dinsdag 15 december 2009

Review: The Austrian School: Market Order and Entrepreunerial Creativity

The Austrian School: Market Order and Entrepreneurial Creativity ~ Jesus Huerta De Soto (129 pg.)

Het is eigenlijk per ongeluk dat ik dit 7 hoofdstukkende tellende boekje heb kunnen lezen - wat mijn aanwezigheid op verjaardagsfeestjes wel niet kan doen. Maar ik ben er zeker niet rouwig over. De Soto geeft in dit boekje (het is slecht 129 pagina's en zeker niet veel eisend van de lezer) een goed overzicht van de issues waar de Oostenrijkse school zich mee bezig houdt.

Het goede nieuw - wie niet bereid is de 30 dollar te betalen of het boek van iemand te lenen - is dat het een uitbreiding is van zijn paper 'The Ongoing Methodenstreit of the Austrian School'. (Dit is vooral hoofdstuk 1 in het boek, maar stukken ervan zijn verwerkt in de andere hoofdstukken evenzeer.)

Men kan reviews afsluiten met de negatieve punten en eerst focussen op de goede punten of omgekeerd. Vermit ik meer dan tevreden was - door de uitstekende combinatie tussen kwaliteit en kwantiteit - ga ik eerst enkele kritische punten vermelden, vooraleer ik aan een uitgebreidere bespreking begin van alle hoofdstukken.

Het eerste dat me een beetje stoorde was dat De Soto doorheen het boek nogal vaak een 'wij versus zij' standpunt aanneemt. Wij, zijnde de Oostenrijke school en zij, zijnde de neo-klassieke school (waarbij er geen (relevant) verschil is tussen de Keynesianen en de Chicago school.) Los van de waarheid van deze analyse (waar ik direct op terug kom) geeft het een vleugje negativisme aan het boek, dat niet per se nodig was. Langs de andere kant heeft hij ook duidelijke overzichten van de verschillen tussen de beide scholen, die tegelijkertijd verhelderend als obscuur zijn. Verhelderend omdat ze duidelijk stellen wat de Oostenrijkers zeggen. Obscuur omdat ik het gevoel heb dat De Soto eerder een karikatuur maakt van de uitgebreide literatuur in de mainstream. Zomaar beweren dat de 'invloed van tijd genegeerd wordt' zal, denk ik, een student in de mainstream literatuur toch een brug te ver zijn - om maar een voorbeeld te geven. Een iets nauwkeurigere methode zou hier dus zeker niet ongepast zijn. Hierbij aangepast denk ik dat een iets nauwkeurigere bespreking van de mainstream literatuur op zijn plaats is op zaken die nauw verwant zijn aan de analyses van de Oostenrijkse school. De manier waarop het nu geformuleerd is, is eenvoudiger en korter, maar 'k vrees dat daardoor aan accuraatheid is ingeboet.

Het andere, iets mindere punt, is dat ik soms het gevoel had dat sommige zaken geschreven waren voor mensen die het al wisten. Maar iemand die nog niet veel van de Oostenrijkse school kent, zou (heel af en toe) wel eens verloren kunnen lopen in de terminologie van De Soto. 'k kan daar natuurlijk niet geheel over oordelen - heb zelf al een uitgebreide kennis van de Oostenrijkse school - maar had toch een paar keer dat gevoel. Laat dat mensen die geïnteresseerd zijn in de Oostenrijkse school zeker niet afschrikken. Het is een enorm goede introductie in de algemene gedachten en bijdragen in de Oostenrijkse school. 'k zou durven beweren dat het een boek is dat perfect compatibel is met Gene Callahan zijn 'Economics for Real People'. Daar waar Callahan een vereenvoudigde versie is van Man, Economy & State (beginnende met Crusoë Economics, dan een vereenvoudigde uitleg van het marktproces en daarna het bespreken van allerlei soorten interventionisme), is 'The Austrian School' meer een boek dat de algemene tendensen in de Oostenrijkse school weergeeft; de analyse van de ondernemer, kapitaalstructuur, etc. vertelt als onderdeel van een semi-historisch verhaal (zonder dat het echt een historisch werk wordt). Maar een iets uitgebreider verslag van de hoofdstukken zal dit misschien duidelijk maken.
  1. Essential Principles of the Austrian School
  2. Knowledge and Entrepreneurship
  3. Carl Menger and the Forerunners of the Austrian School
  4. Bohm-Bawerk and Capital Theory
  5. Ludwig von Mises and the dynamic conception of the market
  6. F. A. Hayek and the spontaneous order of the market
  7. The resurgence of the Austrian School
In het eerste hoofdstuk bespreekt De Soto uitgebreid de verschillen tussen de neo-klassieke economen en de Oostenrijkers. (De caveats van hierboven zijn het meest relevant in dit hoofdstuk.) Dit is het hoofdstuk dat ook het meest overeenkomt met zijn hierboven gelinkte paper. Hij contrasteert de Oostenrijkse theorie van 'handelen' met de Neo-klassieke theorie van 'beslissingen', de ondernemer met de Homo Oeconomicus, de pure ondernemende fout versus a posteriori rationalisering van fouten, subjectieve versus objectieve informatie, ondernemende coördinatie met algemene/partiële equilibrium analyse, subjectieve versus objectieve kosten, verbaal formalisme versus wiskundig formalisme en de methodologische beslommeringen (met speciale toepassing op het concept 'voorspelling'). Zoals de titel van het hoofdstuk zegt, geeft het een overzicht van de essentieële inzichten van de Oostenrijkse school - dat gene waar elke Oostenrijker zich achter kan scharen.

Het tweede hoofdstuk was voor mij het meest verrassende, wegens de grote nadruk op 'informatie', 'coördinatie' en de ondernemer. (Er is in de Oostenrijkse school wat discussie over de relevantie van deze onderwerpen en wat de 'core' is van Oostenrijkse theorie; ik had niet verwacht dat De Soto zich in deze traditie zou inschrijven.) De Soto beschrijft hier uitgebreid wat ondernemerschap is en waarom dit in een samenleving belangrijk is. Hij gaat zelfs zo ver (en ik ben geneigd hem daar in te volgen, mits men goed begrijpt wat er bedoelt wordt) als te zeggen dat:

We shall conclude by defining society as a proces which is: spontaneous and thus not consciously designed by anyone; highly complex, since it comprises millions and millions of people with an ifinite range of constantly changing goals, tastes, valuations and practical knowledge; and composed of human interactions (which are basically exchange dealings that frequently yield monetary prices and are always carried out according to certain rules, habits or standers of conduct). All such human interactions are motivated and driven by the force of entrepreneurship, which continually creates, discover and transmits information or knowledge, as it adjusts and coordinates different people' contradictory plans through competion and enables them to live and coexist in an increasingly rich and complex environment. (pg. 27)
De Soto schrijft zich in de Kirzneriaanse traditie van ondernemerschap, dat zuivere kennis creërt (en waar helemaal geen productiemiddelen voor nodig zijn), en het kan ook niet 'aangeleerd' worden. Het is een proces waarbij mensen niet-geziene oppurtuniteiten trachten uit te buiten (door anderen te dienen op een betere, goedkopere, etc. manier dan anderen). Hij beschrijft ook hoe kennis verspreid is doorheen een economie en hoe de relevante kennis (voor economische besluitvorming) gecreëerd en getransmiteerd wordt doorheen het economische proces en hoe dit dan anderen laat coördineren en aanpassen aan deze nieuwe kennis. (Ik denk onmiddellijk aan 'The Use of Knowledge' van Hayek en 'Competition as a discovery procedure'.) De relevantie hiervan is vooral om het dynamische van de markt (en van alle beslissingen in een markt) aan te tonen, waar De Soto, mijn inziens, uitstekend in slaagt.

'k heb wel nog een klein probleem met zijn gelijkschakeling van de verschillende visies op kennis van Hayek ('dispersed' en 'centralized'), Polanyi ('taxit' en 'articulated', Oakeshott ('practical' en 'scientific') en Mises (of 'unique events' en 'classes'). Het lijkt me dat deze verschillende visies toch duidelijk gaan over andere tegengestelde zaken op het gebied van kennis. Alhoewel ik begrijp wat hij wil zeggen, had iets grotere nuancering toch op zijn plaats geweest.

Hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 zijn tegelijkertijd een historisch overzicht van de Oostenrijkse school (waarbij er telkens bij de relevante auteur de relevante bijdragen worden vermeldt, en op deze manier wordt de school mooi opgebouwd). Typisch voor De Soto begint hij bij de scholastici (en hun begrip van rente, subjectieve waarde, etc.) om dan over te gaan naar het subjectivisme en marginalisme van Menger. Hierbij wordt ook zijn theorie over het ontstaan van sociale instituties en de Methodenstreit (logischerwijze) vermeldt.

In het hoofdstuk daarna komt vooral Bohm-Bawerk en zijn kapitaaltheorie aan bod (en natuurlijk het ontstaan van interest), maar ook Crusoë Economics (wat ik opvallend vond). Natuurlijk komt Bohm-Bawerk zijn kritiek op de 'schaar' van Marshall ('Ja, mijnheer Marshall; ook de aanbodcurve wordt bepaald door subjectieve voorkeuren), op de uitbuitingstheorie van Marx (een cirkelredenering, intern inconsequent en natuurlijk: vergeet het aspect van tijdspreferentie) en op de kapitaaltheorie van John Bates Clark (hoe zo; kapitaal reproduceert zichzelf??) ook aan bod. Wieser mag ook even passeren met zijn oppurtuniteitskost bijdrage, maar wordt dan snel terug de grond ingeboord. Op het laatste van het hoofdstuk beschrijft De Soto nog hoe daarna de Walrasiaanse equilibriumtheorie op kwam, waardoor de Oostenrijkers naar de achtergrond werden gedrukt.

In hoofdstuk 5 is het al Mises wat de klok slaagt. Na een korte bibliografische schets (Mises zou blijkbaar vandaag de dag een Oekraïner zijn), gaat het op chronologische wijze over de bijdragen van Mises. Eerst over zijn theorie over geld en economische crisissen, dan de onmogelijkheid van socialisme, vervolgens over Mises zijn theorie over ondernemerschap en als laatste over Mises zijn bijdragen op het vlak van methodologie. (Opvallend dat voor de Misesiaanse bijdragen op ondernemerschap wordt gekozen; vaak wordt dit niet vermeldt als een van zijn (grote) bijdragen. Niet dat het mij stoorde; integendeel.) Ik vond het wel spijtig dat er zo weinig werd geschreven over het boek Human Action in zijn geheel - daar staan nog wel meer bijdragen in - en ook de sociologische analyse in 'Socialism' van socialisme werd achterwege gelaten. Vond ik beide wat spijtig, maar niet onoverkomelijk.

In hoofdstuk 6 gaat het over Hayek. Hier worden vooral de bijdragen besproken op economische cycli, de debatten met Keynes en de Chicago school, en de discussies met de socialisten en 'social engineering'. Als laatste volgt er nog een deel over zijn theorieën over 'law, legislation & Liberty', compleet met handige tabel om de visie van Hayek nog eens duidelijk weer te geven in contrat met de 'social-engineering' visie. Ook in dit hoofdstuk geldt weer dat, gezien het beperkt aantal pagina's dat De Soto gebruikt heeft, het een enorm duidelijk en goed overzicht is van de relevante opmerkingen. De Soto is (blijkbaar) een meester in het beknopt formuleren van standpunten op een duidelijke manier.

In het laatste hoofdstuk gaat het over de terugkeer van de Oostenrijkse school na 1974 (het jaar dat Hayek zijn nobelprijs won). Natuurlijk gaat het hier (beperkt) over Rothbard, Kirzner en enkele andere Oostenrijkers die vandaag de dag schrijven (zoals Hoppe, White, De Soto zelf, etc.) (Ik vond trouwens dat Rothbard en Kirzner samen best een eigen hoofdstuk hadden verdiend. 'k vraag me af waarom hij dit niet gedaan heeft. Net zoals het ook terecht was om een hoofdstuk te spenderen aan al het werk dat vandaag de dag verricht wordt - zowel aan George Mason als aan Mises Institute (om even te reduceren).) De Soto bespreekt ook nog in 11 punten (die ik hieronder zal overtypen) wat de essentie is van (het huidige programma van) de Oostenrijkse school. Vooraleer hij naar zijn conclusie gaat - waarin hij de overwinningshoorn van de Oostenrijkse benadering boven de anderen blaast - bespreekt hij nog kort enkele typische kritieken op de Oostenrijkse school: 'ze zijn niet wiskundig genoeg!', 'ze zijn niet empirisch genoeg!' 'we moeten naar een ecclecticisme!' etc.

De 11 punten (van de niet-exhaustieve lijst) die De Soto opsomt zijn:

  1. De theory over geïnstitutionaliseerd geweld, die voortkomt uit de Oostenrijkse analyse van socialisme. Zoals al eerder uitgelegd in het boek is de samenleving een proces van kenniscreatie, transformatie en coördinatie. Als dit echter verboden wordt (door interventionisme) dan verloopt dit proces moeizamer, met alle gevolgen van dien. De spontane aanpassing van de samenleving verloopt hierdoor moeizamer en dit zorgt voor nieuwe onderzoeksdomeinen.
  2. We moeten de wijdverspreide 'functional theory of price determination' verlaten envervangen door 'a price theory which explains how a sequential, evolutionary process results in the dynamic formation of prices'. Dit proces wordt natuurlijk gedreven door ondernemerschap en niet door de intersectie van mythische curven.
  3. De theorie van competitie en monopoly is ook relevant, daar deze de huidige cursusuitleg kan vervangen door een veel dynamischere theorie. Hieruit volgen ook relevante conclusies voor zoiets als anti-trust wetgeving.
  4. De subjectieve theorie van kapitaal en interest moet ook geïncorporeerd worden in de lssen economie, om de huidige macro-economische theoretische problemen op te lossen, vermits deze de microprocessen missen die de macro-economie bepalen.
  5. De theorie van geld, krediet en financiële markten is waarschijnlijk de grootste theoretische uitdaging voor de mainstream omdat ze daar nog steeds met een gros van methodologische en andere fouten zitten. De Oostenrijkse theorie verklaart uitstekend waarom het huidige beleid zorgt voor opeenvolgende economische recessies.
  6. De huidige theorie over economische groei en onderontwikkeling is geformuleerd zonder relevantie tot de menselijke actoren en hun ondernemende activiteiten. De theorie moet gaan over de theoretische studie van processen die ontwikkelingsmogelijheden mogelijk maken, die ontbreken door een gebrek aan ondernemende elementen in de samenleving (dat samengaat met eigendom en markten).
  7. De welvaarteconomische benadering met de Pareto-fascinatie is ook irrelevant en nutteloos, vermits de vooronderstellingen perfecte informatie en een statische wereld zijn. Efficientie moet daarentegen dynamisch begrepen worden in een coördinatieproces.
  8. De theorie van publieke goederen moet ook uitgebreid worden, want dat is ook een gevolg van statische equilibriumanalyse. Een geval van een 'publiek goed' (non-rivalness en non-excludable) is echter, in de Oostenrijkse analyse, een ondernemende uitdaging om deze problematiek op te lossen. Deze oplossing kan in de legale of de technologische sfeer zitten. Het probleem van 'publieke goederen' wordt op deze manier leeg en geen excuus meer voor overheidsinterventie - in zoverre dat dit ooit al een terecht argument was.
  9. Ook zijn er ontwikkelingen mogelijk in public choice en law & economics, die nu gedomineerd worden door neo-klassieke analyse. Oostenrijkers zijn een inconsistentie tussen de assumpties van 'volledige informatie' (die gehanteerd wordt) en de nadruk voor regels anderzijds; indien er volledige informatie is, kan een simpele 'command & control' structuur ook van toepassing zijn. Oostenrijkers zien juist in de onwetendheid van mensen, de noodzaak voor regels om kennis en gedrag te coördineren.
  10. De visie op mensen heeft ook de populatietheorie veranderd. Oostenrijkers zien mensen als dynamische entiteiten met hun eigen mogelijkheden. 'Meer mensen' betekent dus 'meer ondernemers' die kennis kunnen hebben over wat te doen en is dus geen probleem van 'consumerende objecten' zoals het eerder in de traditionele theorie was.
  11. Als laatste: de analyses van de Oostenrijkers in de gebieden van rechtvaardigheid en sociale ethiek. Voorbeelden zijn Hayek zijn 'Law, Legislation & Liberty' maar ook Kirzner zijn 'Discovery, Capitalism and Distributive Justice'. Ook Hoppe zijn argumentatie-ethiek en Rothbard zijn 'the ethics of libery' worden vermeld.
Zonder enige twijfel zijn er nog andere zaken, maar De Soto laat het hierbij, dus wij ook.

'k heb zonder enige twijfel een uitstekend boek gelezen over de Oostenrijkse school in het algemeen en het dynamische karakter van samenlevingen in het bijzonder. (Ik blijf verrast dat De Soto zoveel aandacht besteed aan de bijdragen op het vlak van ondernemerschap van de Oostenrijkse school - dit stoorde me echter allerminst.) Ik kan het boek alleen maar aanraden, zeker omdat het maar 129 pagina's is en zeker niet moeilijk geschreven. Een pareltje.









Geen opmerkingen: