economics-P211.aspx). Naar aanleiding daarvan begon ik eens te denken hoe een 'course' in Oostenrijkse economie in het bijzonder of een 'opleiding' in libertarisme in't algemeen eruit zou (kunnen) zien. Hieronder een bescheiden voorstel;

Libertarisme
Theorie
- Ethische funderingen van Libertarisme
The Law - Bastiat
Het Fundamenteel Rechtsbeginsel - Van Dun
The Ethics of Liberty - Murray Rothbard
Theory of Socialism and Capitalism - Hoppe (Hfdstk 2 & 7)
The foundations of Morality - Hazlitt
The Philosophy of Ownership - Lefevre

- Alternatieve politieke filosofieën
Theory of Socialism & Capitalsm - Hoppe (Hfdstk 3-7 en 8-10)
Collectivism: a false utopia - Chamberlin
Socialism: an economic and sociological analysis - Mises
Egalitarianism as a revolt against Nature and other Essays - Rothbard

Praktijk
- Globale overzichten
Liberalism - Mises
For a New Liberty - Rothbard
The God of the Machine - Isabel Patterson
The rise and fall of society - Chodorov
Constitution of Liberty - Hayek
The Machinery of Freedom - David Friedman
Capitalism and Freedom -Milton Friedman
Road to Serfdom - Hayek

- Praktische toepassingen
Education: free and compulsory - Rothbard
The Man versus the welfare state - Hazlitt
The market for liberty - Tannehils


Oostenrijkse Economie
- Basic
Algemeen
An introduction to Austrian Economics - Taylor
Economics for Real People - Gene Callahan
An introductin in Economic Reasoning - Gordon

Specifiek
Not a zero sum game
Why Wages Rice - Harper
What has the government done to our money? - Rothbard
What you should know about inflation - Hazlitt

- Geavanceerd
Algemeen
Economic Principles - Fetter
The foundation of the market price system - Shapiro
Human Action - Ludwig Von Mises
Met studyguide
Man, Economy & State - Rothbard

Specifiek
Efficiencies and externalities in an open ended universe - Cordato
The Ultimate Foundation of Economic Science - Mises
The Ongoing Methodenstreit of the Austrian School - De Soto
The Ethics of Money Production - Hülsmann

- Geschiedenis van Oostenrijkse Economie
Principles of Economics - Menger
(Met studyguide.)
The Positive Theory Of Capital - Bohm-Bawerk
Natural Value - Wieser

- Kapitaalstructuur & Businesscycles
Money, Bank Credit & Economic Cycles - De Soto
Prices and production - Hayek
The pure theory of capital - Hayek
The theory of money and credit - Mises

- Overheidsinterventie: Theorie & Praktijk
Power & Market (Hfdstk 12 van MES en deel 2 van het gehele boek)
Modern Economic Problems - Fetter
Government against the Economy - Reisman
America's Great Depression - Rothbard
Economics and the Public Welfare - Anderson

- Kritieken op andere economische theorieën
Failure of the New Economics - Hazlitt
Theory and History - Mises
A history of economic thought: An Austrian Perspective - Rothbard
The Keynesian Period - Hutt


Dit moet natuurlijk nog aangevuld worden. But for now; it'll do.

zaterdag 13 december 2008

Economische Crisis: Oorzaak en oplossingen

(Deze mail heb ik zonet verstuurd naar mijn gehele mailinglijst.)

Beste,

Sommigen onder jullie zullen me wat beter kennen dan anderen. In ieder geval; iedereen van jullie kent me in mindere of meerdere mate, vermits jullie allemaal een onderdeel zijn van mijn contactenlijst. Iedereen van jullie zal echter wel weten dat we vandaag de dag in een financiele crisis zitten. Daarover gaat deze mail: over de oorzaken en mogelijke oplossingen. Mocht u dit in zijn geheel oninteressant vinden, dan kan u hier de mail afbreken. Dan klikt u op verwijderen of klikt u weg - dat staat u allemaal vrij. Indien u deze financiele crisis echter wel interessant vindt en deze wenst te begrijpen, dan is deze mail iets voor u. In deze mail zal u geen tips vinden over wat u met uw spaargeld en aandelen moet doen - dat weet ik zelf ook niet. Wat ik u in deze mail echter wel ga geven, is een korte uitleg over hoe zo'n financiele crisissen ontstaan en hoe we deze zouden kunnen voorkomen in de toekomst. Dit is echter een economische uitleg; geen politieke. De oplossing die ik zal voorstellen, zal immers eentje zijn die politiek niet echt populair ligt. Dat betekent echter niet dat het geen goede oplossing zou zijn en dat het grotendeels onterecht is dat het huidige politieke klimaat daar zo negatief tegenover staat.

Helemaal onderaan vindt u nog een persmededeling van het Murray Rothbard Instituut (MRI). Dit is een Belgisch instituut dat, in de traditie van de Amerikaanse econoom, rechtsfilosoof en historicus Murray Rothbard, wenst te denken en werken. Zij hebben een boekje vertaald en uitgebracht, onder de titel: 'Wat heeft de overheid met ons geld gedaan?' Het is vanaf morgen te vinden in de Standaard Boekhandel (en als u het niet kan vinden, kan u het zeker en vast bestellen) voor ongeveer 10 euro. In dit boekje wordt op heldere wijze uitgelegd wat de oorsprong van geld is, wat de functie van geld is en hoe dat het hedendaagse monetaire systeem (van fiatgeld) de oorzaak is van economische crisissen, waar de huidige een voorbeeld van is. Ik kan iedereen, die geïnteresseerd is in een concreet begrijpen van deze crisis, alleen maar aanraden dit boekje eens te bekijken. Het MRI is ook zo vriendelijk om de werken die zij uitbrengt, ook integraal online te zetten in pdf formaat. U kan het boekje, als ook meer informatie erover, terugvinden op deze link: http://www.rothbard.be/boeken/105-geld-rothbard. Het is een heel eenvoudig en relatief kort boekje, dus de moeilijkheidsgraad kan geen enkel bezwaar zijn.
U kan zich (eventueel) ook lid maken van de facebookgroep: http://www.facebook.com/group.php?gid=38883707332

Nu goed: wat is de essentie van een economische crisis? Die is, heel eenvoudig, te wijten aan het rentebeleid van banken en, vooral, van centrale banken. In een economie bestaat er zoiets als een 'natuurlijke' rente. Net zoals er een 'natuurlijke' prijs bestaat voor brood, i.e. de prijs die jij (als consument) betaalt in de winkel (en dus de prijs die de bakker krijgt), is de 'natuurlijke prijs'. Ik noem dit de 'natuurlijke prijs' omdat deze prijs tot stand is gekomen door de oordelen van mensen, zonder invloed van anderen. Niemand verplicht u omdat brood te kopen aan die prijs: u koopt die zelf omdat u vindt dat die 2 euro u minder waard is dan het brood dat u zal krijgen. Analoog: de bakker vindt de 2 euro meer waard dan het brood dat hij ervoor moet afstaan.

Hetzelfde geldt bij 'rente'. Rente ontstaat ook (normaliter) door de oordelen van mensen. U wenst 100 euro af te staan over een periode van 1 jaar, maar daar wenst u wel 5 euro voor extra te krijgen. (Dus: over een jaar wenst u 105 euro te krijgen.) De andere, die het geld leent, wenst deze 100 euro gedurende een jaar te kunnen gebruiken en is daarbij bereid om, over 1 jaar, 105 euro te betalen. De rente is hier dus 5%.

Het bestaan van 'fractional reserve banking' en 'centrale banken' verandert echter dit fenomeen. Zij zorgen er namelijk voor dat het mogelijk is dat de ene persoon in de bovenstaande transactie toch de 105 euro zal krijgen over 1 jaar, maar dat de andere maar, bijvoorbeeld, 102 euro moet betalen! (De manier hoe dat ze dat doen, laat ik hier in't midden. U kan dit nalezen in het boekje van Rothbard. U zal hierover mijn 'autoriteit' moeten aanvaarden. Dat valt echter op zich wel mee, vermits elke econoom u zal zeggen dat dit inderdaad gebeurt.) Er wordt hier dus gespeeld met de 'natuurlijke' rente: de rente die de lener moet betalen, is lager dan wat hij in een 'normale' economie zou moeten betalen. Dit lijkt voordelig, immers: iedereen wint toch? Hij die geld uitleent krijgt meer. Hij die geld leent, moet minder betalen! Echter: in een economie kan je niet gewoon welvaart (voedsel, huizen, auto's, kleren, etc.) creëren door meer geld bij te drukken - dat zijn immers maar briefjes. Waar zit dan het nadeel?

Het nadeel zit hem in een verkeerde 'kapitaalsstructuur'. Vermits het nu mogelijk is om aan lagere rentevoeten te 'lenen', zal er meer geleend worden. (Een eenvoudige toepassing van de wet van vraag en aanbod: als de prijs daalt, zal de vraag stijgen.) Veel meer mensen zullen dus geld willen lenen: voor huizen te kopen, auto's te kopen, etc. Maar er zullen ook mensen geld lenen om investeringen te doen. Mensen zullen bijvoorbeeld geld lenen om buldozers te kopen, om landbouwgrond te kopen om daar bomen op te planten om die over 10 jaar te verkopen, etc. Door de lagere rente is het mogelijk om investeringen te doen die verder in de tijd liggen. Als er een rente van 5 procent is, moet ik (als lener) over 10 jaar veel meer betalen dan als de rente aan 2 procent ligt. Als de rente dus lager ligt, zullen mensen geneigd zijn meer investeringen te doen die verder in de tijd liggen. Alweer: dit lijkt positief. Immers: hoe meer investeringen die verder in de tijd liggen, hoe groter de productiviteitsstijging. Waar blijft dan het negatieve?

Wel: het negatieve ligt erin dat deze productiviteitsstijging in de toekomst helemaal nog niet gewenst is. Mensen willen nu consumptiegoederen! En dat weten we, omdat de rente artificieel verlaagd is - mensen willen helemaal niet een jaar wachten; ze willen nu hun geld uitgeven! De lage rente is alleen maar mogelijk door het feit dat de centrale bank geld bij heeft gecreëerd, waardoor investeerders de illusie hadden dat ze verder in de tijd konden investeren. Dit spelletje kan echter niet blijven duren - op een bepaald moment zal de rente terug stijgen, omdat de situatie onhoudbaar wordt. Dát is het moment dat de crisis ontstaat, vermits vele investeringen werden gedaan onder de illusie dat mensen wensten te wachten met consumptie. Dat bleek echter niet zo te zijn... Investeringen blijken (massal!) niet rendabel en zullen allemaal systematisch 'opgekuist' moeten worden. Mensen zijn niet bereid om de prijs te betalen die die investering rendabel zou maken, waardoor die investeringen failliet gaan.

De oorzaak ligt, heel eenvoudig, in het feit dat banken en centrale banken een lagere rente dan de 'natuurlijke rente' wensen vol te houden. De oplossing ligt dus in het tegenovergestelde: zorgen dat banken en centrale banken niet meer de mogelijkheid hebben om die lage rentes aan te bieden. Rentes behoren niet door middel van wetten en decreten uitgevaardig te worden, maar behoren bepaald te worden door de markt zelf, waardoor we geen last meer hebben van deze artificiele boom- en bustcyclici. Beleidsmatig zou dat betekenen dat banken een volledige reserve moeten aanhouden en dat centrale banken integraal opgedoekt behoren te worden. (De taak van een centrale bank is, maar al te vaak, het kunstmatig verlagen van de rentevoet.)

Ziet de toekomst er goed uit? Wel: de meeste banken - de FED in de USA en de ECB in Europa - willen deze crisis oplossen door, u raadt het misschien al, de rente te verlagen. Zij wensen deze crisis te bestrijden met hetzelfde fenomeen dat de crisis heeft veroorzaakt, waardoor ze dus niets anders doen dan de weg vrij te maken voor over een paar jaar een nieuwe crisis.

Zo, dit was ongeveer mijn uitleg. Ik hoop dat sommigen onder u er iets aan hebben gehad. Indien u vragen hebt, mag u die altijd mailen. Ik wil wel nog een kleien caveat: de theorie die ik hier heb samengevat is geen eenvoudige theorie, die heel veel uitleg vraagt. Ik heb geprobeerd hem hier tot een minimum te beperken, zodat het niet al te saai was om te lezen. Begrijp aub dat ik een trade off moest maken tussen enerzijds 'kort' en anderzijds 'duidelijk'. Ik heb hierin mijn best gedaan, maar het zal waarschijnlijk niet perfect zijn. Mijn excuses daarvoor.

Indien u meer wenst te weten over deze theorie, kan ik u aanraden om eens op te zoeken naar de 'Austrian Business Cycle Theory', het paradepaardje van de 'Austrian School of Economics'. De grootste intellectuele bron hiervan is het Mises Institute, te vinden op www.mises.org.

Een (duidelijke) uitleg over de hedendaagse crisis vindt u op: http://myslu.stlawu.edu/~shorwitz/open_letter.htm
Deze brief van de Amerikaanse econoom Horwitz is een heel eenvoudige samenvatting van de oorzaken van deze bepaalde crisis. Hij doet niets anders (en op geniale wijze) dan de theorie die ik hier boven in het 'algemeen' heb samengevat, toepassen op deze particuliere crisis. Een echte aanrader.

Hieronder kan u, zoals gezegd, nog het persbericht vinden over 'Wat heeft de overheid met ons geld gedaan?' Als u geïnteresseerd bent in dit boekje, mag u mij altijd contacteren of het Rothbard Instituut zelf op: Info@rothbard.be

Ik wens u nog een prettige feestdagen en een leuke examenperiode (voor velen onder u).

Ik hoop dat u iets aan mijn nederige poging hebt gehad.

Met vriendelijke groet,

Lode Cossaer

Link naar de website: http://www.rothbard.be/boeken/105-geld-rothbard

zondag 7 december 2008

Een goede samenleving

Wat is een 'goede' samenleving? Dat is een goede vraag, waar vele mensen verschillende antwoorden op hebben. Libertariërs spreken over non-agressie, communisten over de gemeenschap van productiemiddelen. Meningsverschillen daarin zijn legio, maar 'k zou toch iets graag willen hebben over binnenin de politieke filosofie van vrijheid.

Er is een fundamenteel verschil tussen een noodzakelijke voorwaarde en een voldoende voorwaarde. Ik zou zeggen dat, voor mij, het principe van recht en non-agressie op grote schaal een noodzakelijke voorwaarde is voor een wenselijke samenleving, maar geen voldoende voorwaarde. Daarmee bedoel ik dat het weliswaar noodzakelijk is dat mensen elkaar behandelen als rechtsubjecten en elkaar niet bestelen of doden, maar dat dit niet genoeg is voor een wenselijke samenleving. Het is genoeg voor een rechtvaardige samenleving - maar dat is niet alles. Bovenop het recht zou het, voor mij althans, ook nog leuk zijn als mensen op grote schaal solidair met elkaar zijn en elkaar niet al te veel het spreekwoordelijke mes in de rug zouden willen steken.

Dit is vaak in groot contrast met andere filosofieën, in het bijzonder met die aan de linkse interventionistische kant. Zij kijken naar het libertarisme en zien de non-agressie als voldoende voor een goede samenleving. Dat vinden ze echter - misschien wel terecht - een redelijk steriele visie van een samenleving en stellen daartegenover een veel leuker beeld met woorden als 'solidariteit' en 'gelijkheid'. Wat ze daar echter niet bijzeggen (of minder duidelijk stellen) is dat ze dit willen bereiken door middel van geweld en onrecht - is dat dan zoveel wenselijker? Kan dat wel bereikt worden door middel van geweld en onrecht?

De politieke filosofie van libertarisme is inderdaad nogal mager: je mag elkaar niet aanvallen, ook niet om 'solidariteit' en dergelijke te bereiken. Dat komt voor sommigen waarschijnlijk nogal koud over. Het is daarom waarschijnlijk te begrijpen dat libertariërs nogal veel tijd moeten spenderen in uit te leggen dat ze niet tegen solidariteit en dergelijke zijn. Libertarisme is de filosofie die stelt dat enkel vrijwillige interactie met mensen gerechtvaardigd is. Wat mensen wensen te bereiken is compleet hun zaak. Maar ik, als libertariër, heb inderdaad een voorkeur dat mensen een deel van hun inkomen, vrijwillig, afstaan aan solidariteit. Dat zou ik een wenselijkere samenleving vinden dan gewoon een samenleving gefundeerd op het recht - met alleen maar asociale egoïsten. Als deze vrijwillige solidariteit er niet is, is het echter geen goed idee deze af te dwingen. Egoïsten de macht geven over andere egoïsten is volgens mij geen goed idee. Dat is nu eenmaal de beperktheid van de menselijke natuur, die libertariërs aanvaarden en andere stromingen niet of minder: als iets wenselijk niet vrijwillig bereikt kan worden, is de kans groot dat grootschalige geweldadige organisatie dat ook niet zal kunnen bereiken.

woensdag 3 december 2008

Kinderarbeid

Kinderarbeid is een trieste zaak en ik keur het volledig af. In principe zou ik dan ook voor maatregelen die kinderarbeid proberen tegengaan moet zijn. Toch bevind ik me vaak in de situatie dat ik tegen maatregelen ben die iets proberen te doen aan kinderarbeid. Om kinderarbeid te bestrijden moet je eerst de oorzaak ervan kennen. Armoede is volgens mij de hoofdoorzaak. Wil je iets tegen kinderarbeid doen, moet je de oorzaak bestrijden. Wanneer je enkel symptomen bestrijdt en tegelijk de oorzaak negeert, dan is de kans groot dat je het alleen maar erger maakt. Eén manier waarop aan symptoombestrijding kan gedaan worden is door proberen fabrieken die kinderen te werk stellen te laten sluiten. Dit is een duidelijk voorbeeld van symptoombestrijding omdat de situatie waarin de mensen die hun kinderen laten werken in een fabriek volledig genegeerd wordt. Waarom sturen mensen hun kinderen naar een fabriek?  Gemiddeld mag je er wel van uitgaan dat mensen niet wreedaardig zijn. Ouders sturen hun kinderen niet naar een fabriek omdat ze gemeen zijn. Als ze geld hadden zouden ze hun kinderen wel naar school sturen. Ouders vergelijken al de mogelijkheden die tot hun beschikking staan. Spijtig genoeg behoort ‘kinderen naar school sturen’ niet bij deze mogelijkheden. De mogelijkheden waar ouders wel over kunnen beschikken zijn heel wat slechter. De enige reden waarom ouders beperkt zijn in hun mogelijkheden is armoede. Meer welvaart verhoogt immers het aantal mogelijkheden. De mogelijkheden voor arme ouders zijn er bijvoorbeeld zo uit: kinderen naar de fabriek sturen, kinderen naar mensenhandelaars sturen, kinderen laten verhongeren, kinderen prostitueren,… Als je ziet dat ouders hun kinderen naar een fabriek sturen, dan weet je dat dat de best mogelijke oplossing was die ze kunnen realiseren. Als je nu ijvert voor een sluiting van een fabriek waar kinderen helpen, dan sluit je één mogelijkheid uit voor de ouders. De ouders zijn dan genoodzaakt de tweede beste oplossing voor hun kinderen te zoeken. Deze oplossing is noodzakelijke slechter dan de eerste beste oplossing. Het goedbedoelde sluiten van een fabriek, heeft de welvaart doen dalen. Kinderen zijn nu slechter af dankzij een maatregel die hen moest helpen.



donderdag 27 november 2008

Onvervreemdbare rechten

Sommige eigendommen zijn onvervreemdbaar, dit wil zeggen dat de eigenaar er geen afstand van kan doen zelfs als hij dat wil. Voorbeelden hiervan zijn:  controle over lichaam en geest of iemands (toekomstige) wilsbeschikking. Een veel voorkomende poging van het afstand doen van wilsbeschikking is een belofte. Als iemand zegt: “ik beloof u volgend jaar €100 te geven”, dan is dat een belofte. Er is geen overdracht van eigendom, de €100 blijft de eigendom van degene die de belofte maakt.  Wanneer hij later beslist om de €100 toch niet te geven, dan begaat hij geen misdaad. We kunnen pas spreken van een misdaad wanneer er eigendomsrechten geschonden worden. Vermits degene die de belofte krijgt, nooit eigenaar is geweest van de €100 is het uiteindelijk niet geven van de €100 geen schending van de eigendomsrechten. Het enige wat hij kreeg was een belofte van de andere, maar een belofte is niet meer dan een toekomstige wilsbeschikking.  Omdat wilsbeschikking onvervreemdbaar is, heeft degene die de belofte kreeg nooit eigendomsrechten verkregen en kunnen deze ook niet geschonden worden.

Toekomstige wil kan niet overgedragen worden, maar toekomstig geld kan wel overgedragen worden. Als iemand zegt: “ik geef u nu de eigendomsrechten over €100 voor volgend jaar” dan is er wel een overdracht van eigendom. Weigert deze persoon het volgende jaar €100 te betalen, dan begaat hij een misdaad. Hij ontvreemdt eigendom van de rechtmatige eigenaar.

Het is niet onmogelijk om het niet naleven van beloftes toch te straffen door aan een belofte een overdracht van eigendom te koppelen wanneer de belofte niet nageleefd wordt. Bijvoorbeeld: ‘ik beloof morgen aanwezig te zijn’ (Rothbard, 1998).

Rothbard, M. N. (1998). The Ethics of Liberty. New York: New York University Press.