donderdag 14 oktober 2010

Is er een breuk met het klassiek liberalisme?

'k was gisteren aanwezig op het LVSV debat tussen Dirk Verhofstadt en Boudewijn Bouckaert. Alhoewel dat ik op beide heren toch kritische opmerkingen heb, zal ik het hier voornamelijk tot de heer VHS beperken. Ten eerste omdat de heer VHS zich - tot zijner eer - bezig houdt met de huidige stand van zaken binnen het liberalisme en, ten tweede, omdat de zaken die ik op VHS zou willen opmerken zaken zijn die al langer op de spreekwoordelijke lever liggen.

Een eerste issue is VHS zijn kritiek op het concept van 'klassiek' of 'progressief' liberalisme. 'k zal even herhalen wat ik daarover in de samenvatting zei:
Op dit moment grijpt de moderator in en vraagt hij aan VHS wat hij vindt van BB zijn visie van solidariteit. VHS begint eerst met een pleidooi af te steken om te beargumenteren dat er niet echt verschillen zijn tussen de verschillende visies van 'het liberalisme'. Hij haalt Locke aan die, inderdaad, zei dat we moesten denken aan de latere grondstoffen en dus aan de latere generaties. Adam Smith haalt hij aan en stelt, alweer terecht, dat die niet alleen een economisch boek ('wealth of nations') schreef maar ook een moraal filosofisch werk. Thomas Paine wordt aangehaald die aantoonde dat de overheid nodig is om te beargumenteren dat de overheid nodig is om elke nieuwe generatie een deel van de welvaart te geven. (Zie het boek 'agrarian justice'). Hieruit concludeert dat de term 'klassiek liberaal' niet zo handig is; de oude denkers waren ook overtuigd van een duidelijke rol voor de overheid.
Op zich is dat nog een redelijke beargumentering. De impliciete argumentatie is dat de oude denkers zich ook bezig hielden met 'moraal' en taken gaven aan de overheid. Ergo; er is niet echt een breuk. Het probleem dat ik daarmee heb is dat deze argumentatie toch een beetje te snel gaat. Ten eerste; als je kijkt naar de moderne filosofische auteurs waarmee VHS dweept - zoals Martha Nussbaum, Amartya Sen en John Rawls - dan zie je toch duidelijk een werkelijke breuk qua methode van aan filosofie te doen. In die tijd was de staat geen bewerkstelliger van (sociale) rechtvaardigheid, maar een aanvullend instituut dat een particuliere - en niet zelf te definiëren - rol had inzake het bereiken van rechtvaardigheid; dat nog steeds voornamelijk werd gedefinieerd in een termen van een natuurlijk systeem van vrijheid. Verder zijn de klassiek liberalen klassiek omdat zij een breuk betekenden met hoe toen aan politieke filosofie werd gedaan; Locke met het concept 'individuele rechten', Adam Smith met de gedachte van een orde die niet bedoeld is, Hume met het concept van de ideale overheid, Mill met het systeem van productie, etc. Filosofen zoals Rawls gaan eerder uit in termen van een modern rationeel denken en de quasi volledige omnipotentie om de samenleving en haar instituties te plannen. Zo'n notie was bij de oude klassieke denkers niet aanwezig - met mensen zoals Mill en Paine in een soort van overgangspositie.

'k zal volgende keer eens een post maken over wat ik zoal de substantieële verschillen zie. Nu begint het wat laat te worden.









Geen opmerkingen: